Mijn eerste associatie bij “100 jaar” is “Klein Orkest”.
In mijn puberteit zetten zij aan het denken met zinnen als:
“Heb je verkering, een pracht van een meid.
Op een dag wordt ze lesbisch en dan ben je d’r kwijt”.
“Je eet vegetarisch, principieel doe je dat,
word je aangereden op een zebrapad”.
“Je loopt mee met demonstraties, altijd paraat.
Uitgerekend valt de bom bij jou in de straat”.
De absurditeit van het leven.
“Klein Orkest” trok de conclusie:
“Zit wel vaker eens tegen, gewoon blijven bewegen, want over 100 jaar zijn jullie allemaal dood. En wij ook”
“Over 100 jaar” was zo’n nummer dat ik beneden maar niet afspeelde.
Als puber wil je reprimandes en preken voorkomen.
Tenminste, ik wel.
De les aan het einde van het nummer had ook iets waardoor ik dacht“Laat maar niet horen beneden…”.
“Het leven is tijdelijk en de dood is onvermijdelijk
Maar stel dat je niet dood kon gaan
Dan had je stomweg niet bestaan
Wees blij dus dat je straks mag sterven
En laat het je leven niet bederven
Begrepen.
Over 100 jaar zijn jullie allemaal dood en begraven”
Ik vroeg me toen al af waarom ik niet zou bestaan, als ik niet dood kon gaan.
Bedoelt Harry te zeggen dat juist omdat het leven eindig is, het gewicht krijgt?
Zou je niet werkelijk leven als je nooit zou sterven?
Maakt juist de dood zo het leven waardevol?
Volgens Genesis 3 hoort de dood niet bij het leven.
Niet bij Gods oorspronkelijke bedoeling met de mens.
Daarbij geloof ik in een nieuw, volkomen leven waarin de dood niet meer zal zijn.
Bij het nummer “Over100 jaar” ligt een link naar Prediker.
Ik kom er echter op “Over 100 jaar” omdat ik van de week zie dat het op 16 oktober 100 jaar geleden is dat de gemeenteraad van Gouda het besluit neemt dat mijn straat de P.C. Hoofstraat heet.
1926 is ook het jaar dat voor de P.C. Hooftstraat een openbaar plantsoen, het zgn. Boerenwiel wordt aangelegd.
Het boerenwiel zelf is veel ouder.
Opgetekend ook circa 1550 door Jacob van Deventer op zijn kaart voor Filips II.
Voor dat Boerenwiel komen in 1926 de huizen 1 tot en met 3 gereed.
De nummers 4 tot en met 9 zullen pas volgen in 1927.
Mijn huis moet dus nog een paar weken, maanden slapen voor de verjaardag.
Hopelijk beseft ze “Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak”.
1926, ik weet niet wie toen de burgemeester was.
Niet wie de wethouders waren.
Noch wie toen in de gemeenteraad zaten.
Ik zoek of ik de namen van de eerste bewoners kan vinden.
Het lukt me digitaal niet.
Dan vraag ik me af of er over 100 jaar, in 2127, mensen zullen weten wie er 100 jaar geleden woonden?
En weer denk ik aan Prediker.
Prediker zegt: De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende generaties zullen vergeten worden in de tijden die daarna weer komen.
Gelukkig maar dat God mij kent.
Dieper, beter dan ik mijzelf ooit zal kennen.
Ook over 100 jaar.
