
Maanden geleden komt er een mailtje voorbij met een link naar de uitleg over een bekend gezegde: ‘Een blok aan het been’. Ik klik op de link, zie het blok en lees: ‘Als je een blok aan het been hebt, ben je niet vrij in wat je doet. Je wordt beperkt in je bewegingen, je handelingen’.
‘Het blok was een zware houten kluister dat een gevangene om het been, de arm of de hals werd geslagen. Ook kregen de jongens in het weeshuis en zelfs oude mannen in het oudemannenhuis een blok aan het been als zij zich niet netjes gedroegen of als zij wilden weglopen’.
Ik bekijk de foto en overdenk de tekst. Allereerst vraag ik me af of meisjes in het weeshuis en oude vrouwen in het oude-vrouwenhuis ook een blok aan het been kregen. Niet alleen mannen kunnen zich namelijk slecht gedragen of weglopen.
Dan denk ik aan de Hoogstraat. Daar lopen mannen en vrouwen in het algemeen niet weg, maar kunnen wel verdwalen. Ik hoorde van mensen die ‘even’ gingen roken en de ingang niet meer konden vinden. Bij een afdelingsgenoot wezen plaatjes de weg naar zijn eigen kamer. Ik hoop en bid dat hij die plaatjes inmiddels niet meer nodig heeft.
Echt triest en verdrietig wordt het als mensen zich een blok aan het been van een ander voelen. Daarvan heb ik ook voorbeelden gezien en gehoord. In de Hoogstraat hoorde ik iemand zeggen: ‘Ik wil dood’. ‘Mijn been wil niet, mijn arm wil niet. Wat kan ik nou nog? Ik wil dood’.
Eigenlijk snapte ik hem ook wel, al denk ik ook meteen aan een oud gezang ‘Laat mij niet mijn lot beslissen. Zo ik mocht, ik durfde niet. Ach, hoe zou ik mij vergissen, als Gij mij de keuze liet!’.
Je een ‘blok aan het been’ voelen of zijn, is niet fijn. Ik denk dat hij meer aan anderen dacht dan aan zichzelf, zijn partner voorop. ‘Wat betekent het nou allemaal voor haar? Wat doe ik haar aan?’ ‘Is zij niet beter af, als ik nu maar doodga’. Zoiets…
Niemand wil zich een blok aan het been voelen. Een last of ‘te veel’. Op je werk niet, maar thuis helemaal niet.
Thuis wil je geen ‘blok aan het been’ zijn. Thuis wil je niet tot last zijn. Thuis wil je nuttig zijn, je nuttig maken en geven. Tegelijkertijd wil je gezien en gehoord, geknuffeld en geliefd worden.
Dan denk ik aan de Goede Herder die draagt en schraagt. Aan de woorden van het oude gezang waarvan ik de tekst eerder kende, dan ik de tekst begreep: ‘Hij schraagt m’ als ik wankel; Hij draagt m’ als ik viel.’.
Je hoeft niets te doen. Alleen je laten schragen (ondersteunen) en je laten dragen. Hij schraagt en draagt! Omdat Hij de Goede Herder is. Uit liefde….
Vanmorgen zeg ik tegen Lianne ‘Als schaap ben je nooit een blok aan Zijn been’.
Zij kijkt me verwonderd aan en zegt: ‘Nee, tuurlijk niet…’.
Dat lijkt me niet alleen een les voor mij…