In ‘Om ’t donker op te klaren’[i] vertel ik van de cursus rondom de ‘Verbonden voor het leven’[ii] van Ad de Bruijne en een gedeelte uit ‘Geestspraak’[iii] van Henk van den Belt en deel ik enkele persoonlijke ervaringen.
In ‘Zijn en doen’[iv] vertel ik iets van mijn eigen geschiedenis. Ook over hoe Douma in mijn leven komt en ik zijn werk verslind. Vooral omdat ik het ‘goed’ en ‘het goede’ wil doen. Dat dat niet totaal – totaal niet – lukt, vertel ik niet.
In ‘Douma, de geschiedenis’[v] geef ik Douma’s historisch overzicht weer. Douma maakt duidelijk dat homoseksualiteit eigenlijk altijd is afgewezen.
Na een eerste cluster[vi] bespreekt Douma een tweede cluster teksten. Het zijn Leviticus 18:22 e.v. en Leviticus 20:13.
Moderne exegeten geven aan dat bij Leviticus 18:22-26
‘22U mag niet slapen met een mannelijk persoon, zoals u met een vrouw slaapt. Dat is een gruwel.
23Ook mag u met geen enkel dier de geslachtsdaad verrichten. Dan verontreinigt u uzelf daarmee. Een vrouw mag ook niet vóór een dier gaan staan om ermee te paren. Het is een afschuwelijke schanddaad.
24U mag uzelf niet verontreinigen met al die dingen, want de heidenvolken die Ik vóór u uit ga verdrijven, hebben zich met al die dingen verontreinigd, 25zodat het land onrein geworden is. Ik zal het zijn ongerechtigheid vergelden, zodat het land zijn bewoners zal uitspuwen.
26Maar ú moet Mijn verordeningen en Mijn bepalingen in acht nemen. U mag geen enkele van die gruweldaden doen, de ingezetene van het land niet, en ook de vreemdeling niet die in uw midden verblijft.’
en Leviticus 20:13
‘13Wanneer een man met een andere man slaapt, zoals men met een vrouw slaapt, dan hebben zij beiden iets gruwelijks gedaan. Zij moeten zeker ter dood gebracht worden. Hun bloed rust op henzelf.’
in een cultische context staan.
‘Gruwel’ is een term uit de cultus.
De bedoeling ervan is dat de antithese met de heidense volken duidelijk uit moet komen.
‘Dit doen wij – het volk van God – niet!’.
Het gaat om een heilig, aan God toegewijd leven.
In Deuteronomium 23:17 wordt gezegd: ‘Er mag onder de dochters van Israël geen hoer zijn; en er mag geen schandknaap zijn onder de zonen van Israël.’.
Dat de praktijk in Israël anders is, maken teksten als 1 Koningen 14:24; 15:12; 22:47; 2 Koningen 23:7; Job 36:14; Hosea 4:14 duidelijk.[vii]
Douma stelt dan dat moderne exegeten het al dan niet bindend aanvaarden van cultisch-religieuze bepalingen uit het Oude Testament veelal beschouwen als een zaak van onze subjectieve beoordeling.
Moderne exegeten vragen ‘Waarom staan we bijvoorbeeld niet meer achter de doodstraf op homoseksualiteit en handhaven we wel het ‘gruwel’ karakter?’
Douma reageert hierop door te zeggen ‘Als homoseksualiteit hier alleen wordt verboden vanwege het cultische karakter, waarom dan ook geen verbod van heteroseksualiteit?!
Er was onder de heidenen toch niet alleen een homoseksuele prostitutie binnen de cultus?
Onze vraag leidt vanzelf tot het antwoord dat de beoefening van de homoseksuele praktijk in zichzelf reeds een to’eba (gruwel) was, waardoor het land verontreinigd werd, Lev. 18,28.
Er staat immers ook: Gij zult geen gemeenschap hebben met een die van het mannelijk geslacht is, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw. (…).
De term to’eba slaat niet alleen op de cultus.
Het wordt een ‘gruwel’ genoemd als iemand zijn echtgenote, na haar eerst te hebben weggezonden, later opnieuw tot vrouw wil nemen, Deut. 24,4. Het is ook een ‘gruwel’ in je buidel tweeërlei gewicht of in je huis tweeërlei efa te hebben, Deut. 25,13vv. Allerlei ‘ethische’ misdrijven kunnen met dit woord worden aangeduid.’[viii]
Kortom: volgens Douma wordt hier niet slechts homoseksualiteit in de cultus verboden, maar ‘an sich’.
Het is m.i. (GJG) ook maar zeer de vraag of Leviticus 18 over de cultus gaat.
Een vriend schrijft: ‘Het is niet zo dat je in de cultus niet met de vrouw van je naaste mag, maar daarbuiten wél’.
Tenslotte: In het Jodendom wordt vanzelfsprekend ook nagedacht over homoseksualiteit.
Voor wie wil rondstruinen in verschillende visies, kan via de scriptie en de daarin aangehaalde bronnen van Ory Six terecht: ‘De omgang met homoseksuelen in de Nederlands joodse gemeenten anno nu’.[ix]
[i] https://glismeijer.com/2025/01/18/om-t-donker-op-te-klaren/, d.d. 2025-01-23.
[ii] https://www.kokboekencentrum.nl/boek/verbonden-voor-het-leven/, d.d. 2025-01-23.
[iii] https://www.kokboekencentrum.nl/boek/geestspraak/, d.d. 2025-01-23.
[iv] https://glismeijer.com/2025/01/21/zijn-en-doen/, d.d. 2025-01-23.
[v] https://glismeijer.com/2025/01/21/douma-de-geschiedenis/, d.d. 2025-01-23.
[vi] Zie https://glismeijer.com/2025/01/24/douma-het-oude-testament-deel-1/, d.d. 2025-01-24.
[vii] 1 Kon. 14:24 ‘Ook waren er schandknapen in het land. Zij deden overeenkomstig alle gruweldaden van de heidenvolken die de HEERE van voor de ogen van de Israëlieten verdreven had.’.
1 Kon. 15:12 ‘Hij verdreef de schandknapen uit het land, en deed alle stinkgoden weg, die zijn vaderen gemaakt hadden.’.
1 Kon. 22:47 ‘Ook vaagde hij uit het land de rest van de schandknapen weg, die in de dagen van zijn vader Asa waren overgebleven.’.
2 Kon. 23:7 ‘Ook brak hij de verblijven van de schandknapen af in het huis van de HEERE, waar de vrouwen gewaden voor de Asjera weefden.’.
Job 36:14 ‘Hun ziel zal in hun jeugd sterven, en hun leven onder de schandknapen eindigen.’.
Hos. 4:14 ‘Ik zal niet meer omzien naar uw dochters omdat zij hoererij bedrijven, en naar uw schoondochters, omdat zij overspel plegen, want zij zonderen zichzelf af met de hoeren, zij offeren met de tempelhoeren. Zo zal het volk dat geen inzicht heeft, ten val komen.’.
[viii] Douma, a.w., 11.
[ix] De scriptie, waarin duidelijk wordt dat in de Joodse gemeenschap net als in de christelijke kerk de meningen nogal uiteenlopen, is te downloaden via https://studenttheses.uu.nl/bitstream/handle/20.500.12932/14816/Six%2C%20O.%20R%2C%20Scriptie.pdf?sequence=1&isAllowed=y
(let op! PDF wordt direct gedownload), d.d. 2025-01-20.

3 gedachten over “Douma, het Oude Testament (deel 2)”