Komende zondag 21 september 2025 is het startzondag. Zondagmorgen staan we stil bij het door de HGJB aangedragen thema ‘Groot is Uw trouw’.
Bij dit thema schreef Herman van Wijngaarden (staflid HGJB) onderstaand artikel dat enige weken terug in het RD verscheen.
Besef van Gods trouw maakt bescheiden in gesprekken met jongeren
Als je jongeren of tieners vraagt naar een thema waarover ze het graag een keer willen hebben, komen ze niet snel met Gods trouw. Dat klinkt voor hen niet actueel of dringend genoeg. Toch is het anno 2025 een prachtig thema om het nieuwe kerkelijke seizoen mee te beginnen.
Een gemeente moet het wel aandurven. Of beter gezegd: de geloofsmoed ervoor hebben. Misschien zijn er in de gemeente wel allerlei strubbelingen. Misschien zitten jongeren met grote geloofsvragen. Het kan dan heel goedkoop klinken als je zomaar wijst op de trouw van God. Alsof je de vragen op een gemakkelijke manier gladstrijkt. Daarom heeft de gemeente geloof nodig om het besef van Gods trouw concreet te maken voor jongeren. Vier kernwoorden zijn daarbij belangrijk: ontspannenheid, bescheidenheid, gesprek en verantwoordelijkheid.
Ontspannenheid
De toe-eigening van het heil kan bij jongeren enorm onder spanning staan. Wanneer kan ik nu zeggen dat het mijn geloof is en niet alleen het geloof van mijn ouders? Zou ik niet veel minder twijfels moeten hebben voordat ik belijdenis kan doen? Ik ervaar God niet, is Hij er dan wel? Dat zijn belangrijke en terechte vragen. De spanning die daarin zit, moeten we niet te gemakkelijk wegwuiven. Toch kan hier ook sprake zijn van óverspanning.
Onbedoeld kunnen we de indruk wekken dat ons kerkelijk leven valt of staat met onze trouw aan de tradities
Jongeren kunnen –onbedoeld– het gevoel hebben dat het van henzelf afhangt. Ze moeten geloven en ze mogen niet zo veel vragen hebben. Het is dan Bijbels om hen te wijzen op de trouw van God: „De HEER’ is zo getrouw als sterk; Hij zal Zijn werk, voor mij volenden” (Psalm 138:4, berijmd).
In een tijd waarin ze van alle kanten horen dat ze het zélf moeten maken, mogen we erop wijzen dat Gód het zal doen. Ze mogen weten dat „de HEERE uw God die God is, die getrouwe God, Dewelke het verbond en de weldadigheid houdt dien die Hem liefhebben” (Deuteronomium 7:9). Ook als ze Hem niet ervaren.
Dat mag enige ontspannenheid geven in het leren geloven. Theologisch valt hier natuurlijk nog veel meer over te zeggen, maar als we hierbij Gods trouw niet noemen, doen we onze jongeren –en vooral God Zelf– tekort.
Bescheidenheid
We kennen in onze kerken allerlei waardevolle tradities en goede gewoonten. Laten we die vooral niet overboord gooien. Maar er is hier wel een valkuil. Ook weer onbedoeld kunnen we de indruk wekken dat ons kerkelijk leven valt of staat met onze trouw aan de kerkelijke tradities in plaats van met de trouw van God. De meeste jongeren zijn niet tegen tradities maar willen begrijpen waarom we dingen doen.
Natuurlijk bedoelen we dat niet zo, maar het kan bij onze jongeren wel zo overkomen. Een belangrijke vraag is daarom hoe zij dit ervaren. Merken zij dat we het werkelijk zó beleven: „God is getrouw, Zijn plannen falen niet.” En niet: „Onze plannen falen niet”? Hoe dan ook, er zal enige bescheidenheid moeten zijn ten aanzien van onze eigen plannen, regels en gewoonten.
In discussies hierover is dit iets wat zowel de traditionelen als de vernieuwers moeten beseffen. We moeten het niet hebben van onze eigen plannen, hoe goed ze ook zijn, maar van de trouw van God. Durven we deze bescheidenheid aan jongeren te laten merken, bijvoorbeeld in een gesprek over meningsverschillen? „Gelukkig hangt het niet af van mijn gelijk.”
Gesprek
Als er enige ontspannenheid en bescheidenheid is, omdat we het verwachten van Gods trouw en niet van onze eigen inspanning, is er ruimte voor gesprek. Dan kun je jongeren stimuleren om hun geloofsvragen in alle openheid te stellen. Dan kun je ook met hen praten over de gewoonten en tradities van de gemeente. Niet om die ter discussie te stellen, maar gewoon… omdat daarover te praten valt.
De meesten van onze jongeren zijn helemaal niet tegen tradities, maar ze willen wel begrijpen waarom we dingen doen zoals we die doen. Ze willen ook graag begrijpen waarom we geloven wat we zeggen te geloven. Besef van Gods trouw voorkomt daarbij een angstige, krampachtige houding. Leg het maar gewoon uit, getuig ervan en verwacht het van Gods trouw.
Verantwoordelijkheid
Besef van Gods trouw maakt het gesprek over geloven en over tradities natuurlijk niet vrijblijvend. Het is niet zo dat het er dan niet toe doet wat en hoe we geloven („want God is toch wel trouw”). Nee, het vraagt van onze kant dan óók trouw: trouw aan Zijn Woord en aan (de eenheid van) de gemeente. Daar mogen we elkaar, inclusief onze jongeren, op aanspreken.
Herkennen we dat het te danken is aan Gods trouw dat er nog geloof gevonden wordt in onze gemeente, ondanks onszelf? Ook bij onze jongeren – misschien zelfs juist bij hen? Als we dat doen, kunnen we het nieuwe seizoen ontspannen, bescheiden én hoopvol ingaan. Zodat God alle eer krijgt.
Herman van Wijngaarden
Herman is medewerker van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond.
Dit artikel verscheen in het Reformatorisch Dagblad op 4 september 2025
