Preek gehouden in de Dorpskerk van Vreeswijk (Nieuwegein) op 1 januari 2025 over Mattheüs 28:16-20.
Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
Ik preekte eerder over de tekst.
Beide keren op nieuwjaarsdag.
In 2022 hier in de Dorpskerk.
In 2023 bij het graf van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk in Delft.
2023, voor mij een gedenkwaardig jaar.
Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.
In de HSV
En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.
Ik heb hier vast wel eens gezegd dat geloven rijmt op beloven.[i]
Dat Zijn belofte altijd vooropgaat.
Geloofd wordt wat beloofd is.
Vandaag, op de eerste dag van het nieuwe jaar 2026, mag ik het u verkondigen.
Opdat je het nooit vergeet!
Ook niet als alles tegenzit.
Wat?
Ik ben met jullie.
Alle dagen.
Tot aan de voltooiing van de wereld.
Alle dagen.
Alle, hele dagen.[ii]
Al de hele, alle dagen is Jezus bij ons!
En dat 24/7.
Mattheüs schrijft aan wat wij tegenwoordig Messias-belijdende Joden noemen.
Joden die tot geloof in Messias Jezus gekomen zijn.
De christelijke gemeente bestond in de aanvang alleen uit Joden.
De eerste heiden die tot het geloof komt is een Ethiopiër.
Een Ethiopiër zonder last van seksuele gevoelens.
Hij was dan ook gesneden, gecastreerd.
In Handelingen 10 volgt dan Cornelius.
Goed.
Mattheüs schrijft aan Joden die de Tenach hebben. Dat wat wij het Oude Testament noemen.
Het kenmerkende van Mattheüs is dan ook hij vaak schrijft “Opdat vervuld zou worden…”[iii]
Daarmee laat hij zijn lezers zien: Jezus vervult wat in de Tenach – het Oude Testament – voorzegd is.
Jezus is de beloofde Messias.
Vanmorgen zou ik nog een keer tegen je willen zeggen.
Jezus is de beloofde Messias.
Dat is nu kern!
Dat is nu de zaak waar de christelijke gemeente mee staat of valt.
Dat Jezus de beloofde Messias is, de Christus.
Dat Jezus de Immanuël is, God met ons!
Dat Jezus Heer is., “kurios”.
Vanwege de belijdenis ‘Jezus is Heer’, ‘Jezus Kurios’, werden de eerste christenen voor de leeuwen gegooid.
Niet de keizer in Rome, maar Jezus is kurios, Heer.
Ook de Joden werden er boos om.
Kurios? Jezus maakt Zich aan God gelijk.
Een dwaasheid en ergernis.
Mattheüs zou zeggen:
Jezus, de Gekruisigde en Opgestane, die vereerd wordt onder de naam Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham (1,1) is de Immanuël (1,23; 28,20): God met ons!
Aan het eind van het evangelie is het alsof hij het er bij de gemeente nog één keer wil inpompen.
Denk erom!
Vergeet het nou niet…
U bent nooit meer alleen.
Zo waar als Hij Immanuël heet, is Hij.
Immanuël: God met ons!
Dit moet de gemeente weten.
Dit moet jij weten:
Je bent nooit alleen!
Zelf zal Mattheüs – nadat hij geschreven heeft – de pen neerleggen en als apostel in andere landen gaan preken.
Maar zijn lezers hebben nu een boek over ‘Het begin’ van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham. (hoofdstuk 1)
En de belofte dat Hij bij hen zal blijven tot aan de voltooiing van de wereld. (hoofdstuk 28)
Mattheüs zal niet geweten hebben, dat wij dit op 1 januari 2026 zouden lezen.
Maar de Heilige Geest wel!
De Geest drong Mattheüs: Schrijf op! Zodat ze het in Vreeswijk in Nieuwegein ook in 2026 zullen weten:
“Ik ben bij jullie!”
We lazen de verzen 16 tot en met 20.
De elf discipelen, dat zijn de twaalf zonder Judas, zijn naar Galilea gegaan, naar de berg waar Jezus hen ontboden heeft.
Terwijl in Jeruzalem het bericht rondgaat dat discipelen in de nacht het graf van Jezus hebben geroofd (Dat zeggen dus de ‘Jezus is Heer’ , “Jezus kurios” ontkenners), zijn zij (de ‘Jezus is Heer’ , “Jezus kurios” erkenners) door de levende Meester Zelf geroepen naar het duistere deel van Israël.
Galilea.
Daar was het Licht het eerst gaan schijnen (4:12-16).
De discipelen zijn bij de berg.
De berg dat is de berg waar Jezus Zijn Bergrede hield (Mat. 5-7).
Mooi…
Na Pasen keren de leerlingen terug naar de berg waar het onderwijs begon (5:1,2).
Back to basics.
Dat onderwijs van Jezus daar, was niet zomaar een preekje waarvan er dertien in een dozijn gaan.
Nee, de Bergrede zal actueel en richtinggevend moeten worden voor de hele wereld.
Ook voor ons, hier en nu.
Opvallend is dat er getwijfeld wordt.
In vers 17 lezen we “al twijfelden sommigen”.
Bij sommigen van de elf is sprake van twijfel.
Ik denk dat twijfelaars denken:
“Is Hij het echt?”
“Bedriegen we onszelf niet?”
“Zijn we niet aan het wensdenken?”
“Is het allemaal niet te mooi om waar te zijn?”.
De twijfelaars krijgen het allemaal niet rond in hun hoofd.
Eerder waren er wellicht ook al twijfels.
“Hoe kan Gods zoon nu uitgeleverd worden?”
“Hoe kan Gods Zoon nu de dood sterven?”
En toch gebeurt het.
En toch is het gebeurd.
“Was Jezus dan wel echt Gods zoon?”.
En nu Hij dan levend voor hen staat.
Hij is echt opgestaan.
Terwijl ze Hem hebben zien sterven…
“Ik kan er met m’n hoofd niet bij…”
Zoiets…
Ondertussen zien ze de Opgestane Heer wel.
Allemaal.
Allemaal knielen zij voor Hem neer.
We hebben net Kerst gevierd.
Aan de ene kant aanbidden?
Aan de andere kant de twijfel?
Zou het echt?
Ik vergis me toch niet…?
Discipelen zijn ook vandaag net mensen…
Dan stapt Jezus naar voren.
Gaat in hun midden staan.
Hij geeft de twijfelaars geen draai om de oren.
Nee, Hij zegt: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde”.
Mij is alle macht gegeven…
Vader heeft alle macht gegeven aan Hem.
In de hemel en op de aarde.
Voor Zijn dood heeft Jezus laten zien macht te hebben.
Macht over ziekten, over wind en water, over demonen, over de dood.
Jezus is Gods zoon met alle macht!
Ook Zijn sterven was ook geen ongeluk.
Nee, vrijwillig heeft Hij Zijn macht niet gebruikt.
Hij heeft Zijn leven afgelegd.
Bewust!
Na Zijn opstanding maakt Zijn almacht Zijn sterven vruchtbaar voor velen.
Ook voor jou.
Jezus is die Hij was!
De opgestane Heer zegt tegen jou:
“Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.”
Zul je dat onthouden?
Nooit vergeten?
Daar zijn geen grenzen aan Jezus’ macht…
Zul je dat onthouden?
Nooit vergeten?
Als je je machteloos voelt.
Niet op kan boksen tegen alle boze machten die je belagen.
Je bent van Hem Die zegt:
“Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde”.
En dan volgt de opdracht:
19Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb.
Omdat Jezus alle macht heeft, daarom mogen de discipelen uitgaan en apostelen worden.
Dopen en leren.
Zijn macht is meer dan een steun in de rug!
Ze worden uitgezonden.
Niet alleen in en naar Israël (10:6-23).
Nee, zij mogen naar alle volken.
Hun werkterrein wordt uitgebreid.
Van Jeruzalem naar heel Judea en Samaria.
Tot aan het uiterste van de aarde.[iv]
Ze moeten ‘Jood én Griek’ onderwijzen.
En hen dopen en hen leren alles wat Hij geboden heeft.
De kern? Liefde.
Liefde tot God en elk ander.
Staande op de berg van de Bergrede zullen ze ook aan dat onderwijs denken .
Zij moeten mensen uit de volken brengen onder het zachte juk van Zijn geboden (11:28-30).
Waarbij de wetten van Mozes terugwijken achter de hogere wetten van Jezus’ Bergrede (5:17-48).[v]
Zo zijn de discipelen als apostelen na Pinksteren op weg gegaan.
Volgens de traditie is Mattheüs naar Ethiopië gegaan.
Daar is hij de marteldood gestorven.
En dan de slotwoorden
“En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld”.
Voor de eerste lezers en voor Mattheüs zelf is dit de garantie dat Jezus hen ongezien en machtig nabij is.
Hij staat in voor het resultaat van het werk van Zijn apostelen.
Jezus is Immanuël (1:23).
Omdat Jezus er is, daarom zijn wij er!
Hij is, Hij is er, Hij is de Immanuël.
En daarom zijn wij er als Zijn gemeente.
De slotzin: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.” eindigt in de HSV met een slotwoord: “Amen”.
Jammer dat de NBV21 dat niet heeft.
De bedoeling is dat ji en ik ook “amen” zeggen op die woorden van Jezus.
“Ik ben met u”.
“Amen”.[vi]
Dat is toch een prachtige gedachte…
Nou ja, “prachtige gedachte”…
Gedachtes kunnen slechts in je hoofd zitten.
Ik moet het dus anders zeggen.
“Ik ben met u”, zegt Jezus.
“Amen”, zeg ik, zeg jij.
Dat is toch de heerlijke werkelijkheid voor 2026.
Kijk, ik weet niet wat 2026 zal brengen.
Ik weet niet wat er politiek allemaal zal gebeuren.
Ik weet niet wie er komend jaar met welke tegenslagen te maken krijgen.
Wie geboren zal worden.
Wie zal sterven.
Wie ziek zal worden.
Wie wonderbaarlijk zal genezen.
Ik weet niet eens of ik zelf nog leef op aarde in december 2026.
Ik weet niet of dit jaar het Koninkrijk aan zal breken.
Of dat Jezus dit jaar terugkomt.
Ik weet eigenlijk niet zo veel.
Wat ik wel weet is Zijn belofte en Zijn bevel.
Zijn belofte “Ik ben met jullie…”
Elke dag zal Hij bij ons zijn.
In onze strijd.
In ons verdriet.
Fulltime! 24/7.
Alle, hele dagen.
Dus ook in de nacht…
En Zijn bevel.
Hij geeft ons de opdracht:
19Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb.
We mogen gewoon hier beginnen.
In Vreeswijk, Nieuwegein.
Belofte en bevel.
Aan het begin van 2026 horen we eerst de belofte.
Tegelijkertijd houdt die het bevel in.
Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.
Ga dus…
Amen
[i] Vgl. HC Zondag 7, v&a 22: Vr. Wat is dan een Christen nodig te geloven? Antw. Al wat ons in het Evangelie beloofd wordt, hetwelk ons de Artikelen van ons algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof in een hoofdsom leren.
[ii] Het Grieks ‘pasas tas hèmeras’ legt het accent op de hele dagen.
[iii] Zie Mattheüs 1:22, 2:15, 2:17, 2:23, 4:14, 8:17, 12:17, 13:14, 13:35, 21:4, 26:54, 26:56, 27:9, 27:35.
[iv] Zie Handelingen 1:8.
[v] Zo Jakob van Bruggen, Matteüs: het evangelie voor Israël, in de serie “Commentaar op het Nieuwe Testament. derde serie, Afdeling Evangeliën”, Kampen: Kok, 20044, 478.
[vi] Vgl. HC v&a 129: Wat beduidt het woord: Amen? Antw. Amen wil zeggen: Het zal waar en zeker zijn…
