Pessimisme, optimisme en realisme

Preek over Prediker 6:10-7-14 behorend bij hoofdstuk 4 van het boekje “Levenswijsheid volgen Prediker” van dr. Willem-Maarten Dekker (IZB focus, Ark Media, Leeuwarden, 2024 7e druk) gehouden in de avonddienst op 11 februari 2026 in de Dorpskerk van Vreeswijk (Nieuwegein).

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vanavond is Prediker 7 aan de orde.
Ik vind het fijn dat ik vanavond hier ook iets mag zeggen over Prediker.

Ik prijs mij ook gelukkig dat ik de voorgaande hoofdstukken op de Wijk-Bijbelkring in de Voorhof mocht bespreken.

Op de Voorhof-kring hier in Vreeswijk heb ik me nog het meest dominee gevoeld.

Goed.
Vanavond zijn de eerste veertien verzen van Prediker zeven aan de orde.

Dominee Willem Maarten Dekker, wiens boekje gebruikt wordt op de diverse Bijbelkringen, zette boven het hoofdstuk de titel: Het goede leven gewikt en gewogen.
Ik zette op de liturgie: pessimisme, optimisme en realisme.

Maar voordat we gaan wikken en wegen of het gaan hebben over pessimisme, optimisme en realisme, kijken we eerst even terug.
Het is namelijk alweer even geleden is dat het vorige hoofdstuk, Prediker 4 is besproken.

Daarom herhaal ik kort even wat vooraf ging.

Het eerste dat ik zou willen zeggen is dat Prediker niet zomaar een boekje aan de rand van de Bijbel is.
Een boekje waarvan je zou kunnen denken: Scheur maar uit de Bijbel… of Het staat wel in de Bijbel, maar we kunnen het eigenlijk best missen.

Dat is de werkwijze van de aartsketter Marcion, die alles wat hem niet beviel uit de Bijbel scheurde, waaronder het hele Oude Testament.[i]

Uiteindelijk hield hij een heel dun Bijbeltje over.

Het is verstandiger je aan Paulus woorden te houden die in 2 Timotheüs 3 schrijft over de ontaarding in de laatste dagen (2 Tim. 3:1-9) en het vasthouden aan de Schriften en aan de gezonde leer (2 Tim. 3:10-17).

2 Timotheüs 3 vers 16 zegt Paulus:
Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid.

Heel de Schrift.
Dus ook Prediker.

In het Hebreeuws wordt het boek aangeduid als Qohelet.

Qohelet komt van de stam qhl, dat ‘verzamelen, samenroepen’ betekent.

De Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, uit de derde eeuw voor Christus heeft als titel voor het boekje Qohelet: ekklèsiastès.

Ook de Delftse Bijbel uit 1477 noemt het boek Ecclesiastes.


Ecclesiastes is dus de Griekse vertaling van Qoholet en betekent ook ‘verzamelen’, ‘samenroepen’. 

De Deux Aes Bijbel (de Bijbel die de eerste gereformeerden gebruikten) uit 1562 heeft bij dit boek als naam ECCLESIAstes, de Predicker.

Je hoort het, er staat Prediker achter.

Zo ook bij de Statenvertaling uit 1637.
Zij heeft als titel van het boekje: Het Boeck ECCLESIASTES, Ofte PREDIKER, In ’t Hebreeusch genaemt KOHELETH.

De naam Prediker komt in zwang omdat Luther Qohelet vertaalde als Prediger.

Dankzij Luther is dus in Nederland de naam Prediker  gangbaar geworden voor het boek dat we dit jaar bestuderen.

Goed.
Dan rijst de vraag: Wie is de Prediker?
Wie heeft het boek geschreven?

Van belang bij deze vraag is dat de Babylonische Talmoed en de Septuagint het boek Prediker plaatsen tussen Spreuken en Hooglied.

Wij doen hetzelfde. 
Ook wij hebben de volgorde: Spreuken, Prediker, Hooglied.
Ook wij plaatsen Prediker tussen twee boeken die nadrukkelijk aan Salomo toegeschreven worden (Spreuken 1:1 en Hooglied1:1).

Daarom is altijd gedacht dat Salomo ook in dit Bijbelboek het woord voert en de prediker is.

Anders gezegd: Salomo is de Qoholet, de samenroeper.
Salomo is de Ecclesiastes.
Salomo is de Prediker.

Salomo dus.
Ondanks het feit dat zijn naam in het boek niet genoemd wordt.
Sinds de 18e en 19e eeuw wordt het auteurschap van Salomo bestreden, maar die discussies laat ik maar even voor wat ze zijn.

Prediker is in de Joodse traditie één van de vijf boeken van de Megillot, de feestrollen.

Hooglied, Ruth, Klaagliederen en Esther zijn naast Prediker de ander vier.

Deze rollen worden gelezen tijdens een van de Joodse feesten. 

Hooglied bij Pesach (vgl. ons Paasfeest).
Hooglied past dus goed bij het Avondmaal, maar dat terzijde.

Ruth wordt gelezen bij het Wekenfeest (vgl. ons Pinksteren).

Klaagliederen bij Tisja Beav (de 9e van Av), de meest sombere herdenkingsdag in het jodendom. Op deze dag wordt de verwoesting van de Eerste en Tweede Tempel in Jeruzalem herdacht.

 Esther wordt gelezen op het Poerimfeest (ook wel Lotenfeest genoemd).

Het boek Prediker wordt met het Loofhuttenfeest gelezen.

Loofhuttenfeest wordt ook wel Soekot genoemd. 

Soekot is de plaats waar het volk Israël voor het eerst een stop maakte in de woestijn na de exodus (uittocht) uit Egypte (Sukkoth). 
Het is ook de naam van de plaats waar Jakob rustte in het land Israël, nadat hij terugkwam uit zijn verbanning bij zijn oom Laban.

Elk jaar – tijdens het loofhuttenfeest – lezen onze Joodse broeders en zussen dus het Bijbelboek Qohelet ofwel Prediker.
Elk jaar weer…

Het boek is opgebouwd in drie delen.

Eén: een proloog, hoofdstuk 1:1-11.
Twee: de woorden van de prediker, hoofdstuk 1:12 tot 12:7.
En drie: een epiloog, hoofdstuk 12:8-14.

Het tweede deel, de woorden van Qohelet, de Prediker, dus van 1:12 – 12:7, is in vieren te verdelen:

2.1 Alles is ongrijpbaar (1:12-4:16)
2.2 Leven in een onzekere wereld ( 4:17-6:9)
2.3 Wijsheid is voor de mens ongrijpbaar (6:10-8:17)
2.4 Leven met eindigheid en onzekerheid (9:1-12:7)

Vanavond zitten wij bij het derde deel van het tweede stuk:
Wijsheid is voor de mens ongrijpbaar (6:10-8:17).

We lazen hoofdstuk 6:10 tot en met 7:14.

Het goede leven gewikt en gewogen
Pessimisme, optimisme en realisme.

Ik denk dat de meesten vanavond bij lezing gedacht hebben aan pessimisme.

Op de kring in de Voorhof zei iemand wat terneergeslagen te worden van de Prediker.
“Die Prediker is zo somber. Ik word er somber van”.

Weer een ander zei “Waarom lezen we dit boek? Moeten we niet juist het Evangelie lezen?”
“Wat voor nut heeft het?”

Hopelijk denkt diegene er vanavond om acht uur iets anders over Prediker.

In het gedeelte dat we vanavond lazen zegt Prediker (de “wijze”): De mens heeft het leven niet in de hand.

Wijsheid leert je dat te accepteren, zelfs als het leven pijnlijk, oneerlijk of verwarrend is.

Prediker zet zich dus af tegen oppervlakkig optimisme Het oppervlakkig optimisme van “alles moet leuk zijn”.

Niet alles is namelijk leuk, wat in het leven gebeurt.

Prediker laat zien dat echte wijsheid ontstaat door realisme.

Het gaat om realisme in Prediker.
Optimisme kan een ontsnapping uit de werkelijkheid zijn.
Pessimisme kan je beeld ven de werkelijkheid vertroebelen.

Prediker wil realistisch zijn.

Prediker 6:10-12.
10Wie en wat de mens is, werd al lang geleden vastgesteld: zijn naam is Mens en hij is niet in staat het op te nemen tegen Hem die meer macht bezit dan hij. 11Alles wat er meer over gezegd wordt, vermeerdert slechts de leegte. Wat is hiervan het voordeel voor de mens? 12Wie weet wat goed is voor de mens gedurende het luttel aantal dagen van zijn leeg bestaan? Ze zijn voor hem zo vluchtig als een schaduw. Wie kan hem vertellen wat er na hem komen zal onder de zon?

Je bent als mens beperkt.

Je kunt denken dat je een god bent[ii], maar je bent het niet.
Je kunt denken “Ik ben een jonge god”, maar of het zo is.

Je kunt het in ieder geval niet opnemen tegen God.


Heel je leven heb je niet zelf in de hand. 
Al wil je dat wel graag.

Je bent als mens kwetsbaar en sterfelijk.
Zwakker dan je vaak wil weten.

Daarbij weet niemand precies altijd het goede te kiezen, dat te kiezen wat echt goed is.
Je doet wellicht wel je best.

En: Niemand weet wat er na hem of haar zal gebeuren.

Menselijke controle en kennis zijn beperkt. 
Grote levensvragen blijven open.

Dan hoofdstuk 7:1–6.
Deze verzen kun je samenvatten met: Wijsheid komt niet uit plezier, maar uit tegenslag.

Prediker zegt dingen die ons tegen de borst kunnen stoten.

Hij zegt: Een goede naam is beter dan parfum.
Je karakter is belangrijker dan uiterlijk of succes.

Rouw is beter dan feesten.
Verdriet, pijn zet je aan tot nadenken.

Het huis van rouw leert meer dan het huis van plezier.
Dwazen zoeken vermaak; wijzen leren van ernst.

Niet omdat verdriet leuk is.

Niet omdat pijn leuk is.

Niet omdat tegenslag leuk is.


Integendeel. 

Verdriet doet pijn. 
En pijn wil je haast intuïtief vermijden.

En toch.
Pijn en verdriet confronteren je met wat echt telt.

Ga maar na.

Juist in een ziekenhuis, of op een ziekbed zie je wat echt belangrijk is.

In de verzen 7 tot en met 10 waarschuwt Prediker tegen valkuilen die we allemaal in meer of mindere mate kennen.

Vers 7.  Afpersing maakt de wijze dwaas, steekpenningen richten het hart te gronde.

Vers 8. Beter de voltooiing van de dingen dan dat ze beginnen, beter geduld dan ongeduld.  

Vers 9. Erger je niet te snel, want ergernis heerst in het hart van de dwaas.

Woede is gevaarlijk. Kan gevaarlijk zijn.

Vers 10. En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt.

Nostalgie (“vroeger was alles beter”) is dus geen wijsheid.

Vier verzen die op zich alle vier een preek waard zijn.

We leven in een gebroken wereld.
Van ons wordt innerlijke beheersing gevraagd. 
Geen cynisme.

In de verzen 11 en12 leert Prediker dat bezit beter kan samengaan met wijsheid.

Dat wijsheid de mens meer schaduw biedt in het leven dan bezit.

Wat heb je liever?
Wijsheid of bezit?

Toch geven zowel wijsheid als bezit geen volledige controle over het leven.


De verzen 13 en 14.
13Bezie het werk van God: wie maakt recht wat Hij krom heeft gemaakt?14Geniet dus op de goede dagen van het goede, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt. Geen mens kan in de toekomst zien.

De HEERE is ook Heer in tegenspoed.

Prediker zegt: “Kijk eens naar wat God doet”.

“Wat krom is, kun jij niet recht maken”.
Al zul je waarschijnlijk wel een poging wagen.


Er zijn (vers 14) dagen van voorspoed en dagen van tegenspoed.

Beide komen van God!
Da’s ook tegen Marcion en z’n dunne Bijbel.
Die zei: er zijn twee goden. 
De één geeft het kwade, de ander het goede. 

Da’s anders dan de oer-belijdenis van Israël:
4Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! (NBV 21)

4Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! (HSV)

Waar het om gaat is dat je als mens niet moeten denken dat jij het leven kan doorgronden of beheersen.

Als ik het samen moest vatten in één zin, dan zou ik zeggen: Echte wijsheid is niet het vermijden van pijn, maar het leren leven met grenzen, onzekerheid en Gods soevereiniteit.

Anders gezegd: het leven is niet maakbaar, niet altijd eerlijk en niet volledig te begrijpen, maar wijsheid leert je daarmee om te gaan zonder illusies.

Niet ongegrond optimistisch, niet ongegrond pessimistisch.

Realistisch.

Nou zijn wij zijn vanavond hier als Christelijke gemeenschap.
Als volgelingen van Jezus.
Besef je wel dat Jezus inhoudelijk volledig aansluit bij Prediker?

Ik noem vijf inhoudelijke punten, die je moet proberen te onthouden.

Punt één.
(1) Je bent als mens begrensd en afhankelijk van God.

Prediker zegt dat de mens het leven niet in de hand heeft; hij kan het “kromme” niet recht maken (7:13).

Jezus zegt:
27Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één dag aan zijn levensduur toevoegen?” (Mat. 6:27).


Jezus bevestigt dat volledige controle over en in het leven een illusie is.

Je zorgen maken verandert niets.

Wij christenen worden opgeroepen te leven in vertrouwen.

De juiste levenshouding is vertrouwen, niet beheersen.

Anders gezegd: Je moet niet alleen erkennen dat je als mens beperkt bent, maar leven uit afhankelijkheid van de Vader.
Leven van de geef. Van wat Vader geeft.

Punt twee. 

(2) Rouw is wijzer dan oppervlakkig plezier.

Prediker zegt dat het huis van rouw het hart vormt; feesten maken oppervlakkig (7:2–4).

Jezus zegt: “4Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.” (Mat. 5:4)

Ook Jezus noemt verdriet nergens zinloos of verkeerd.


Rouw opent je voor de waarheid dat je vergankelijk bent.
Rouw en pijn maken je ontvankelijk voor God.

Juist in de moeilijkste momenten van rouw en pijn heb ik God het sterkst ervaren.

Punt drie. 
(3) Waarschuwing tegen nostalgie en bitterheid.

Prediker zegt: “Zeg niet: waarom waren de vroegere dagen beter?” (7:10)

Jezus zegt: “Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.” (Luk. 9:62)

Zowel Salomo als Jezus waarschuwt tegen:

  • het blijven hangen in het verleden.
  • verbittering over hoe het leven liep.

Wij moeten niet constant terugkijken en in het verleden blijven hangen.

Nee, we moeten vooruit. 
Vooruit leven in vertrouwen.

Het beste komt nog.[iii]

Punt vier.
(4) Wijsheid (nadenken) beschermt, maar redt niet.

Prediker betoogt dat wijsheid wel waardevol is, maar geen ultieme redding brengt (7:11–12).

Jezus zegt:

36Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als dat ten koste gaat van zijn leven?” (Mark. 8:36).

Jezus bevestigt: verstand, succes, bezit zijn nuttig, maar niet beslissend.

Eigenlijk vult Jezus Salomo aan. 
Nodig is verzoening en nieuw leven, niet meer inzicht.

Punt vijf.
(5) God gaat over voorspoed én tegenspoed.
Punt één was (1) Je bent als mens begrensd en afhankelijk van God.
Punt twee (2) Rouw is wijzer dan oppervlakkig plezier.
Punt drie (3) is een waarschuwing tegen nostalgie en bitterheid.
Punt vier (4) Wijsheid (nadenken) beschermt, maar redt niet.
Punt vijf.
(5) God gaat over voorspoed én tegenspoed.

Prediker zegt: Goede én kwade dagen komen van God (7:14).

Jezus leeft dit Zelf uit.
Maakt het zichtbaar.

Hij is de vervulling van Predikers woorden.

Hij lijdt onschuldig.

Er is geen ontkomen aan.

In de hof van Gethsemané bidt Hij:

“Vader, als U het wilt, neem dan deze beker van Mij weg. Maar laat niet wat Ik wil, maar wat U wilt gebeuren.” (Luk. 22:42).

Hij vertrouwt tot het uiterste.

In het vertrouwen dat Vader recht zal doen, geeft Hij zelfs Zijn leven.

Tot op het kruis!

Tot in de dood!

Jezus gaat verder dan Salomo:

Waar de Prediker het raadsel onder woorden brengt, daar draagt Jezus het raadsel, aan het kruis.

Waar Hij het uitschreeuwt: “Waarom?” 
Goede vrijdag.

Met Pasen wordt het kromme omgekeerd en recht gezet door God!

Pasen. 
Vader zegt tegen de Zoon: “Kom nu maar uit het graf”.

Door lijden gaat Christus tot heerlijkheid.
Door lijden gaan christenen tot heerlijkheid.

In Romeinen 8 zegt Paulus: 18Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. 

Wij lazen de woorden uit de Filippenzen brief

11 (…); ik heb geleerd om in alle omstandigheden tevreden te zijn. 12Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek. 13Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.

In en na het concentratiekamp zei Corrie ten Boom:
Er is geen put zo diep, of Jezus is dieper.

En ik zeg: Hij is zoals Hij heet.
Immanuel: God met ons.
HEERE: Ik ben erbij.
Jezus: Zaligmaker. 

De Zaligmaker.

Van Salomo.

Van jou.

Van heel Zijn gemeente.

Hij belooft aan Zijn gemeente. Ook in Vreeswijk: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld”.

Onderweg geef Ik het Avondmaal, zodat je niet vergeet, jezelf steeds beslissend te binnen brengt: Mijn bloed, Mijn lichaam: voor jou!

Amen.


[i] Zie o.a. https://nl.wikipedia.org/wiki/Marcion_van_Sinope en https://historiek.net/marcion-van-sinope-verwierp-het-oude-testament/167450/en https://www.eo.nl/artikel/de-verraderlijke-zuigkracht-van-de-gnostiek en https://vroegekerk.nl/links/stromingen/marcion/ , d.d. 2026-01-06.

[ii] Vgl. Willem Kloos’ gedicht https://www.dbnl.org/tekst/kloo003verz01_01/kloo003verz01_01_0005.php, d.d. 2025-01-07.

[iii] Zie https://glismeijer.com/2023/12/30/het-beste-komt-nog/ en https://glismeijer.com/2024/01/21/het-beste-komt-nog-2/, d.d. 2026-01-07.

Categorieën Preken, Vreeswijk

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close