Te ver gezocht…

De keuzes die je maakt zullen altijd blijven staan
soms zijn ze doordacht en soms moet je er blindelings voor gaan.
Soms kies je de langste weg en je vindt ’t naast de deur,
soms heb je te ver gezocht maar het antwoord schijnt in al zijn kleur.

Het liedje is uit 2001.
Destijds gebruikte ik het nummer op een clubavond.

Enfin.
Maandag, Tweede Paasdag komt het liedje bij me boven.
Als ik de eerste slok neem.

Voor het eerst in zestig jaar zou ik namelijk op Tweede Paasdag een meubelzaak bezoeken.
De laatste weken had ik al wat gegoogeld op driezitsbanken en losse stoelen.
De hoekbank die we in 2023 vanaf een plaatje kochten, blijkt – zeker met verjaardagen – een onding.

“Het is ook niet verstandig meubels via internet te kopen”, vertrouwde ik Lianne al toe.Nochtans, op Tweede Paasdag naar Alexandrium rijden…
Er zijn grenzen.

Laat ik nu afgelopen week ontdekken dat in Ter Aar een meubelwinkel is.
“We kunnen daar ook eens kijken”.
“Volgens mij is daar ruime keus”.
“Ik weet de weg, want ik het er gisteren gepreekt”.

Zodoende rijden we ’s middags naar Ter Aar.
De rotondes langs de Gouwe worden soepel genomen.
De snelheid bij de camera’s aangepast.

In Ter Aar blijkt dat we de dorpskern door moeten richting Papenveer.
Ik voel medelijden opkomen.
“Je zult maar op vakantie zijn, of in een ziekenhuis liggen en de vraag krijgen ‘Waar kom je vandaan?’”. 

Na een paar honderd meters, zien we waar we moeten zijn.
“Een lange rij auto’s”
“Daarin mensen die dachten ‘Laten we vandaag eens…’”.
Zelfs ouders met kinderen.

Langzaam rijden we langs de winkel.
Alle parkeerplekken bij het pand zijn vol.
“Gisteren bij de kerk was het niet zo druk…”.

“Ik ga daar geen polonaise lopen langs stoelen en banken”.
“Laten we maar doorrijden”.
“We hebben wel een mooi ritje gehad”.

“Meen je dat nou echt?”

We rijden terug naar huis.
Bij Alphen besluit ik in een opwelling de N11 te nemen richting Bodegraven.
“Dan kunnen we wat bij de plas gaan drinken”.

Maar aangekomen bij ‘t Reeuwijkse Hout blijkt dat heel veel mensen hetzelfde hebben gedacht.
Alle invalide parkeerplekken zijn bezet.
Alle gewone plekken ook.

“Laten we maar naar huis gaan”.
“Ik rijd wel binnendoor, dan kom je in ieder geval langs de Museumhaven.
 Misschien is daar plek”. 

En zo gebeurt het dus dat je na omzwervingen uiteindelijk op een paar meter van huis belandt.
De ene invalideplek is er niet bezet.
Er blijkt een tafel voor twee vrij te zijn.

Ik neem een slok van een mij onbekende 0,0.
“Soms kies je de langste weg en je vindt ’t naast de deur”.

Categorieën Artikelen

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close