Preek over Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus gehouden in de Dorpskerk van Vreeswijk op 2 februari 2025.
Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
Ik kan me zo voorstellen dat er vanavond hier in de kerk – of thuis – mensen zijn die van tevoren gedacht hebben: ‘O, het gaat vanavond over de zonde. Als het allemaal maar niet te zwaar of te somber wordt.’
Vanavond Zondag 2.
Nou moet je direct vasthouden dat het uiteindelijk gaat om in de enige troost te leven en te sterven.
Vraag en antwoord één blijven constant aan de orde.
In Zondag 1, vraag en antwoord één belijden we:
Mijn enige, enige (!), – dat wil zeggen er is geen andere troost, geen ander houvast dan dát – mijn enige troost, mijn enig houvast in leven en in sterven is dat Hij vasthoudt.
Ik ben van Jezus!
Gekocht en betaald!
In antwoord 2 wordt dan geantwoord op de vraag: ‘Wat moet je weten zodat je met deze houvast gelukkig kunt leven en sterven?’:
‘Drie dingen.
1: Beseffen hoe groot mijn zonden zijn en hoe ellendig ik ben zonder God.
2: Hoe ik van al mijn zonden verlost kan worden.
3: Hoe ik God voor die verlossing moet danken.’
En dan begint Zondag 2.
In vraag 3 wordt gevraagd:
‘Waaruit ken je je ellende?’
‘Uit de wet van God’.
Met de wet zegt de Heere God:
‘Hier heb je een maatstaf, een meetinstrument.
Meet je leven maar eens na.
Peil het eens in de diepte’
En als ik dat doe… ontdek ik dat ik te kort kom.
Door de wet van God leer ik mijn ellende.
Waarom leert de Heidelberger dit?
Opdat je in de troost van Zondag 1 zult leven!
Nogmaals: daar gaat het uiteindelijk om.
Het gaat in de Kerk niet om de zonden.
Ook hier niet.
Het is ook niet de bedoeling dat je straks naar huis gaat en met droge ogen zegt: ‘De dominee heeft het mooi gezegd. Ik ben zondig, jij bent zondig. Hij is zondig en zij is zondig. Wij zijn allemaal zondig’.
Om er direct aan toe te voegen: ‘Wil je nog iets lekkers bij de koffie?’.
Nee.
Nee, neen en nog eens nee.
Het wordt gezegd opdat je tot Jezus vlucht.
Opdat je Jezus om de hals valt.
Opdat je bij Jezus blijft.
Opdat je blijft bij je enige houvast.
Opdat je het niet zoekt en vertrouwt op je eigen gerechtigheid.
Op je eigen vrome daden; hoe belangrijk die ook zijn.
De wet van God is hier de kenbron van de ellende.
Straks vanaf Zondag 32 komt die wet weer terug als regel van de dankbaarheid. Maar dat is voor later.
Nu wekt dat woord ‘ellende’ wellicht enige weerzin.
‘Er is al zoveel ellende in de wereld en begin jij in de kerk nou ook al…’.
‘Altijd die zonde’.
En dan komt vanavond ook de wet er nog eens bij.
Bij wet denken we aan regels die domweg beperkingen zijn van onze vrijheid.
‘Je mag zeker weer niet’.
‘In de kerk is het altijd dit mag niet en dat mag niet’.
Nou ja, als God zegt ‘Gij zult’, dan hebben wij daar vaak geen zin in.
En als God zegt ‘Gij zult niet’, dan denken wij vaak ‘Dat maken we zelf wel uit’.
Gemeente, dat mag ons best bezighouden vanavond.
Wij willen toch niet dat ons de wet gelezen wordt.
Wij hebben allemaal iets van: ‘Ik maak zelf wel uit!’
‘Ik maak zelf wel uit wat ik wel en wat ik niet doe’.
Vergis je niet, dat vreet diep door.
Je ziet het in onze samenleving.
Maar ook in onze gezinnen.
Ook in je eigen hart en leven.
Elke zondagmorgen wordt ons de wet gelezen.
Niet zozeer als samenraapsel van bepalingen.
Nee, het leven wordt in die wet bewaard.
De grenzen geven de veilige levensruimte aan.
Je kunt zeggen: binnen die grenzen bloeit het leven open, kan het leven zich ontplooien.
Zul je erom denken?
De wet van God is niet levensvreemd, maar wil een levenswet zijn. De wet strijdt niet tegen het leven, maar wil dat leven laten openbloeien.
Misschien moet ik dat eerst maar eens benadrukken.
Want dat heb ik hier in Vreeswijk nog niet zo gedaan.
De wet is allereerst een voorrecht.
Een voorrecht dat God aan Israël geschonken heeft.
En Israël was en is daar blij mee.
Nog steeds.
Denk aan het feest ‘Vreugde van de Wet’, Simchat Thora.
Want de wet schept orde in de chaos.
Psalm 19 zegt:
8De wet van de HEERE is volmaakt,
zij bekeert de ziel;
de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,
zij geeft de eenvoudige wijsheid.
9De bevelen van de HEERE zijn recht,
zij verblijden het hart;
het gebod van de HEERE is zuiver,
het verlicht de ogen.
We kunnen als christelijke gemeente de wet niet zomaar terzijde schuiven.
Wij kunnen ook niet zeggen ‘Wij hebben niks met Mozes. Wij houden het met Jezus’.
Jezus laat zich nooit tegen Mozes uitspelen, al proberen de Farizeeën dat wel.
Is je wel eens opgevallen waar de wet mee begint?
De wet begint met ‘Ik ben de HEERE Uw God’.
Direct moet duidelijk zijn dat het in de wet van God gaat om het leven met God.
Om het verbondsleven dus.
De HEERE zegt ‘Zo wil ik met je omgaan als de HEERE, jouw God.
En zo zul jij met mij omgaan. Bewaar mijn geboden, die Ik jou als jouw God geef’.
Als we dat vergeten, dan breken wij de wet af. We slaan ‘m dan aan stukken.
Dan houden we alleen geboden over.
Tien geboden, twintig geboden, dertig geboden; hele boeken met geboden.
Dus onthouden: de wet is de wet van onze God.
De wet van de God van onze Doop, de God van het verbond.
Je kunt je niet met de wet bezighouden en niet met God.
Je kunt je ook niet met God bezighouden en dan Zijn wet naast je neerleggen.
Goed, de wet van God.
Wat eist God nou van ons?
Van jou?
Dat kan ik in één woord zeggen: liefde.
De Heere Jezus heeft ons deze samenvatting van de wet gegeven.
Een samenvatting die Hij haalt uit Deuteronomium 6 en Leviticus 19.
Het gaat om liefde.
Liefde tot God, liefde tot de naaste.
Dat is belangrijk, temeer omdat wij soms denken het een heel eind te brengen met de geboden van God.
We zeggen het niet, maar denken:
Geen andere goden voor Zijn aangezicht?
Nee, die heb ik niet. Plusje.
Geen gesneden beeld?
Nee, de buurvrouw heeft een Boeddhabeeldje in de tuin, maar ik niet. Plusje.
Eert uw vader en uw moeder?
Nou best wel. Ik ga elke week langs, of ik bel. Ik ben geen slecht kind voor mijn ouders. Plusje.
Gij zult niet stelen? Nee nooit gedaan. Plusje.
Gij zult niet doden? Ook een plusje.
Wij plussen graag.
Maar dan is daar het gebod: ‘Gij zult liefhebben!’
Lukt het?
Hieruit ken ik mijn ellende.
Dat mijn leven vervreemd is van de liefde.
Want in de liefde gaat het om alles of niets.
U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart,
met heel uw ziel en met heel uw verstand.
Heb ik Hem lief met mijn hele hart, mijn hele ziel, mijn hele verstand, met al mijn kracht?
Heb ik een liefde zonder grenzen?
Niet naast ons leven, maar liefde die ons leven uitmaakt.
Die liefde eist de wet van God van mij.
En daar komt ook nog eens dat tweede – daaraan gelijk – bij: ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’.
Heb ik de naaste lief met ‘heel mijn hart’, ‘heel mijn ziel’, en ‘heel mijn verstand’?
Lukt het?
Draait het bij jou en mij vaak niet om het eigen ik.
Zeg eens.
Heb je dat liefdegebod gehouden?
Geen mens kan toch zeggen: ‘Ja ik voor de volle 100%’.
Niemand.
Het gebod van de liefde is een voltreffer.
Moet jij niet zachtjes tegen de HEERE zeggen: ‘Nee, Heere God. Ik heb niet gedaan zoals U dat van mij vraagt’.
Soms denk je: ‘Ik zal voortaan nog beter mijn best doen. Een beter mens worden’.
Lukt het?
De wet is volmaakt.
Ben je volmaakt?
Natuurlijk is niemand volmaakt.
Zet maar een streep onder dat woordje natuurlijk.
Ik ben van nature geneigd, ik heb een aangeboren neiging God en mijn naaste te haten.
Ik leef niet naar de wet van de liefde.
Ik leef er vaak dwars tegenin.
Ik ben niet alleen beneden de maat, maar ook zo tegen de draad.
Schrik je ervan?
Wees eens eerlijk.
Flitst er wel eens iets van haat tegen God naar boven. Bijvoorbeeld als Hij het leven zo leidt dat je er geen wijs meer uit kunnen worden.
Zomaar een flits, even.
De catechismus zegt dat wij niet soms geneigd zijn, maar van nature geneigd zijn.
Ik heb geen aangeboren neiging tot liefde, maar tot haat.
Het wordt met en door schade en schande geleerd.
Uit de wet van God.
Ingrijpend deze zondag van de Heidelberger.
Zondag 2 is donker, vind u niet?
Iemand denkt misschien ‘Wat een zwartgalligheid’. ‘Overdreven’.
Was het maar waar.
Ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten.
Wat lazen we net ook alweer bij de apostel Paulus?
10En het gebod, dat tot leven had moeten leiden, bleek voor mij de dood te betekenen.
Ik buig mijn hoofd.
De wet is wel een spiegel genoemd.
Kijk in de spiegel.
Wat zie je?
Liefde?
Ik ben bang van niet.
Soms kun je denken: ‘Ik wou dat God wat minder eiste. Wat water bij de wijn deed. Een keer een overtredinkje, is dat nou zo erg…’.
Of je denkt: ‘Ik wou dat God mij eens helemaal met rust liet’.
Toen hij oog voor Gods oordeel kreeg zei Luther dat hij de Heere God wel van zijn rechterstoel weg wilde duwen.
Want hij wist wel waar het laatste oordeel op uit zou lopen.
Hoe wist hij dat dan?
Uit de wet.
Gemeente, geloof en belijd je Zondag 2 mee?
Wij hebben het eigenlijk niet zo graag over zonde.
Wij hebben het liever over onze vriendschap met God, dan onze vijandschap tegen God.
Wij hebben het liever over wat wij zullen.
We zijn allemaal toch godsdienstige, vrome mensen?
Wij zus, wij zo. Wij dit, wij dat.
Maar voor je het doorhebt ga je aan Hem voorbij.
De enige troost in leven en in sterven, is dat Hij voor mijn zonden volkomen betaald heeft.
De enige troost staat op Zijn Naam.
Hij heeft nooit vergeten wat de wet van Hem eist.
Hij is gehoorzaam in de weg van zijn Vader gegaan.
Ik ben geneigd – ik beken het – geneigd tot het kwaad.
Ik ben een doeniet.
Ik ben een deugniet.
Dat is mijn ellende.
Wat is de enige troost voor een doeniet?
Dat Christus het gedaan heeft!
Wat is de enige troost voor een deugniet?
Dat Hij in mijn leven is neergedaald en mijn dood heeft willen sterven.
Christus leeft.
In die enige troost mag ik leven en sterven.
Ik moet afleren te denken dat ik het met de wet wel red.
Dat ik met de wet wel in de hemel kom.
Ik moet mij helemaal toevertrouwen aan Jezus.
Ik moet helemaal leven van en uit Jezus.
Slechts in de enige troost, als eigendom van Jezus, heb ik God echt en recht lief.
Slechts in de enige troost, als eigendom van Jezus, heb ik mijn naaste lief.
Jezus alleen en helemaal, dat leerde Paulus.
En wat geeft hij mee – en daarmee rond ik af – wat geeft hij mee in Romeinen 13?
8Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.
Amen.

3 gedachten over “Zondag 2”