Preek over Mattheüs 4:12-22 gehouden in de Dorpskerk bij het afscheid van de Hervormde Gemeente van Vreeswijk (Nieuwegein) op 25 januari 2025.
Gemeente van onze Heere Jezus Christus,
Je zou kunnen zeggen “Het begint met hem”.
Dat is wel niet helemaal waar.
Of eigenlijk: “helemaal niet waar”.
Want het begint al in de eeuwigheid.[i]
Maar goed.
In kinderbijbels beginnen we met hem.
Hij veroorzaakte veel rumoer.
Nu is het stil…
Hij bracht massa’s mensen op de been.
Nu is er niemand…
Ooit stonden mensen in de rij om gedoopt te worden.
Nu geen rijen meer.
Ooit beleden mensen hardop hun zonden.
Nu wordt er niets meer beleden.
Misschien wordt er wel weer gewoon gewezen op fouten van de ander.
Misschien zijn mensen weer drukker met de zonden van de ander dan met die van zichzelf.
Zijn spreken was profetisch, dat voelde je aan.
Hij riep het uit: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’.
Het had iets urgents, iets van “doe het nu”, “stel niet uit”.
Sommigen zeiden dan ook: het heeft iets veelbelovends.
“Het koninkrijk komt”.
Anderen zeiden echter: het heeft iets angstaanjagends.
“Het oordeel komt”.
Ondertussen nam hij geen blad voor de mond.
Hij durfde vooral de zelfgenoegzame, vrome godsdienst te tarten.
Mensen die het best wel met zichzelf getroffen hadden.
Mensen die vonden dat God het best met hen getroffen had.
Mensen die dankten, dat ze niet waren als… zondaars.
Hij zei: Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je het komende oordeel kunt ontlopen?
8Breng liever vruchten voort die tonen dat jullie tot inkeer gekomen zijn.
9En denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!
10De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.[ii]
Dat laatste maakte sommigen ook een beetje zenuwachtig.
Ben ik wel goed genoeg?
Breng ik wel goede vruchten voort?
Straks word ik omgehakt en in het vuur geworpen.
Je begrijpt die mensen wel die hun zonden beleden.
Mensen maakten schoon schip.
Ze wilden God recht aan kunnen kijken.
Zonden worden hardop beleden.
Alles wat niet goed is wordt niet goed gepraat, maar beleden.
Hardop, eerlijk.
Terwijl anderen het kunnen horen.
Opmerkelijk: niemand is snel uitgepraat.
Zonden belijden en dan dopen.
Ondergaan in het water… om vervolgens op te staan in een nieuw leven.
Gereinigd, klaar voor het Koninkrijk…
Dat was eerder.
Daarom zou je kunnen zeggen “Het begint met hem”.
Maar het begint niet met hem.
En het gaat niet om hem.
Ook deze voorganger is een voorbijganger…
Nu zit hij in een gevangenis.
Uit gedoopt.
Ik kan me voorstellen dat hij denkt:
“Wat is het nu het resultaat van al die dopen?”
“Wat is de vrucht van al mijn werk?”
“Wat komt er nou allemaal van terecht?”
Ziet hij de bijl waarvoor hij waarschuwde?
Ziet hij al iets van het komende oordeel waarvoor hij waarschuwde?
Ziet hij iets van bekering?
Van toewijding?
Hij ziet alleen maar gevangenismuren.
Hoort hij veel van de Man waarnaar hij wees?
“Zie het Lam” had hij geroepen.
Het Lam, de Man, Jezus, die hij eerst niet had willen dopen.
Omdat hij wist dat hij Jezus niet moest reinigen.
Integendeel, Jezus moest hem reinigen.
Daarom had hij – Johannes – gezegd: “Na mij komt iemand die machtiger is dan ik; ik ben het zelfs niet waard om zijn sandalen voor Hem te dragen.
Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur;
12Hij houdt de wan in zijn hand, Hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.’.”[iii]
De voorganger is een voorbijganger.
Het begint niet bij hem.
Het eindigt niet bij hem.
Het begint niet met hem.
Het eindigt niet met hem.
Het gaat ook niet om hem.
De blik gaat bij Mattheüs dan ook van Johannes naar Jezus Christus.
Om Hem, is het te doen: Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.[iv]
In vers 13 lezen we dat Jezus Nazareth heeft verlaten en in Kapernaüm gaat wonen, aan het meer van Galilea.[v]
Het dorp van Nahum ligt in het gebied van Zebulon en Naftali, in het noorden van Israël.
Zo wordt de profetie van Jesaja vervuld.[vi]
Van Jezus lezen we niet dat Hij doopt.
Wel dat Hij preekt.
Zijn preek lijkt hetzelfde als die van Johannes.
“Kom tot inkeer want het koninkrijk van de hemel is nabij!”
Kom tot inkeer.
Bekeer je.
Draai je leven om.
Richt je leven nu op God!
Waarom?
Het koninkrijk van de hemel is nabij.
Vorige week preekte professor Immink daarover.
In Jezus komt het koninkrijk nabij.
Het is en komt.
Ik hoef je niet te vertellen dat veel mensen vraagtekens hebben en zetten bij dat nabij zijn van het koninkrijk.
Zo vroeg Reve “Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?”.
Al in Petrus’ dagen zijn er mensen die smalend zeggen: 4‘Waar blijft Hij nu?’.
‘Hij had toch beloofd te komen? De generatie aan wie deze belofte is gedaan is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’[vii]
Hella Haase zei: Er verandert niets, er kán niets veranderen, wanneer wij niet zelf veranderen.
Jezus ziet twee broers, Simon (Petrus) en Andreas.
Het zijn vissers.
Ze werpen hun netten uit in het meer.
Ze zijn aan het werk.
Tegen hen zegt Jezus: ‘Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’
VDM, visser der mensen.[viii]
Wat mij opvalt is dat Simon en Andreas niet zeggen: “Even wachten, wij moeten eerst…”
Of: “Ja hallo…” of “Sorry hoor, we zijn aan het werk”.
Ook niet “Waarom zouden we?”.
“Mijn moeder zei altijd: niet met vreemden mee”.
Nee, meteen laten zij hun netten achter en volgen Hem.
Ze laten alle werk liggen en volgen.
Even verderop ziet Jezus twee andere broers.
Jakobus en Johannes.
De broers zijn met hun vader Zebedeüs in hun boot bezig met het herstellen van de netten.[ix]
Ook hen roept Jezus.
Ook zij laten meteen alles achter en volgen Hem.
En vader Zebedeüs roept hen niet na: “Ho ho, waar gaan we heen mannen. Eerst het werk afmaken…”.
Opmerkelijk.
Met gezag roept Jezus mensen in Zijn dienst.
En die mensen die Hij selecteert zijn geen leerlingen van een jesjiva of Talmoedschool in Jeruzalem of zo.
Nee, Jezus kiest voor vissers rondom het Meer van Galilea.
Jij daar.
Hier komen.
Volg Mij.
Zo doet Hij dat vandaag nog:
Jij daar.
Hier komen.
Volg Mij.
Dan volgt vers 23.
Dat vers hebben we niet gelezen, maar ik noem het je wel, omdat ik denk dat het belangrijk is.
Het gaat namelijk in het volgende vers helemaal niet over wat Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes doen.
Het gaat ook niet over wat Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes moeten gaan doen.
Dat zouden wij wel verwachten.
Je wordt geroepen.
Je gaat volgen.
En het eerste wat je zegt is: “Wat moet ik doen?”.
Dus bij de roeping van de discipelen denk je: “Wat moeten ze gaan doen?”
Maar… er staat niets over wat ze moeten gaan doen.
Niets over handen opleggen, profeteren, vlaggen in de Geest of wat dan ook.
Er staat ook niets over een discipelschapstraining.
Er staat niets over een theologische opleiding die ze moeten gaan volgen.
Er staat niets over cursussen, weekenden, studiedagen.
Nee, na de oproep “Volg Mij” staat de Roeper centraal.
Discipelen moeten alleen maar volgen.
Anders gezegd: na de roeping staan niet de geroepenen centraal, maar de Roeper.
Jezus zelf!
Lees vers 23 maar.
Jezus trekt rond in heel Galilea.
Niet de discipelen, maar Jezus geeft onderricht in synagogen.
Niet de discipelen, maar Jezus verkondigt het goede nieuws over het koninkrijk.
Niet de discipelen, maar Jezus geneest iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.
En in de verzen 24 en 25 lees je dan:
Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Syrië. Allen die ergens aan leden en gekweld werden door een ziekte of door pijn, en ook bezetenen en maanzieken en verlamden, werden bij Hem gebracht en Hij genas hen. 25En grote groepen mensen volgden Hem, uit Galilea en de Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.
Boven de preek had ik eerst gezet: volgeling, discipel.
Later dacht ik, het zou eigenlijk “voorloper en nalopers” moeten zijn.
Ooit zei dominee Poort iets dat elke volgeling, elke discipel elke naloper zich ter harte zou moeten nemen: “De HEERE heeft je wel een taak gegeven, maar Hij heeft Zijn werk niet aan je uitbesteed”.
De Kerk is Zijn werk.
Laat dat een les zijn voor ons allemaal.
Hij gaat om wat Hij doet.
Ook in Handelingen.
Wij noemen dat boek wel Handelingen der (van de) apostelen, maar het gaat over de handelingen van de verhoogde HEERE, Jezus Christus.
Hij staat centraal.
Ook hier moet Hij centraal staan!
Jezus in het middelpunt.
Jezus in het middelpunt.
Dat is in het Mattheüs-evangelie ook zo.
Niet de voorloper staat daar centraal.
Niet de nalopers staan centraal.
De meelopers trouwens helemaal niet.
Het Lam, Jezus, de gekruisigde en opgestane Heer staat centraal.
Alles draait om Hem.
Niet om wat discipelen moeten.
Maar om wat Hij doet!
Zul je dat onthouden?
Jij bent toch ook geroepen tot navolging, discipelschap.
Jij loop Hem toch na?
Niet wat jij moet!
Maar wat Hij doet!
Discipelschap, volgeling zijn is dan ook niet krampachtig leven.
“Je moet zus en je moet zo en dit en dat. En vooral niet dat…”
Nee, discipelschap is niet een benauwd, maar een nauw leven – nauw verbonden met de Heere Jezus.
Ontspannen leven, van wat Hij geeft.
Ons beleidsplan heet niet voor niets verbondenheid.
De verbondenheid met God gaat voorop.
De verbondenheid met elkaar, elk-ander en de wereld volgen daarop.
Het “Ik zal” van God gaat altijd voorop.
Dat was bij Adam zo.
Dat was bij Abraham zo.
Dat was bij Jakob, Israël zo, enzovoort.
“Ik zal”.
Dat is bij Petrus, Andreas, Johannes, Jakobus ook zo.
“Ik zal”.
Dat is bij jou ook zo.
Jezus zegt ook tegen jullie: “Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.”
Hij zegt niet “Jij moet mensen vissen! En snel…”
Hij zegt: “Ik zal”.
Kijk maar hoe het verder gaat in het evangelie met Petrus, Andreas, Johannes en Jakobus en de later geroepen discipelen.
Die discipelen vallen best tegen.
Eén discipel zal Hem verraden. (26:49)
Allen zullen Hem in de steek laten en op de vlucht slaan (26:56).
Discipelen vallen tegen.
Ook vandaag kunnen discipelen best tegenvallen.
Maar – God zij dank – het gaat ook niet om hen.
Het gaat niet om voorlopers en nalopers.
Ook niet om meelopers.
Het gaat om Hem.
Om Jezus.
Daarom Zondag 11 erbij vanmorgen.
Want het gaat om Jezus.
En Jezus betekent Zaligmaker.
Dat Hij Jezus heet, dat Hij Jezus is, daarin ligt al ons heil.
Hij is zoals Hij heet.
Hij maakt ons zalig.
Hij verlost van al onze zonden.
Bij niemand anders moet je dus de zaligheid zoeken, want bij niemand anders is het te vinden.
Wie deze Zaligmaker met echt geloof aanneemt, heeft alles wat tot de zaligheid nodig is, zegt de Catechismus.
“Alles”.
En daarom heb ik hier gezegd: “Jezus alleen en helemaal”.
Vanmorgen worden discipelen geroepen.
Jij daar.
Hier komen.
Volg Mij.
Petrus, Andreas, Johannes, Jakobus volgen.
Jij toch ook?
En tegelijk besef je.
Het gaat niet om mij.
Het gaat om Hem!
Voorgangers zijn voorbijgangers.
Ik ben dankbaar dat ik hier in Vreeswijk voorganger mocht zijn.
Maar het gaat niet om mij.
Het gaat om Hem.
Om het Lam.
In Hem breekt het Koninkrijk aan.
Zij komst, Zijn wederkomst zal het heil volkomen doen zijn.
Zo aan het einde heb je, herstel heb ik, de neiging om mijn periode hier in Vreeswijk te willen evalueren.
Vragen te stellen als “Wat heeft het uiteindelijk gebracht en opgeleverd?”.
Maar dat zal blijken bij Zijn komst in heerlijkheid.
Ik moet dat allemaal loslaten.
Loslaten, maar wel in de wetenschap dat Hij vasthoudt.
Mijn dienst hier begon ik met de woorden:
3Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden,
4tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u.[x]
Ik preekte over hopen, geloven en liefhebben.[xi]
We bespraken daarna zelfs de hele eerste brief van discipel Petrus.
Daarom geef ik Petrus ook het slotwoord.
Hij zegt, ook tot jullie:
10 … God, de bron van alle genade, die u geroepen heeft om in Christus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister, Hij zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet zult wankelen.
11Hem komt de macht toe, tot in eeuwigheid. Amen.[xii]
Amen
[i] Vgl. o.a. Efeze 1:4.
[ii] Zie Mattheüs 3:7-10.
[iii] Zie Mattheüs 3:11-12.
[iv] Zie Mattheüs 1:1.
[v] ‘Kapernaüm is afgeleid van het Hebreeuwse Kefar Nachum, dorp van Nahum. Waarschijnlijk is het huidige Tell Hum bedoeld of anders Khan Minya. In deze plaats was een synagoge (Joh. 6:59). Josephus beschrijft de vruchtbare omgeving.
[vi] Zie Jesaja 8:23.
[vii] Zie 2 Petrus 3:4.
[viii] V.D.M. staat voor Verbi Divini Minister. Een Latijnse term die “Dienaar van het Goddelijke Woord” betekent.
[ix] M.J. Paul schrijft ‘Op grond van vergelijking van vermeldingen in de evangeliën is het mogelijk (maar niet zeker) dat de moeder van deze broers, en dus de vrouw van Zebedeüs, Salome was (27:56; Mark. 15:40; 16:1). Zij was de zuster van Maria, de moeder van Jezus (Joh. 19:25). Wanneer deze reconstructie juist is, heeft Jezus twee neefs geroepen om Hem te volgen.’ In dr. M.J. Paul, Mattheüs – ‘Bijbelverklaring met Joodse en archeologische achtergronden’, Apeldoorn: Labarum Academic, 20252.
[x] Zie 1 Petrus 1: 3 en 4 in de HSV.
[xi] Zie https://glismeijer.com/2019/03/03/hopen-geloven-en-liefhebben/, d.d. 2026-01-19.
[xii] Zie 1 Petrus 5:10 en 11. Dat is trouwens niet de laatste zin van de brief. Dat is vers 14 waar staat: “Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde. Vrede zij met u allen, die één bent met Christus”.

1 gedachte over “Voorloper en nalopers”