Voorloper en nalopers (meditatie)

De afscheidspreek samengevat in een meditatie over Mattheüs 4, verschenen in de Bazuin. De Bazuin is het gezamenlijke kerkblad van de hervormde gemeenten Benschop, Harmelen, Jaarsveld, Linschoten, Lopik, Lopikerkapel, Montfoort, Polsbroek en Vlist, Vreeswijk-Nieuwegein en IJsselstein. De foto maakte ik in de kathedraal van Monreale (Sicilië). Ook daar wijst Johannes op het Lam.

Je zou kunnen denken: het begint met hem.
Met de Doper, Johannes.
Met die stem in de woestijn.
Hij schudt mensen wakker.

Maar er gaat een heel Oude Testament aan hem vooraf.

Daarbij: het begint niet bij een mens.
Het begint niet bij een profeet.
Het begint niet bij een voorganger.
Het begint niet bij een voorloper.
Het begint niet bij een naloper.

Nee, het begint bij God Zelf,
in Zijn eeuwige raad en ontferming.

En toch…
Johannes staat daar wel.
Hij roept.
Hij preekt
Hij doopt.
Hij wijst.

Toen kwamen de mensen.
Er werd geluisterd.
Zonden werden beleden.
Er werd gedoopt.

Nu is het stil geworden.
Geen rijen meer.
Geen openlijke schuldbelijdenis.

Johannes woorden hadden scherpte.
Urgentie.

“Kom tot inkeer,
want het Koninkrijk van de hemel is nabij.”

Johannes spaarde vooral de vrome zelfverzekerdheid niet.
Het vertrouwen op afkomst.
Op godsdienst.
Op een leven dat er aan de buitenkant netjes uitziet.

“Breng vruchten voort,” zei hij.

Geen schijn, maar zijn.
Werkelijkheid.
Geen woorden, maar leven.

Dat raakte.
Mensen vroegen zich af:
“Hoe sta ik voor God?”
“Wat blijft er over als alles wordt weggenomen?”
“Hoe moet het als God oordeelt?” 

Ze kwamen.
Ze beleden.
Hardop.
Eerlijk.

Ze gingen het water in.
Niet om iets te presteren,
maar om het oude te begraven.
Om gereinigd te worden.
Om te leven van genade.

Maar… Johannes is een voorbijganger.
Ook hij.
Het draait niet om hem.

Nu zit hij gevangen.
Achter muren.
Afgesneden van de stroom van mensen.

Misschien vraagt hij zich af:
“Wat is er terechtgekomen van mijn roep?”
“Waar is de vrucht?”

Hij had gewezen.
Niet naar zichzelf.
Maar naar die Ander.

“Zie het Lam.”

Johannes wist:
Hij, Jezus hoeft niet gereinigd te worden.
Hij, Jezus reinigt.

En zo verschuift het Evangelie de aandacht.
Van Johannes
naar Jezus.

Jezus verlaat Nazareth
en gaat wonen in Galilea.
In het gebied waar licht opgaat
voor wie in duisternis woont.

Ook Hij zegt:
“Kom tot inkeer,
want het Koninkrijk van de hemel is nabij.”

In Hem komt het Koninkrijk zelf dichtbij.
Niet als idee,
maar als Persoon.
Concreet laat Hij het koninkrijk zien.
Dat is en komt.

Jezus loopt langs het meer.
Hij ziet vissers.
Mensen aan het werk,
met hun handen vol leven.

“Kom, volg Mij.”

Geen uitleg.
Geen voorwaarden.
Geen uitstel.

Ze laten los.
Meteen.
Netten.
Zekerheid.
En ze volgen.

Wat dan opvalt in vers 23 en volgende:
na die roeping staan de discipelen niet centraal.
Niet hun inzet.
Niet hun geloofskracht.

Maar Hij, Jezus.

Hij onderwijst.
Hij verkondigt.
Hij geneest.

Discipelschap begint niet bij wat wij doen,
maar bij wat Hij doet.

Dat geeft rust.
Ontspanning.
Vrijheid.

Het “Ik zal” van God gaat altijd voorop.
Dat was zo bij Abraham.
Dat was zo bij Petrus.
Dat is zo bij ons.

In het evangelie zal blijken dat discipelen tegen kunnen vallen.
Toen.
Nu.

Maar God zij dank:
het gaat niet om hen.
Het gaat om Hem.

Jezus.
Zaligmaker.

Wie Hem gelooft,
heeft alles wat nodig is tot de zaligheid.

Jezus alleen.
En helemaal.

Voorgangers zijn voorbijgangers.
Gemeenten veranderen.
Tijden gaan voorbij.

Maar Hij blijft.
En Hij houdt vast.

En daarom mogen wij leven
in hoop,
in geloof,
in liefde.

God, de bron van alle genade, die u geroepen heeft om in Christus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister, Hij zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet zult wankelen.

Hem komt de macht toe, tot in eeuwigheid. Amen.

Categorieën Theologie, Vreeswijk

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close