Boek van het jaar 2013

“Die lijstjes elk eindejaar weer, van de mooiste de duurste, populairste en best verkochte. Net zo stom als al die stomme polls ’t hele jaar.” twitterde een goede vriendin.

Net daarvoor had ik een herziene versie van “Het beste boek van 2013” naar de Waarheidsvriend verstuurd. Voor het oudejaarsnummer “laat de redactie” namelijk “graag een aantal mensen aan het woord over hun “beste boek van 2013”. “Wil je in 200 woorden de titel van het beste boek dat je dit jaar hebt gelezen (mag ook eerder verschenen zijn) en je leeservaring kort toelichten?” werd me in november gevraagd?
Natuurlijk wil ik dat en al snel groef ik in mijn geheugen: welke boeken zou ik kunnen noemen? Bovenaan zou de HSV Jongerenbijbel moeten staan. Da’s werkelijk een prachtige uitgave geworden. Maar kun je een Bijbelvertaling bovenaan een lijstje zetten? Is dat niet erg cliché? Of juist plat? De Bijbel kun je elk jaar wel bovenaan zetten. Net zo goed als het “Ere zij God” bovenaan de Top 2000 zou moeten staan.
Daarom groef ik door. Bij welke boeken had ik dit jaar een “moet ik hebben” gedachte en welke boeken boden een nieuw perspectief?
Er verscheen genoeg! “Het Handboek heidelbergse Catechismus” van Arnold Huijgen e.a.; “In Christus rechtvaardig” van Maarten Klaassen en last but not least “Zo zou je kunnen geloven” van Maarten Wisse. De laatste had ik op het moment van schrijven nog niet helemaal uit, dus die viel af. Stuk voor stuk mooie werken.

De keuze viel echter uiteindelijk op een boek dat in 2011 al op de markt verscheen: “Word vernieuwd. Een theologie van persoonlijke vernieuwing” door Wim van Vlastuin.
Ik las het boek tijdens de zomervakantie o.a. ter voorbereiding op het eindgesprek van de Master Gemeentepredikant aan de PThU, ook denkend aan het vervolg. Maar meer nog, omdat ik al jaren geïntrigeerd ben door het onderwerp: de heiliging en de verhouding tot de (forensische) rechtvaardiging.
De interesse is begin jaren ’90 begonnen toen ik Van Vlastuins Opwekking las. Het was de tijd dat ik droomde van – en heilig geloofde in – de komst van een opwekking. Graafland had in zijn Gereformeerden op zoek naar God gewezen op het werk van de Heilige Geest. J.H. Bavincks “Ik geloof in de Heilige Geest” en Molenaars “De doop met de Heilige Geest” werden aangeschaft. Ik verslond Erlo Stegens “Opwekking begint bij jezelf”, veel van Andrew Murray, Lloyd Jones, enz..
Tegelijkertijd ontdekte ik ook steeds meer mijn imperfectie en mijn dubbelheid. “Als de opwekking bij mij moet beginnen, wordt het nooit wat…” Door Kohlbrugge en de preken van o.a. M. Verduin kwam ik tot innerlijke rust. “Niet ik, maar Jezus is heilig. In Hem ben ik – onheilige heilige – volmaakt!”

Ondertussen kun je je bij Kohlbrugge weer afvragen: “Maar gebeurt er wat met de gelovige? Komt er iets van het opstandingsleven openbaar?”
De Goudse predikant Herman Herberts ((1540/1544 – 1607) ageerde tegen het klein beginsel van vraag en antwoord 114 van de Heidelbergse Catechismus, waarop de vraag “Maar kunnen degenen, die tot God bekeerd zijn, deze geboden volkomenlijk houden?” geantwoord wordt “Neen zij; maar ook de allerheiligsten, zolang als zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid; doch alzo, dat zij met een ernstig voornemen niet alleen naar sommige, maar naar al de geboden Gods beginnen te leven.” Herberts vindt dit antwoord – net als Coornhert trouwens – veel te mager. Daarbij wordt in het “klein beginsel” het appel op de moraal bij voorbaat onderuit geschoffeld, meenden zij.

In 1592 publiceert de Particuliere Synode Zuit-Hollant, een “Kort end’ waerachtig verhael, waeromme de particuliere Synodus van Zuyt-Hollant het boeck Hermanni Herberts / Predicants ter Goude / genaemt Korte verklaringe over de woorden Pauli, Roman. 2. &c. als onsuyver end’schadelick gheoordeelt / ende hem van het Predick-ampt ghesuspendeert of opgheschort heeft.“ Daarin staat over Herberts te lezen dat hij “…onlancx (…) opentlick te predicke vande Volkomenheyt /op sulcker wijse gelijck die van eenighe dwalende gheesten geschreven wort: Datter namelick de mensch toe komen kan in dit leven: en misbructe daer toe den tekst Philip.4.13. alwaer Paulus seyt: Ick vermach alle dinck door Christum /die my machtich maect. En seyde vrij wt op den predicstoel / datter wel waren die sulcke leere niet geerne hoorde / maer dat het gheseght most zijn /al soude daer twist oft strijt om vallen. (…) ”hy dreef van nyeus seer hart de leere der volcomenheyt / en leerde dat de gerechticheyt wesentlick in ons vervult most werden / etc. rondt wt verwerpede de tegenleere vande toegerekende rechtveerdichheyt / inden Catechismo begrepen.”
Over die toegerekende rechtvaardigheid had Castellio reeds gezegd dat het een “waangerechtigheid” is. Voor een dronkaard bestaat volgens Castellio geen toegerekende nuchterheid, voor een zondaar geen toegerekende rechtvaardigheid. Een zondaar moet ophouden met zondigen om rechtvaardig te worden, zoals een dronkaard ook moet ophouden met drinken om nuchter te worden.

Op de Nationale Synode in Den Haag (1586) gaat Herberts uiteindelijk ook akkoord met vraag en antwoord 114 al verstaat hij het klein beginsel “int respect van de allervolmaeckste heyligheyt dewelcke sy sekerlick sullen hebben int eeuwige leven / namelick int Rijke der glorie”.

En dat brengt ons terug bij Van Vlastuin, die ook een eschatologisch voorbehoud heeft. In het vierde hoofdstuk – met de veelzeggende titel “Er is meer” – bespreekt Van Vlastuin o.a. Wesley en de Keswick beweging. En al lezend dacht ik dat mannen als Herberts en andere (pre-) remonstranten zich (h)erkend zouden voelen, of in ieder geval serieus genomen…

“Word vernieuwd” is een boek om te lezen en te herlezen. Opvallend vond ik de breedte, de zorgvuldigheid en de nuance. Een nuance die onbedoeld (!!!) het bevrijdende van de Reformatie – sola gratia! Het heil ligt buiten ons – ook kan vertroebelen. Dat de gelovige toch weer teveel op zichzelf gaat kijken en met sluitredes gaat werken, het in zichzelf gaat zoeken, in plaats van zich geheel op Hem te werpen en het op Hem te houden.
Rechtvaardigen is immers rechtvaardig verklaren. Wij worden zalig en heilig verklaard. Niet door een paus, maar door God Zelf in Christus (1 Kor. 1,30).

“Die lijstjes elk eindejaar weer, van de mooiste de duurste, populairste en best verkochte. Net zo stom als al die stomme polls ’t hele jaar.” En toch ben ik blij dat zo’n lijstje wel de mogelijkheid biedt om even te reflecteren, al is ’t waar: zonder lijstje had het ook gekund.

Reacties zijn gesloten.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: