Zondag 1

Preek gehouden op 27 oktober 2019 in de Dorpskerk over Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Voor mijn gevoel zijn wij vanavond bij de kern van ons gemeente-zijn beland.
Sterker nog, bij de kern van ons bestaan.
Dus bij de kern van ons eigen leven en bij de kern van ons gemeenteleven.

En dat dankzij een belijdenisgeschrift, een vragen en antwoordenboekje uit de 16e eeuw.
Nu kun je zeggen: “Moet zo’n oud geschriftje weer ter sprake worden gebracht. We leven in de 21e eeuw, in een totaal andere tijd dan toen het geschriftje geschreven en uitgegeven werd”.

Ja, tijden veranderen.
Nieuwe tijden, nieuwe vragen.
Andere tijden, andere vragen.

En toch.

Met Zondag 1 wordt niet alleen de kern van de Reformatie aangegeven. Komende week is het Hervormingsdag…
Met Zondag 1 belanden we bij de kern van ons leven.

Er wordt een vraag gesteld.
En er wordt een antwoord aangereikt.

Eerst de vraag:
Wat is uw enige troost, zowel in leven als in sterven?
Je zou ook kunnen vragen: “Wat is je houvast, zowel in het leven als in het sterven?”

Het is geen vraag, die we dagelijks aan elkaar stellen.
In de rij van de supermarkt, of zo.

Het is ook geen vraag die jongeren aan elkaar stellen… Op school of zo.
“Zeg Henk, wat is jouw houvast in leven en sterven?”

Nee, als je jong bent, dan ben je meestal niet zo met dit soort vragen bezig.

Twintigers, dertigers, veertigers ook niet zo, denk ik.
Je bent jong, hebt nog een leven voor je en je bent meer bezig met carrière maken, kinderen krijgen, kinderen opvoeden, hypotheken afsluiten en aflossen.
Je het de handen vol aan het leven van alle dag.
Dat leven kan voelen als bordjes draaiend houden op een stokje. Kent u dat?
Zo’n bordje dat draait op een stokje?
Als het niet meer draait, dan valt het bordje.

En je hebt niet één bordje op een stokje: je gezin…
Je hebt er meer: je werk, je sociale contacten, je verplichtingen richting familie, de vereniging, het vrijwilligerswerk, de fitnessclub, vul maar aan.

En als je meerdere bordjes draaiend moet houden, dan heb je wellicht ook de gedachte: “Joh, ik even geen tijd voor dat soort vragen…”

Het is hetzelfde als met de eerste vraag van de rooms-katholieke schoolcatechismus“Waartoe zijn wij op aarde?”
Ja, aardig dat u het vraagt hoor… maar daar heb ik eigenlijk even geen tijd voor “nu”.

Vijftigers en zestigers?
Zestig is het nieuwe veertig…
Ook zestigers willen “forever young” blijven. Zestig is het nieuwe veertig.

En ook zij hebben het druk.
Wie niet?
Oppassen op de kleinkinderen.
Je zorgen maken of het met je kinderen wel goed gaat…
U kent dat allemaal wel.

Wat is uw enige troost, zowel in leven als in sterven?
Misschien komt de vraag pas binnen als je oud bent en het besef doordringt dat je gaat sterven.
Ik zal nooit vergeten dat mijn vader in het ziekenhuis tegen mij zei “Gertjan, ik denk dat ik ga sterven. Ik hoop voor je moeder dat ik nog een jaar, misschien twee, krijg. Maar ik voel het, alles gaat achteruit.”

Ik wist toen niets anders te zeggen dan “Maar pap, dat je een keer gaat sterven, dat wist je toch al?”
“Jawel”, zei hij. Blijkbaar was er wel iets veranderd in dat besef.

Ondertussen luidt de vraag niet: Wat is uw enige troost in het sterven.
Nee, de vraag is:
Wat is uw enige troost, zowel in leven als in sterven?

Vanavond wordt de vraag aan ons gesteld.

Een vraag die in dit gebouw al eeuwen gesteld wordt.

Een vraag die dominee Van Berck, de eerste predikant van Hervormd Vreeswijk al gesteld zal hebben in 1583 (op ’t bord staat 1587[i]).
En vanavond stel ik hem aan u!
Aan jou!

Wat is uw enige troost, zowel in leven als in sterven?
Nu is het mooie van een catechismus dat ook een antwoord in de mond wordt gelegd.
Niet om gedachteloos, klakkeloos na te praten.
Nee, om een handreiking te doen. Opdat we het zullen geloven met ons hart. ‘Learning by heart’ doen we om er over te kunnen zingen.

Mijn enige troost, mijn houvast, is dat ik met lichaam en ziel – dus met mijn hele zijn -, zowel in leven als in sterven, niet mijzelf toebehoor, maar mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Met zijn kostbaar bloed heeft Hij voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost. 
Hij bewaart mij zo dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja ook dat alle dingen mij tot mijn zaligheid moeten dienen. 
Daarom verzekert Hij mij ook door zijn Heilige Geest van het eeuwige leven en maakt mij van harte gewillig en bereid om voortaan Hem toegewijd te leven.

Drie zaken wil ik onderstrepen en daarna kort iets zeggen over vraag en antwoord twee.
Eerst vraag en antwoord één. Drie zaken wil ik onderstrepen:

  1. Ik ben eigendom van Christus
  2. Ik word bewaard
  3. Ik ben verzekerd en toegewijd

Het eerste punt is “Ik ben eigendom van Christus”
Met lichaam en ziel – dus met mijn hele zijn -, ben ik zowel in leven als in sterven, niet van mezelf, maar van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Met zijn kostbaar bloed heeft Hij voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost. 

Dat is dus het eerste.
Je zou kunnen denken: hoort zo’n antwoord niet aan het einde van de catechismus?
Is het geen antwoord dat iemand pas als hij gelooft – de inhoud van het geloof, de inhoud van de geboden, de inhoud van het gebed beaamt – is het geen antwoord dat iemand pas dan kan geven?

Anders gezegd: Omdat ik geloof, omdat ik de geboden ken en houd en omdat ik het Onze Vader ken en bid, omdat hij dit alles doe, daarom mag ik zeggen: “Ik ben van Jezus, Hem behoor ik toe”.

Toch doet de Heidelberger het anders.
De Catechismus zet in met Gods werk.
Met het beslissende werk van Jezus.

Miskotte zegt: “Déze troost hebben wij niet gezocht, zij is gekomen; ze is Gods ongevraagde werk; ze is de glans die van de waarheid Góds uitgaat”.[ii] 
Niet wat de mens moet, maar wat God in Christus doet. Dat gaat voorop.

Niet wat ik moet, maar wat God doet!

We lazen dan ook Jesaja 53.
Daar gaat het om de Lijdende Knecht.
Die kwam en stierf voor mensen die Hem niet zochten.
Die niet naar Hem vroegen.
“Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht”.
“De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,

en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.”

En we lazen Romeinen 8 en de gouden ketting van het heil: 
En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.”

bestemd, geroepen, gerechtvaardigd, en straks ook verheerlijkt.
Het gaat erom wat God doet.

Weet u nog, de preek met de startdag?
Het begin van de eerste Petrusbrief…
Vreemdelingen… uitverkoren overeenkomstig de voorkennis van God de Vader

En dan is het niet de bedoeling dat je het voor kennisgeving aanneemt.
Het is ook niet de bedoeling dat je erover gaat filosoferen.
Maar dat je met Petrus mee gaat zingen:
3Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden…

Geprezen zij God!
Hij heeft mij niet alleen gemaakt.
Hij is niet alleen mijn Schepper.

Hij is ook mijn Zaligmaker. Of zoals het in de originele versie in het Duits staat: Hij is mijn Heiland.
Hij heeft voor mij betaald en heeft mij verlost.
Daarom ben ik van Hem.

Mensen, ook u en ik dus (wij zijn mensen) waren van God afgevallen in het paradijs.
God raakte bij wijze van spreken Zijn schepsel kwijt.
“Mens, waar ben je?”
Maar Hij laat het er niet bij zitten. Hij koopt ze terug.

Het is als met het voorbeeld van dat bootje, al gaat een gelijkenis altijd mank.
Maar u kent het wel. U heeft het vast wel eens eerder gehoord.

Een jongen kreeg voor zijn verjaardag een bouwpakket van een prachtig radiografisch zeilbootje. Zo’n bootje op afstandsbediening.
Hij was natuurlijk reuzeblij met het cadeau. ’t Is dat er ’s avonds visite kwam, anders was hij direct aan het knutselen geslagen.
De volgende dag ging hij meteen aan het werk. Met veel geduld en liefde zette hij het bootje in elkaar. 
Daarna ging hij ermee varen op een kanaal. En warempel… het bootje bleef keurig drijven. De afstandsbediening werkte ook perfect. Vooruit, achteruit, naar links en naar rechts. Alles functioneerde prima.
De jongen glom van trots. Dat cadeau was zeer goed!

Alleen… plots was er een windvlaag, die een onverwachte golf veroorzaakte. Het bootje maakte een slinger. Erger nog: het reageerde niet meer op de afstandsbediening en dreef verder en verder weg.
Heel langzaam dreef het bootje weg. En wat de jongen ook probeerde… het bootje kwam niet dichterbij, maar verdween uiteindelijk uit het zicht.

Verdrietig ging hij naar huis.
Wat zo mooi was, was in een ramp geëindigd. Bootje weg…
Dikke tranen. Bootje waar ben je…

Een paar maanden later was het Koningsdag.
En zoals altijd waren de straten vol met kleedjes en kraampjes waarop mensen hun oude spullen verkochten.

En laat hij nou op een van de kleedjes daar plots zijn bootje zien!
“He, die is van mij”, zei hij. “Die ben ik kwijtgeraakt toen ik…”

“Ja, ja”, zei de verkoper. “Je kunt hem kopen…”
En de man noemde direct de prijs er achteraan.
Een flinke prijs… 
En toch… toch kocht de jongen het bootje.
Blij liep hij ermee naar huis. En alsof het een dier was, begon hij er ook nog tegen te praten “Bootje, ik heb je niet alleen gemaakt, maar ook gekocht, je bent helemaal van mij.” 
Gemaakt en gekocht… Duurbetaald.

Dat bootje zei natuurlijk toen niet: “Maar ik wil alleen van mezelf zijn…” Bootjes praten niet…[iii] 

U en ik wel.
Met zijn kostbaar bloed heeft Hij voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost. 

Duur gekocht…
Denk aan het tweede gedeelte van het eerste hoofdstuk van de eerste Petrusbrief:
Wij zijn niet met “vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht (…) maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”.[iv]

God heeft ons geschapen en ons gekocht!
Opdat we weer in de relatie met Hem zouden leven…

Het tweede punt: Ik word bewaard
We lezen:
dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja ook dat alle dingen mij tot mijn zaligheid moeten dienen. 

Hier klinkt Romeinen 8:28 mee: “En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede…”.
Uiteindelijk werkt alles mee ten goede.
Ik denk ook aan het Doopformulier waar Vader belooft “het kwade te weren of ten beste keren”.
Hij zorgt voor u. Hij zorgt voor jou. Hij zorgt voor mij…

Ik hoef niet te zeggen dat dat aangevochten kan worden en wordt!
Wat een ellende kunnen mensen meemaken.
Daar weet u helaas ook de voorbeelden van.

En toch…

Juist in de ellende, mag je weten. God ziet het… Hij is erbij.

Ook als je daar niets van merkt…
Ik ben niet overgeleverd aan het noodlot.
Ik ben niet overgeleverd aan de chaosmachten.
Ik ben geen speelbal van machten.
Nee, ik word bewaard.

Ook in mijn verdriet, hebben mijn klachten daarom een adres.
In de diepten kan ik roepen “God waar bent U?”“God denk aan mij…”

En ik geloof: Hij hoort, al lijkt het soms of Hij Zijn vingers in de oren heeft.

Het geloof zegt: En toch.
Ik ben van Hem. Gekocht en betaald en Hij bewaakt en bewaart mij.

Nou…?
Ja!
Zoals een herder voor zijn schapen zorgt. Zo zorgt de Goede Herder voor Zijn schapen!

“Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen”.[v]
Hij werd van God verlaten, opdat wij nooit door God verlaten zouden en zullen zijn!

Ook u niet. Ook jij niet. Ook ik niet.

In zondag 9 komt de Catechismus erop terug als ze zegt dat ik vertrouw, en er niet aan twijfel dat Hij mij met alles wat ik naar lichaam en ziel nodig heb zal verzorgen.
Hij is niet alleen een almachtig God, maar ook een getrouwe Vader.
Een trouwe Vader Die voor Zijn kinderen zorgt.

Ook in dit “jammerdal” (zondag 9).
God zorgt! Vader zorgt!

Dat brengt ons bij het derde: Ik ben verzekerd en toegewijd
Hij verzekert mij ook door zijn Heilige Geest van het eeuwige leven en maakt mij van harte gewillig en bereid om voortaan Hem toegewijd te leven.

Dat is het derde.
Door Zijn Geest verzekert Hij mij van het eeuwige leven.

Hij verzekert mij van de Toekomst!
Het Koninkrijk dat komt en waarvan wij dagelijks bidden dat het kome: Uw Koninkrijk kome!

Over Israël en de toekomst van Jeruzalem spreekt de Catechismus niet. De opstellers zullen niet gedacht hebben dat het Joodse volk weer een eigen thuisland zou krijgen (1948).
Over Israël zou veel te zeggen zijn, maar dat doen we vanavond niet. Al moet het ook hier in de kerk nog wel een keer ter sprake komen.

We beperken ons door te zien dat de Geest voor het perspectief zorgt, waarbij de schijnwerper op Jezus gezet wordt.
Zijn werk is volbracht.
Al zien we dat nog niet. We geloven het! En we geloven dat we het eens met onze ogen zullen zien.

Perspectief: met en bij Jezus zijn. Alle tranen afgewist. Geen ziekte, ellende en pijn. Geen zonden… 

De Geest houdt de hoop levend.

En Hij zorgt er ook voor dat we er zin in krijgen.
Waarin?

Om toegewijd aan Jezus te leven.
Om te doen wat Hij vraagt.
Om Zijn geboden te bewaren.

Hij zorgt ervoor dat ik het volhoud.
Wat?
Jezus volgen.
Jezus gehoorzamen.

Kohlbrugge stelt de vraag: “Hoe lang hebt u over de eerste vraag en het eerste antwoord van de Catechismus te leren?

Wat denkt u dat het antwoord is?
Tien minuten? Twintig minuten? Het ligt er een beetje aan hoe goed je kunt leren…

Zijn antwoord luidt. “Mijn gehele leven lang.”

Vraag en antwoord 1 gaan je hele leven mee. Daarom is het goed het als kind, als jongere uit je hoofd te leren.
Het gaat je hele leven mee!
Niet alleen als je sterft, al kun je het juist dan te binnen brengen.
Het bedenken, het beamen: Ik ben van Jezus en niets kan mij scheiden van Zijn liefde.
Niet alleen als je sterft, juist ook in je jonge leven.

Zoals Paulus het schrijft in Romeinen 8:
38Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen,
39noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.

De vader van Corrie ten Boom las dit vers hardop voor aan tafel, net voordat de Duitsers binnen vielen en de familie afgevoerd werd.

Mijn houvast is dat Hij vasthoudt!
Ook in de diepte: “Er is geen put zo diep, of Jezus is dieper”.

Wat is uw enige troost, zowel in leven als in sterven?

Ik ben van Jezus!
Gekocht en betaald.
Ik word bewaakt en bewaard.
En de Geest zorgt ervoor dat ik zeker weet: altijd bij Hem.
Hij geeft mij de zin en de kracht om het vol te houden, totdat Hij komt.

Komende week is het Reformatieherdenking.
Deze vraag en dit antwoord gaf mensen houvast.
Denk erom! De vraag werd gesteld en beantwoord op een moment dat de gereformeerden naar alle kanten vluchtten. De eerste Nederlandse Heidelbergse Catechismus verscheen in het vluchtelingenoord Emden in 1563. In 1566 zal Datheen de Heidelberger toevoegen aan zijn Psalmberijming. Een gouden greep.
Pas in 1572 zullen een stel Geuzen Den Briel bereiken…

Ik ben van Jezus!
Gekocht en betaald.
Ik word bewaakt en bewaard.
En de Geest zorgt ervoor dat ik zeker weet: altijd bij Hem.
Hij geeft mij de zin en de kracht om het vol te houden, totdat Hij komt.

De tweede vraag is de opmaat voor de driedeling van de Heidelberger: ellende – verlossing – dankbaarheid.

Vraag 2: Wat moet u noodzakelijk weten om in deze troost godvruchtig te leven en te sterven?

Antwoord: Drie stukken. Ten eerste, hoe groot mijn zonde en ellende zijn. Ten tweede, hoe ik van al mijn zonden en ellende verlost word. Ten derde, hoe ik God voor zo’n verlossing dankbaar zal zijn.

Let op dat het hier niet om een schema gaat. Dat je bijvoorbeeld zegt: “Ja ik ben nog bezig met dat eerste stuk. Ik heb nog niet helemaal door hoe groot mijn zonde en ellende zijn., dus aan de rest kom ik voorlopig niet toe…”
Ellende – verlossing – dankbaarheid zijn eerder een thema van het christenleven.

Steeds weer ontdek ik hoe ernstig de zonde eigenlijk is. Steeds meer…
Steeds weer moet ik mij op Jezus werpen. Die de zonde en de dood overwon…
En steeds weer moet ik leren in dankbaarheid en toewijding aan Jezus te leven.

Ellende – verlossing – dankbaarheid: zijn geen schema, maar thema.

Had ik dan gelijk of geen gelijk toen ik de preek begon met te zeggen:
“Voor mijn gevoel zijn wij vanavond bij de kern van ons gemeente-zijn beland. Sterker nog, bij de kern van ons bestaan.”?

U en ik moeten toch steeds weer leren dat we niet van onszelf zijn…
Dat wij niet als autonome mensen zelf wel uitmaken dat…

Wij zijn van Christus.
Helemaal van Hem.
Met huid en haar.
Gekocht en betaald.
Hij bewaart ons.
Hij verzekert ons van het eeuwige leven.
En Hij zorgt ervoor dat wij toegewijd leven.

Alleen door het geloof: sola fide
Alleen door en uit genade: sola gratia
Alleen door Christus: solus Christus.

Geloofd zij God met diepst ontzag.
Amen


[i] Vergelijk http://www.paulabels.nl/2009/06/predikantenlijst-provincie-utrecht-tot-1622/ en https://hetutrechtsarchief.nl/onderzoek/resultaten/archieven?mivast=39&mizig=210&miadt=39&miaet=1&micode=1634&minr=4875465&miview=inv2&milang=nl (d.d. 2019-10-26).
[ii] K.H. Miskotte, De blijde wetenschap, Nijkerk: Callenbach, 1947, 10.
[iii] Vgl. Rom. 9:20,21.
[iv] 1 Pet. 1:18 en 19.
[v] Joh. 10:11.

Categorieën:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s