Hervormingsdag 2019

Het is vandaag 31 oktober, Hervormingsdag. De dag waarop protestanten de start van de Reformatie herdenken. Nu is die datum natuurlijk een beetje arbitrair. De Reformatie is niet pas begonnen op 31 oktober 1517, de hervormingsbeweging en de ontevredenheid in de Rooms-Katholiek Kerk waren er natuurlijk al eerder, maar het feit dat Maarten Luther zijn 95 stellingen publiceerde, spreekt tot de verbeelding en verklaart de keuze voor de datum.
http://www.elg-stadskanaal.nl/95stellingen.html#een/

Gelukt?
Vijfhonderd jaar later kun je je afvragen of de Reformatie nu een succes is geweest. Is ze nu geslaagd? Is gelukt wat de Reformatoren voor ogen stond: een Hervorming van de kerk.
Op die vraag kan verschillend geantwoord worden. Het heeft – denk ik – vooral te maken met je blikrichting, dus waarheen je kijkt en waarop je let.

Blikrichting
Aan die blikrichting moest ik gisteren denken na een ouderlingen-overleg, waarin duidelijk werd dat ‘Kerk zijn’ in de praktijk soms best lastig is. Zeker als je het hebt over ‘veilige’ en ‘heilige’ kerken.

Als het gaat om een ‘heilige kerk’, dan kun je stellen dat de Reformatie mislukt is. Dat het op niets uitgelopen is. De kerk is een Janboel.
Na de vergadering – ik kon toch niet slapen – las ik thuisgekomen een artikel wijlen dominee Klaas Exalto (in T. Brienen e.a., De Nadere Reformatie, Beschrijving van haar voornaamste vertegenwoordiger, ’s Gravemhage: Boekencentrum, 1986).
In zijn bijdrage schrijft Exalto over Willem Teellinck (1579-1629) en citeert hij uit Teellincks ‘Noodwendigh Vertoog’ uit 1627, nog geen tien jaar na de Dordtse Synode.

Teellinck
Teellinck gaat los:
“Er is op het moment veel onkuisheid, en er worden vele onkuise grapjes gemaakt, waarom men lacht. De Justitie treedt er veel te slap tegen op. Zeker, de dienst van God wordt door velen nog wel in ere gehouden, zodat de kerken vol zijn, maar het is maar uitwendig, het ontbreekt aan oprechte godzaligheid. De dienst van God is vaak alleen maar gewoonte. Men gaat één of twee keer per zondag naar de kerk en meent dat daarmee alles gedaan is .

De doop
Hoe zorgeloos gaan velen om met de christelijke doop. Sommigen stellen de doop van hun kinderen onnodig uit. Soms brengt men de kinderen in de kerk ten doop met heel veel statie, met een lange sleep, waarbij men zomaar de vergadering der gemeente binnenvalt, onder de dienst en daardoor die dienst verstoort. En niet zodra is het kind gedoopt of men gaat weer weg, zonder het einde van de dienst af te wachten. Alles wat het doophuis binnengebracht wordt, wordt gedoopt. Men let er niet op of de ouders ook hun doopverplichtingen nakomen. Zo worden er duizenden kinderen gedoopt die nooit tot kennis der waarheid komen, laat staan tot een ware betrachting van hun doop.

Het avondmaal
En hoe roekeloos gaan velen om met het heilig Avondmaal. Er zijn gemeenteleden die ten Avondmaal gaan zonder de hoofdzaken van het christelijk geloof te kennen. Zij willen zich er ook niet op voorbereiden door middel van het volgen van de catechisaties. Er zijn er onder de avondmaalsgangers velen die pas in de kerk komen na de preek, even aan het Avondmaal deelnemen en dan weer verdwijnen .

De preek
En hoe gaat men om met de prediking van Gods Woord? Er is geen eerbied, geen ontzag. De een slaapt, de ander gaapt en een derde praat. Velen komen alleen uit gewoonte.

Men rekt vaak de maaltijden zo lang, dat men de Avondgebeden niet meer kan bijwonen.

En hoe weinigen herkauwen het Woord Gods en praten over de preek. Er zijn er velen die pas na het zingen en het bidden in de kerk komen. Anderen lopen er al weer uit als de preek gehoord is en wachten niet het gebed en het zingen van een Psalm en het uitspreken van de zegen af. Trouwens, bij het zingen letten velen niet op de woorden die gezongen worden.

Aalmoezen
Wat het geven van de aalmoezen betreft, deze Gode aangename offeranden worden door velen slordig en zonder ‘geestelijcke beweginghen’ gegeven, meest uit gewoonte, of uit een karig hart, zodat de gaven maar schriel zijn. Er zijn armen die in handen van armmeesters vallen die partijdig zijn, en althans geen beminnaars van de ware religie.

Ook worden de aalmoezen wel gegeven aan lieden die helemaal geen steun verdienen, omdat zij ze toch maar in zonden doorbrengen.In sommige plaatsen wordt er door de armmeesters hoog ‘geteert’ op rekening van de armen.

Zondagsheiliging
Wat verder het heiligen van de sabbat betreft, velen menen genoeg gedaan te hebben als zij naar de kerk zijn geweest, ook al doen zij voor de rest van de dag helemaal niets. Men vindt bij hen geen heilige meditaties, geen samensprëkingen, geen gebeden, geen persoonlijk Schriftonderzoek, geen zelfinkeer en zelfonderzoek.

Hoevelen worden niet – tegen hun geweten in – gedwongen om op zondag te werken, namelijk kleermakers, koks, pasteibakkers, zetters, stijfsters. Men schrobt en boent en veegt de straat. Men maakt pleziertochtjes. Men bezoekt herbergen, soms zelfs na Avondmaalsbezoek. Als het mooi weer is zit men buiten, bij de deur, op de straat, om ‘klapschole’ te houden.

Bede- en vastendagen
De publieke bede- en vastendagen worden door velen in wulpsheid en dartelheid doorgebracht. Men werkt, men drijft handel. Als men de twee kerk-diensten op zo’n dag heeft bijgewoond, gaat men wandelen. Maar men zou deze dag geheel, van de morgen tot de avond, moeten besteden aan de ‘bewerckinge’ van de ziel. Men zou zich er ook dagen van tevoren op moeten voorbereiden, onder andere door onthouding van het huwelijksbed. De dankdagen worden geschonden door dartelheid, wellust, vuilepraat.

Predikant en roeping
En hoe staat het met de roeping tot het ambt van predikant? Er worden jongelieden tot het predikambt bestemd die geen ervaring of bevinding hebben van het geestelijk leven. Zij moeten zo snel mogelijk klaar komen met de studie, want dan zijn de kosten niet zo hoog. Is één van hen klaar gekomenen proponent, dan dingt hij in de kerk naar de beste plaatsen. Een beroep zou met bidden en vasten moeten worden voorbereid, maar daar komt niets van.

De scholen
Ook de scholen worden verwaarloosd. In vele dorpen en steden zijn er schoolmeesters die zelf onkundig zijn ten aanzien van de gronden der religie. Armenscholen en weesscholen worden op sommige plaatsen maar slecht behartigd. En ook aan de hogescholen heersen vele misstanden.

Huwelijk
Wat het huwelijk betreft, kerkse jongeren trouwen soms met roomse partners, of met geheel wereldse mensen. Bij het sluiten van het huwelijk vergeet men de Naam des Heeren aan te roepen. De preek is al aan de gang en dan komen de echtparen, die kerkelijk willen trouwen, pas in de kerk. Men geeft overdadige bruiloften.

Maatschappelijke leven
Kwalijke praktijken doen zich voor in de jacht op baantjes in het maatschappelijke leven. Velen zijn in hoge mate ambitieus. Men ziet dat goede en bekwame mannen menigmaal gepasseerd worden en dat slechte gekozen worden. Er is veel woeker, baatzuchtigheid, geldgierigheid, lediggang, luiheid en een onderdrukking van de armen en de wezen.

Gezinnen
Het ontbreekt in de gezinnen aan een ‘gesette ordre des levens’ . Velen leven maar voort zonder enige orde en regel. Zij komen er niet toe om al aan het begin van de dag de Heere te zoeken, en aan het einde van de dag opnieuw. Zij verzuimen de oefeningen van de verborgen meditaties, de soliloquia, de samensprekingen met God en de zelfonderzoekingen. Zij geven geen acht op hun gedachten en op de bewegingen van hun hart, op de eerste roerselen van het kwaad. Zij voeren niet de strijd met duivel, wereld en eigen vlees. Zij willen niet weten van enig vasten, zij zeggen: vasten, dat is paaps!

En wat doet men in de gezinnen aan het onderwijzen van de jeugd? Men komt er niet toe om bij de kinderen de preken te overhoren, om hen te catechiseren. De jonge kinderharten laat men geheel open liggen voor de duivel.
Hoe weinig ouders hebben de heilige gewoonte om dagelijks te bidden voor hun kinderen, dat God de Heere hen zijn Heilige Geest wil schenken, opdat zij mogen opwassen in geestelijke kennis en genade. Zij leggen zich er niet optoe, om de tere harten van hun kinderen te brengen tot de vreze des Heeren.Zij laten hun kinderen lang slapen, dansen, kaarten, amoureuze liederen zingen en kluchten lezen. Zo groeit de jeugd verwilderd op.

Tucht
De tucht wordt niet gehandhaafd. Naarmate de mensen meer welvaart genieten, worden zij weeldiger.

Overheid
De overheid ziet alles door de vingers. Dansscholen blijven ongemoeid. De dronkaards laat men lopen. Het hele publieke leven is bedorven.”

In 2019
Na het lezen vroeg ik me af wat Teellinck vandaag allemaal aan zou kunnen wijzen aan misstanden. En wie zou hem bij het noemen van die misstanden ongelijk kunnen geven? Heeft hij niet een punt? Zou het uitroepteken achter de stelling “De Reformatie is mislukt” niet dik aangezet moeten worden?

Nogmaals: blikrichting!
En daarom zou ik wat aan de blikrichting willen doen en willen zeggen: Met Hervormingsdag herdenken we nu juist dat God de zondaren rechtvaardigt. Dat zooitje ongeregeld: God heeft het lief! En Hij verklaart: heilig! Vanaf het begin, 1500 jaar voor de Reformatie werd dat overigens al dwaasheid genoemd en leverde dat ergernis op. Maar toch…
Misschien moeten we dat juist steeds weer opnieuw leren, dat dát de kerk is: een stelletje on-heiligen die heilig verklaard worden.
Een samenraapsel… opgeraapt door doorboorde Handen.
Volgens mij is dat de kern van de Reformatie. Het lijkt me goed om dat vandaag te herdenken en om dat telkens weer te bedenken.

Categorieën:

2 Comments

  1. Was vandaag nog in Gouda en liep langs de oude Lutherse kerk aan de gracht en zag daar de 95 stenen met de eerste letters van de 95 stellingen. Jouw column verdient een 96e steen daar in Gouda…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s