Preektocht

Het is alweer even geleden dat collega dominee Karel Bogerd uit Jaarsveld me uitnodigde voor een preektocht in IJsselstein.
Eerlijk gezegd wist ik niet goed wat ik me bij een preektocht voor moest stellen.
“Is het preken tijdens een wandeltocht, of maak je een tocht terwijl je preekt?”, wilde ik vragen.
Ik vroeg het niet.

Gisteren, woensdag 15 april 2026, was het zover.
Plaats van handeling is IJsselstein.
Daar blijkt een preektocht een samenkomst van vooral predikanten waarbij o.a. een preek van circa vijf minuten wordt voorbereid en daadwerkelijk gehouden.


De dag begint in de Hervormde Kerk van IJsselstein, ofwel de Oude (of Sint) Nicolaaskerk.
Er is een welkom, samenzang en een hoor- en een werkcollege.
Vervolgens krijgt iedereen een uurtje de tijd om een preek van circa vijf minuten te maken.
Daarna wordt er geluncht in de Ontmoetingskerk.
Daar worden ook de eerste vier (van acht) preken gehouden. 
De laatste vier preken worden in de Sint Nicolaasbasiliek gehouden.


Het thema van de dag is “Christus’ opdracht om het goede te doen, belicht vanuit een anagogisch/eschatologisch kader”.
Eerlijk gezegd vraag ik me bij de uitnodiging al af wat nou precies met de titel bedoeld wordt.
Wat is nou precies “ananogisch”?

In de uitnodigingsbrief wordt gesproken over “de Viervoudige Schriftzin”.
Een term die wel een belletje doet rinkelen, maar die ik toch op moet zoeken. 
De bronnen vermelden dat in de Vroege Kerk de Bijbel op vier manieren gelezen wordt: (1) letterlijk, (2) allegorisch, (3) moreel en (4) anagogisch.
Zowel in Antiochië als in Alexandrië.

Men gaat er dus vanuit dat een Bijbeltekst vier lagen, vier “zinnen” heeft.
Eén, de sensus litteralis, een letterlijke betekenis (wat gebeurt er er letterlijk).
Twee, de sensus allegoricus, een allegorische betekenis (welke allegorie, symboliek).
Drie, de sensus moralis, een morele betekenis (hoe moet je moet handelen).
Vier, de sensus anagogicus, gericht op het eeuwige, het goddelijke, het hiernamaals.

Neem bijvoorbeeld Jeruzalem.
Volgens de Vroege Kerk kun je dan denken aan: 
1. De stad (letterlijk) 
2. De Kerk (allegorisch) 
3. Moreel (de ziel van de mens, zo doen we het, dit zijn onze manieren…) 
4. Anagogisch (het hemels Jeruzalem, de hemel).

Welnu, na een inleiding van professor doctor Marten van Willigen over “Hoe ging de Vroege Kerk om met de opdracht het goede te doen belicht van een anagogisch, esachatoligisch kader”, en een kort werkcollege door Karel gaat ieder aan de slag om een kort preekje te maken.

Lukas 13: 22-30 is het gedeelte.
Een aangrijpend gedeelte waarin het gaat om een (suggestieve?) vraag (‘weinigen die zalig worden’) en een scherp antwoord van Jezus.
Jezus vermaant “Strijd om binnen te gaan”.
En spreekt over een “nauwe poort”, die velen “zullen proberen binnen te gaan en het niet kunnen”.
Hij zegt zelfs “Daar zal gejammer zijn en tandengeknars, wanneer u Abraham, Izak en Jakob en alle profeten in het Koninkrijk van God zult zien, maar u buitengeworpen”.

Kortom, een tekst waarmee je kerkgangers de stuipen op het lijf kunt jagen.
Niet alleen kerkgangers trouwens.
Je vraagt je af hoe de hoorders bij Jezus gereageerd hebben.
En de eerste hoorders van het Lukas evangelie. 
Zijn ze zich een hoedje geschrokken?
Of dachten ze “Nou het zal zo’n vaart niet lopen, wij zitten in ieder geval aan de goede kant”.
Of juist “Bla, bla, klets maar een eind raak …”.

Nou ja, in ieder geval zegt Jezus aan het einde “En daar zullen er komen van oost en west, van noord en zuid, en zij zullen aan tafel gaan in het Koninkrijk van God”.
“En zie, er zijn laatsten die de eersten zullen zijn en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn”.

In de Sint Nicolaasbasiliek wordt de dag afgesloten.
Het afscheid gebeurt op z’n Hydeparks.
Via de Benschopperstraat loop ik naar de Oude Kerk en parkeergarage Eiteren.
Vlak voordat ik daar ben kom ik Karel tegen die een snellere route nam.
En sneller loopt.

“Hoe vond je het?”, vraagt hij.
Ik antwoord “Goed” en plaats nog een enkele opmerking, omdat ik op dat moment nog steeds onder de indruk ben en ook wel van slag van Jezus’ waarschuwingen.

De volgende dag lees ik bij Kohlbrugge “Welgelukzalig gij, die uw dood voelt, en die de toorn Gods in uw binnenste voelt branden, welgelukzalig gij, die de duivel op de hielen zit, gij, die zelf geen uitweg ziet! Nog eens! overboord met u in deze goddelijke genade, daarin zijt gij geborgen voor de helse vijand, zijt gij rein en gewassen van al uw zonden”.

Ik haal adem.
Uiteindelijk heb ik maar één houvast: Hij houdt vast.
De zekerheid van het heil ligt buiten mezelf.
Niet in mijn denken.
Niet in mijn doen.
Niet in mijn geloof of bekering, maar in Christus.
Jezus alleen en helemaal.


Plots realiseer ik: “Preken is een tocht…”
Geen afgerond verhaal.
Ondertussen zie ik uit naar de volgende…

Categorieën Artikelen

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close