Het gebeurt niet elke dag dat ik ‘Het kan wel!’ denk.[i]
Nochtans, desalwelteplus, denk ik het vanmorgen.
Binnen een uur hebben Lianne en ik een bankje in elkaar gezet.
Nou ja, een uur en vijf minuten.
Maar daar moet je dan weer tien minuten koffie vanaf halen.
Binnen een uur.
Zonder plankjes over te houden.
Zonder schroefjes over te houden.
Zonder er aan het eind achter te komen aan het begin iets fout gedaan te hebben.
Zonder ruzie.
Ik heb er geen moeite mee als mensen bij een klus zeggen iets ik fout doe.
Ik heb er wel een hekel aan als mensen achteraf zeggen ‘Ja, ik zag dat het fout ging, maar ik zei maar niks…’.
Of met de handen in de zakken, niets doende, zeggen
‘Zou je niet…’
‘Volgens mij …’
‘Ik zou…’
Of na afloop bij anderen gaan klagen.
Als je samen met iemand een klus doet, wil je eerlijkheid, oprechtheid.
Samen bouwen doe je samen.
Deze week is een pakket met het nieuwe tuinbankje bezorgd.
De vorige is namelijk gesloopt door het weer en de poes.
Al zal de laatste het zelf niet zo omschrijven.
‘Ik moet toch ergens mijn nagels aan scherpen’.
‘We hebben niet allemaal een pedicure’.
Vanmorgen is het moment dat het nieuwe bankje in elkaar gezet moet worden.
Het hebben het uitgesteld tot vandaag.
‘Dan hebben we de tijd. Hoeven we niet te stressen’.
Aandachtig bekijk ik de bouwtekening.
Op de bouwtekening staat duidelijk welke schroef waar hoort.
Schroeven zijn er namelijk in drie maten.
Poten in twee maten.
We gaan binnen aan de gang.
In badjas, want dan kunnen we na het zweten douchen.
We zetten de poten onder het zit gedeelte.
We plaatsen de rugleuning.
En tenslotte schroeven we de beweegbare zijkanten vast.
Het lukt allemaal zonder gemopper op elkaar.
Geen verwijten.
Geen gekat.
Geen getier.
Geen geklaag in de familieapp.
Tevreden, verplaatsen we de bank naar buiten.
Alle plantenpotten moeten aan de kant.
Om straks opnieuw een nieuwe plek te ontvangen.
Maar daar bemoei ik me niet mee.
Dat kan zij veel beter.
Zij heeft oog voor wat waar hoort.
Ik doe wat ik het best kan: vegen.
En op dat moment denk ik
‘Het kan wel’.
‘Samenwerken met iemand volgens plan’.
‘Elkaar aanvoelen, elkaar aanvullen’.
‘En dat al achtendertig jaar’.
‘Zo, kunnen we lekker in de tuin zitten’.
‘Het gaat zo regenen…’.
[i] Zie https://glismeijer.com/2026/03/14/het-kan-wel/, d.d. 2026-05-16.

Trots op jullie! 😍