Nakijken

‘Ik loop vast door, dan pak ik de spullen en dan kunnen we gelijk weg’.

Ze zegt het als we vanuit de kerk naar huis lopen.
Meteen voegt ze de daad bij het woord.
‘Da’s goed. Loop maar vast’, antwoord ik.
Overbodig, want ze loopt al.
Ik voel en denk ‘Je hebt het nakijken’.

Ondertussen is het wel verstandig dat ze doorloopt.
Ik ben nog niet zo snel.
Ik herhaal: nog niet.

Ooit zei Hoost op de Ermelosche heide:
‘Glismeijer, ik loop door, anders zijn we niet op tijd binnen’.
Ook toen antwoordde ik  ‘Da’s goed. Loop maar vast’.
Maar voelde en dacht ‘Je hebt het nakijken’.

‘Je hebt het nakijken’.
De uitdrukking betekent ook zoiets als ‘achterblijven’.
‘Je hebt het nakijken’.
Je kunt niets meer, behalve toekijken.

‘Je hebt het nakijken’.
Er zit een gevoel van ‘te laat’ in.
Van ‘misgelopen’.
‘Buitenspel gezet’.

‘Je hebt het nakijken’ 
Jij bent degene die er eigenlijk niet meer toe doet.
Jij valt buiten de boot.
Jij grijpt mis en staat met lege handen.

Peinzend loop ik door.
Totdat plots een stem zegt ‘O snel. Je bent er al!’

Ik ervaar dat ‘nakijken’ niet hetzelfde is als ‘niet aankomen’.
Dat nakijken uiteindelijk toch ‘oog in oog’ wordt.
Er is op mij gewacht.
Ik werd verwacht.

‘Hier, de autosleutels’.
‘We kunnen gelijk weg’.

Ik geef een kus.

‘Bedankt voor alle wijze lessen’.

Verbaasd kijkt ze me aan.
Ze schudt haar hoofd.
Dan vraagt ze ‘Laat je je na de zomer nog nakijken?’.

Categorieën Artikelen

1 gedachte over “Nakijken

Plaats een reactie

Why are you reporting this comment?

Report type
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close