Het is Pinksteren.
Om 06.58 verschijnt een bericht in de buurtapp.
‘Welke storm heb ik gemist vannacht? Heel de treurwilg is ongevallen…’.
Gelijktijdig zeggen mijn eega en ik ‘Dat was dus vreemde geluid van vannacht’.
Toen hielden we het op ‘vuurwerk’.
‘Een Russische drone op de Unichema’, was ook wel heel onwaarschijnlijk.
‘Een ongeluk bij de Unichema’ minder dan dat.
Gelukkig ook niet waar.
Het was een omvallende treurwilg in het park.
Een uur later bekijk ik buiten de schade.
‘Heel de treurwilg’ is een tikje overdreven.
Een grote vertakking is er bij gaan liggen.
Nota bene op de opstandingsdag.
Liggen met Pasen.
En dan ook nog eens met Pinksteren.
Op zichzelf ziet de afvallige tak er mooi uit.
Heel mooi zelfs.
Net een bloeiende boom.
Toch is zij feitelijk dood.
Ze heeft immers geen wortels.
‘Het past niet bij vandaag’ denk ik.
‘Niet bij de zondag, Pasen’.
‘Niet bij Pinksteren’.
Om er achteraan te denken: ‘Maar een boom is geen vlees’.
Dan denk ik aan ‘de afgehouwen tronk van Isaï’.
We vieren geen Pasen en Pinksteren omdat wij.
We vieren Pasen en Pinksteren omdat Hij…

