DL Verwerpingen Nawoord

De stukjes zijn geschreven. 
De verwerping van Dordt hertaald.
Ik dacht: “Nu kan iedereen zelf lezen de verwerpingen lezen; de Leerregels zelf zullen ze wel weten te vinden”.
Ik meende dat het goed leesbaar was.

Een betrokken vriendin reageert eerlijk als ze schrijft:
“Heel lang, veel en moeilijk… het gaat een beetje boven mijn pet.”

Mijn vrouw vraagt:
“Waarom maak je je zo druk om dingen van vroeger?”
“Mensen van nu vinden hebben heel andere vragen”.
“Niemand maakt zich er druk om de Dordtse Leeregels…”.

Ik reageer wat kribbig.
“Het is juist wél relevant. Uiteindelijk gaat het om één vraag: gaat het om wat wij moeten doen, of om wat Christus heeft gedaan?”

Ze antwoordt: “Nou, zeg dát dan.”

Wijze vrouw.

Dus bij deze.
“Niet do (doen), maar done (gedaan)”.
“Jezus alleen en helemaal”.
“Niet wat jij moet, maar wat Hij doet”.

“Ons houvast, Hij houdt vast”.
“Jezus is zoals Hij heet: Zaligmaker”.

Was iedereen tevreden geweest met de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus, dan waren de Dordtse Leerregels nooit geschreven.

Als iedereen het eenvoudig had geloofd en beleden:
“Mijn enige troost in leven en sterven is dat ik niet van mijzelf ben, maar het eigendom van Jezus Christus”.

Had iedereen het gehouden bij:
“Hij heeft met Zijn kostbaar bloed volledig voor al mijn zonden betaald.”

“Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen.”

“Door Zijn Heilige Geest verzekert Hij mij van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid voortaan voor Hem te leven.”

Als iedereen had beleden:
“Om in deze enige troost te leven en te sterven moet ik weten:
1. Hoe groot mijn zonde en ellende is.  
2. Hoe ik van al mijn zonde en ellende verlost word.  
3. Hoe ik God voor deze verlossing dankbaar ben.”

Dan waren er geen Dordtse Leerregels geweest.

Maar er kwamen andere stemmen.

“Genade alleen? Dat is wel erg eenzijdig.”
“Je moet toch óók iets doen?”

“Zondig?”
“Erfzonde?”
“Is dat niet overdreven?”

“Zo erg als Zondag 2, 3 en 4 het schetsen is het toch niet?”

De Dordtse Leerregels zijn geschreven.

Niet om iets toe te voegen aan het Evangelie, maar om het Evangelie te verdedigen.

Niet om mensen bezig te houden met ingewikkelde redeneringen over verkiezing, maar om vast te houden dat een zondaar alleen door Gods genade wordt behouden.


Er ligt een kind in het ziekenhuis.
Een meisje.
Eén jaar en negen, tien maanden.

Slangetje door haar neus voor de sondevoeding.
Het inbrengen gaat niet makkelijk.
Is de sonde eindelijk geplaatst, rukt ze ‘m er zo weer uit.

Infuus inbrengen gaat ook niet makkelijk.
Verschrikkelijk.

Uitvallend haar,
Opa de kapper probeert er nog wat van te maken.

Later diarree vanwege de chemo.

In het begin wil ze nog spelen op bed.
Maar ze wordt passiever.
Op het eind zegt ze alleen nog “Hisje”, flesje.
En “Po, Lala kijken”, niet echt een kenmerk van vroomheid.

Ik heb haar in m’n armen als zij sterft.
We lezen Psalm 23.
“De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.”

In mijn armen.
“Veilig in Jezus’ armen.”

Nooit heb ik mij afgevraagd of zij wel uitverkoren was.
Nooit heb ik getwijfeld of zij wel in de hemel zou zijn.
Ik heb altijd geloofd:
“Zij is mij, zij is ons voorgegaan.”
“Zij is al bij Christus.”

Zij was gedoopt.
Haar leven is met Christus verborgen in God.
De predikant die haar doopte, leidt ook haar begrafenis.

Toen ontdekte ik hoe pastoraal de Dordtse Leerregels eigenlijk zijn.

In hoofdstuk I, artikel 17 zeggen zij dat gelovige ouders niet hoeven te twijfelen aan de verkiezing en het behoud van hun kinderen wanneer God hen in hun jonge jaren uit dit leven wegneemt.

Toen dacht ik al:

Wat worden van gereformeerden toch vaak karikaturen gemaakt.
Van de Dordtse Leerregels ook.

Natuurlijk is de leer van de uitverkiezing nooit bedoeld als een geruststellend kussen waarop mensen zorgeloos kunnen blijven zondigen.

Alsof iemand zou zeggen:
“Het maakt toch niet uit hoe ik leef; ik ben immers uitverkoren.”

Dat is precies niet de bedoeling.
Het gaat om de troost van de verkiezing.

Kohlbrugge zegt dat de leer van de verkiezing ons laat ons zien hoe wij tegenover God staan, zodat wij:
1. Ons volledig aan God toevertrouwen, in het besef dat wij afhankelijk zijn van Zijn genade. 
2. Stoppen met vertrouwen op onze eigen goedheid of prestaties. We laten alle zelfvertrouwen los dat gebaseerd is op onze eigen rechtvaardigheid.
3. Vaste en blijvende troost vinden, ook (juist) wanneer we te maken krijgen met lijden, verdriet, vervolging of andere moeilijke omstandigheden.


Daarom mag de verkiezing nooit worden losgemaakt van de rechtvaardiging van de goddeloze.

Dordt zegt terecht dat het houden van Gods geboden geen voorwaarde voor de zaligheid is, maar de vrucht ervan.
Daarom behandelt ook de Heidelbergse Catechismus de Tien Geboden in het gedeelte over de dankbaarheid.

Wie door Christus gered is, wil Hem volgen.

Ondertussen zegt Johannes: 
” Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals Hij ons heeft opgedragen.”

Jezus Zelf zegt:
“Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. 

Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.  

Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.”

Daar gaat het uiteindelijk om.


Alles is volbracht.


Jezus alleen en helemaal.

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close