Ik ben met je…

Preek over Jeremia 1:1-19 gehouden op 13 september 2026 in Wieringerwaard. Naast Jeremia 1:1-19 is gelezen 2Korinthe 4:1-12.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Voordat Ik je vormde in de moederschoot, had Ik je al uitgekozen, 
voordat je de moederschoot verliet, had Ik je al aan mij gewijd…. 
(Vers 5)

Dat klinkt mooi.

Het is ook mooi.
Prachtig.

Je zou het zo op een geboortekaartje zetten.
Toch?

Maar pas op.
Jeremia 1 is geen zoet geboortekaartje.
Met een ooievaar erbij of zo.

Het is vers 5 van het eerste hoofdstuk van een boek.

Een boek vol met tranen.


Jeremia.[i]
We hebben aan zijn naam een werkwoord overgehouden: Jeremiëren.
Trouwens, Jeremia’s tweede Bijbelboek heet: Klaagliederen.

Jeremia, de klagende en huilende profeet…

Vanmorgen hoofdstuk 1 van zijn boek.
(omdat ik sinds Vreeswijk ’s ochtends het rooster van Vertel het Maar volg. Dan horen de kinderen dezelfde stof als wij. In de hoop dat er thuis doorgepraat wordt).

Ondertussen is het niet zozeer Jeremia’s boek.
Het Bijbelboek Jeremia is onderdeel van Gods boek: de Bijbel.

Vanmorgen drie punten die je mee kunt nemen:

1. Gekozen.
2. Geroepen
3. Gezonden.

Gekozen.
God zegt in vers 5: “Voordat Ik je vormde in de moederschoot, had Ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had Ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.” 

Daar kunnen wij met ons verstand niet bij.

Voor je geboorte…
Voor je gevormd werd in de moederschoot…

Dat is voor de conceptie.
Voor de eerste echo.

Gekozen.


Ik dacht:
Wie is onze Profeet, die ook Priester en Koning is?
Is het niet Jezus Christus?

Petrus zegt:
“Al voor de grondvesting van de wereld is Hij door God uitgekozen, en nu, aan het einde van de tijd, is Hij verschenen omwille van u”.[ii]

Vader zegt: “‘Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem!’”.[iii]

Trouwens denk aan Zondag 12[iv] van de Heidelberger.
Ook een christen is door en dankzij, in Christus profeet, priester en koning.

Zijn wij ook niet uitgekozen?
Kent God ons niet voordat we gevormd zijn in de moederschoot?


Hij kent ook jou en mij door en door.

Heer, die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken.

Tegen Jeremia zegt God: “Ik heb je uitgekozen.”

Hij zegt ook:
“Ik stuur u naar een volk dat Mij heeft verlaten.”

Dat is punt 2: geroepen

Jeremia wordt geroepen om Juda het oordeel aan te zeggen.

En dat oordeel is geen loos dreigement…
Dat oordeel is concreet…

Jeruzalem zal vallen.
De tempel zal worden verwoest.
Het volk zal gedood worden of… in ballingschap gaan.


Jeremia moet dat allemaal aankondigen.

Het oordeel aankondigen aan mensen die denken dat het allemaal niet zo vaart zal lopen.


Erg is dat.

Als ze Jeremia horen, denken ze alleen maar: 
“Zwartkijker”.
“Onheilsprofeet”.

Gemeente, Jeremia is geen gezellig boek.
Toen niet.
Nu nog niet.

Trouwens.
Ook wij houden niet van onheilsprofeten.
Ook wij horen liever alleen dat God met ons is.

Ook wij kunnen op zondag wel eens denken:
“Nou dominee…
Een beetje minder over zonde graag.
Een beetje minder over oordeel graag.
Een beetje minder over bekering graag.

Graag een beetje meer bevestiging.
Graag een beetje meer: “Jij bent okay!”
“Je mag er zijn”.
“God vindt jou top!”.

Jeremia wordt niet geroepen om een warme boodschap te brengen.

Hij mag zelfs niet eens zelf weten wat hij zegt.

Vers 7:
“Richt je tot iedereen naar wie Ik je zend en zeg alles wat Ik je opdraag.”

Ook Jezus heeft dat gedaan.
De Hebreeënbrief schrijver zegt: 
“Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen Hem zei: ‘Jij bent mijn Zoon, Ik heb Je vandaag verwekt.’”.[v] 

Hoe reageert Jeremia op zijn roeping?
Enthousiast?

Zegt hij: “Ik heb er zin an. At Your service”?

Nee,
Hij schrikt.

“Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong”.

Eigenlijk zegt hij:
“U moet iemand anders hebben”.
“Gekozen, geroepen…”.
“U vergist Zich…”


Misschien herken je dat wel.
Je wordt geroepen iets in de gemeente te doen.
En het eerste wat je denkt:
“Mij niet bellen”.
“Ik geloof niet precies zoals het hoort en moet”.
“Ik bid niet zoals het zou moeten.”
“Ik kan niet…”
“Ik ben er niet geschikt voor.”
“Zoek maar een ander…”.

Let dan op dat God niet antwoordt:

“Jeremia, je onderschat jezelf”.
“Je moet op een cursusje zelfvertrouwen”.
“Je hebt veel meer talent, veel meer in je mars dan je denkt”.
“Je kan het! Het gaat je echt lukken”.
“Kom op, goed je best doen”.

Nee.
Jeremia krijgt van de HEERE geen cursus zelfvertrouwen of iets dergelijks.

God zegt tegen Jeremia: “Zeg niet: “Ik ben te jong”.

Waarom niet?

Omdat de bekwaamheid van Jeremia helemaal niet het beslissend is.

Het gáát helemaal niet om wat Jeremia wel of niet kan.
Het gaat erom dat God roept.

Wie God roept, maakt Hij bekwaam.
Ja, het kan zijn dat mensen ‘m niet bekwaam vinden.
Of lastig.
Maar ook dat geeft niet de doorslag.

Het gaat om wat God doet en zegt.

De opdracht is beslissend.

Jezus zegt: “Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk voltooien”.[vi]

“Ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat Ik zelf wil, maar om te doen wat Hij wil die Mij gezonden heeft”.[vii]

Tegen zijn leerlingen zegt Jezus:
“Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen…”

Een profeet, een voorganger, een christen zoekt de kracht niet in zichzelf.
Midden in onze onbekwaamheid zien ze op de levende en trouwe God.

Ondertussen rust Gods Koninkrijk niet op mijn schouders.
Gods Koninkrijk rust ook niet op jouw schouders.

Gods Koninkrijk rust op Zijn schouders.
Het is Zijn werk.

De toekomst van de kerk in Wieringerwaard, in Noord-Holland hangt niet af van jouw en mijn, onze plannen.


Alsof Jezus tegen ons zou zeggen:
“Gelukkig hebben jullie een beleidsplan en een cursusje gevolgd, anders zou Ik Mijn kerk niet kunnen bewaren”.


Nee.

Christus bouwt Zijn gemeente.
Jij en ik mogen dienen.

Hij bouwt.

Vers 8
8Wees voor niemand bang, want Ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.” 

En dan gebeurt iets ontroerends.
9En de HEER strekte zijn hand uit, raakte mijn mond aan en zei tegen mij: ‘Hiermee leg Ik mijn woorden in jouw mond’”

Daar staat Jeremia.

Zelf heeft hij geen woorden.

Niet de moed.
Niet de kracht.
Niet de ervaring.


Maar God geeft wat Hij vraagt.

Onthouden: Hij geeft wat Hij vraagt.
En jij bidt: “Geef wat U vraagt”.

Jeremia ontvangt wat hij nodig heeft om de opdracht uit te voeren.


Mensen worden niet geroepen omdat zij geschikt zijn.
Mensen die groepen zijn worden geschikt gemaakt.

Paulus schrijft:
“wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.”.[viii]

Ook wij, jij en ik, zijn:

Aarden pot.

Breekbaar.

Kwetsbaar.

Maar de schat!

De schat is Christus.

Onze hoop is niet het vat.
Onze hoop is de schat in het vat: Christus.

Drie punten.
Gekozen, geroepen, gezonden. 

Waartoe wordt Jeremia geroepen?
Dat lezen we in vers 10 waar staat:
10Nu, op deze dag, geef Ik je gezag over alle koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, te vernietigen en af te breken, of om ze op te bouwen en te planten.’

Jeremia wordt – punt 3 – gezonden.
Om:
* uit te rukken.
* te verwoesten
* te vernietigen
* af te breken. 


* te bouwen
* te planten.

Eerst moeten er uitgerukt, verwoest, vernietigd en afgebroken worden.
Daarna moet er gebouwd en geplant worden.

De afgoden moeten weg.
De schijnzekerheid moet weg.
De gedachte dat de tempel automatisch beschermt, moet weg.
Het vertrouwen op Egypte of Assyrië moet weg.


De HEERE breekt de valse zekerheden af.


Da’s vandaag toch net zo?

Misschien moet bij jou ook iets weg.

Je zelfoverschatting.
Je kerkelijke vanzelfsprekendheid.
Je keurige godsdienst.
Jouw gelijk.

God breekt af om te kunnen bouwen.


Dan vraagt God aan Jeremia:
“Wat zie je, Jeremia?”

Een amandeltwijg.

De amandelboom bloeit vroeg in het voorjaar.
“Zo zeker als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo zeker laat Ik mijn woorden uitkomen.”.

God laat Zijn woorden uitkomen.

Hier betekent het vooral Zijn waarschuwingen.

Maar wij denken toch vooral aan Zijn beloften en aan de Beloofde: Jezus.

Aan: “Zie Ik maak alle dingen nieuw”. 
“‘Alles maak Ik nieuw!”[ix]
Aan: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.”.[x]

Het tweede beeld dat Jeremia ziet is dat van een kokende pot.

Het gevaar komt uit het noorden.

Babylon komt.
Jeruzalem zal vallen.

Gekozen, geroepen, gezonden.

Vers17 “Jij, Jeremia, maak je gereed en zeg hun alles wat Ik je opdraag”.
“Laat je door hen geen angst aanjagen, anders zal Ik jou angst aanjagen in hun bijzijn”.

Jeremia: laat je geen angst aanjagen.

Er zal niet voor Jeremia geapplaudisseerd worden.

Jeremia’s boodschap wordt verworpen.
Zijn eigen volk zal hem niet willen horen.

Maar onthoud in ieder geval dat God dus niet zegt:
“Ik heb een leuke job voor je, Jeremia”.
“Iedereen zal luisteren en gehoorzamen en het leven beteren…”
“Leuke arbeidsvoorwaarden…”.


Nee.

Maar de doorslag geeft: “Ik zal je terzijde staan en je redden”.

God belooft Zijn knecht Jeremia niet een leven zonder strijd.
Wel Zijn bewaring in de strijd.

Tegen Zijn discipelen, tegen jou zegt Jezus niet:
“Als je Mij volgt, wordt alles makkelijk.”
Nee, Hij zegt:
“Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld…”
Om er direct achteraan te zeggen:
“…maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen”.[xi]

Wij zien – als Christelijke gemeente – op Jezus.

“Zie het Lam van God”.[xii]
Het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt, wegdraagt.

De ware Profeet.

Jezus.


Hij komt tot Zijn volk.
Spreekt de waarheid.
Ontmaskert de schijnvroomheid.
Reinigt de tempel.
Roept op tot bekering.
Geneest, heelt.

En wordt gekruisigd.

Opvallend:

Jeremia wordt bedreigd.
Jezus wordt gekruisigd.

Jeremia wordt in een put geworpen.
Jezus daalt af in het graf.

Op Goede Vrijdag, na Golgotha in de hot van Jozef van Arimathea lijkt alles voorbij.
Alsof Gods vijanden gewonnen hebben.

Golgotha.
God breekt af.
Jezus wordt uit het leven gerukt, verwoest, vernietigd, af gebroken.

Maar God-zij-dank wordt het Pasen.

Op Paasmorgen begint het bouwen en planten.

Nieuw leven.

De boodschap die ik vanmorgen namens God moet brengen is niet:
“Wees een beetje meer zoals Jeremia.”

De boodschap is:
“Zie op Jezus.
Zie het Lam!”
.

De kerk, ook in Wieringerwaard heeft niet allereerst sterkere mannen en vrouwen nodig.
De kerk heeft niet slimmere strategieën nodig.
De kerk heeft geen makkelijkere, fijne, bevestigende boodschap nodig die lekker in het gehoor ligt.
De kerk heeft ook niet allereerst fijnere liedjes nodig.

De kerk heeft Jezus nodig.
Alleen en helemaal.

Daar waar open en gevouwen handen zijn, daar klinkt het: “Ik ben met u.”


Dat is geen zoethoudertje of algemene geruststelling dat alles wel goed komt.

Het is Gods belofte midden in de aanvechting en gebrokenheid.

De HEERE zegt:
“Volg Mij”.

“Ga waar Ik je zend”.
“Spreek wat Ik je geef”.
“Vrees de mensen niet”.
“Vertrouw op Mij”.

Niet jouw of mijn kracht.
Zijn kracht.

Niet jouw of mijn trouw.
Zijn trouw.

Niet jouw of mijn vasthoudendheid. 
Zijn vasthoudendheid.

In onze ongeschiktheid mogen, moeten wij zien op de levende, trouwe God.

Hij bewaart de Zijnen midden in de strijd.

Vanmorgen zien we Jeremia.

Jong.

Bang.

Onbekwaam.

Met lege handen.

Maar God spreekt.
Daarom kan hij gaan.


Gemeente, dat geldt ons ook.

Bang.

Onbekwaam.

Met lege handen.

Maar God blijft Dezelfde.
Hij doet wat Hij heeft beloofd.

Gekozen, groepen, gezonden.

Leef vanuit het evangelie.


Geef het evangelie door.
Desnoods met woorden.

Midden in onze zwakheid zegt Jezus:
“Mijn genade is u genoeg”.[xiii]

Midden in de strijd zegt Hij:
“Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld”.

Gekozen, geroepen, gezonden.

“Ik ben met jullie”

Ons houvast?
Hij houdt vast.

Amen.


[i] Jeremia, zijn naam betekent waarschijnlijk “Moge de HEERE verhogen”. Ook wel geopperd is “De HEERE maakt los (van de moederschoot)”. Hij is geboren russen 657 en 644 voor Christus, de periode van de goddeloze koning Manasse. Anatot was een priesterstad ten noordoosten van Jeruzalem. Zijn vader Chilkia was wellicht een afstammeling van de priesterlijn van Abjatar, want Salomo heeft de hogepriester Abjatar uit zijn ambt ontzet en naar Anatot verbannen (1 Kon.2:26-27).
Jeremia heeft geprofeteerd vanaf het 13e jaar van koning Josia (1 :2; 25:3), en daarna onder diens opvolgers Joachaz, Jojakim en Jojachin, tot aan het 11e jaar van de laatste koning Sedekia, toen het koninkrijk Juda ten onder ging. Dat wil zeggen van 628 tot 587 voor Chr. Daarna zijn nog enige profetieën in Egypte uitgesproken (tot ongeveer 580 v.Chr.?).
Vaak wordt aangenomen dat Jeremia ook het boek Klaagliederen geschreven heeft nadat Jeruzalem verover en verwoest was in 587.

[ii] 1Petrus 1:20.

[iii] Lukas 9:35.

[iv] Zondag 12 zegt:
31. Waarom is Hij ‘Christus’, dat is een Gezalfde, genaamd?
Omdat Hij van God den Vader verordineerd is, en met den Heiligen Geest gezalfd, tot onzen hoogsten Profeet en Leraar, Die ons den verborgen raad en wil Gods van onze verlossing volkomenlijk geopenbaard heeft; en tot onzen enigen Hogepriester, Die ons met de enige offerande Zijns lichaams verlost heeft, en voor ons met Zijn voorbidding steeds tussentreedt bij den Vader; en tot onzen eeuwigen Koning, Die ons met Zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt. 

32. Maar waarom wordt gij een Christen genaamd? 
Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben, opdat ik Zijn Naam belijde, en mijzelven tot een levend dankoffer Hem offere, en met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en den duivel strijde, en hiernamaals in eeuwighei met Hem over alle schepselen regere. 

[v] Hebreeën 5:5.

[vi] Johannes 4:34.

[vii] Johannes 6:38.

[viii] Zie 2 Korinthe 4:7.

[ix] Zie Openbaring 21:5.

[x] Zie Mattheüs 28:20.

[xi] Zie Johannes 16:33.

[xii] Zie Johannes 1:29.

[xiii] Zie 2 Korinthe 12:9.

Categorieën Preken

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close