Verbonden…

Preek over Jeremia 13:1-11 gehouden in de jeugddienst in de Dorpskerk in Vreeswijk (Nieuwegein) op 27 september 2026.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Een preek zonder woorden.
Een preek zonder preekstoel.
Een preek zonder Bijbel.
Een preek zonder dominee.

Wat vind je daarvan?

Soms gebruikt de HEERE gewoon een stuk linnen.

Een gordel.

De HEERE zegt tegen Jeremia:
“Koop een linnen gordel en bind die om je middel; zorg dat hij niet nat wordt”. 


Jeremia doet wat God vraagt.
Hij koopt een linnen gordel en bindt die om zijn middel.

Hij zorgt ervoor dat de gordel niet nat wordt.
Hij gaat er niet mee zwemmen, of zo.

Dan zegt God:
“Ga met de gordel die je gekocht hebt en die je om je middel draagt naar de Eufraat en verberg hem daar in een rotsspleet.”.

Da’s raar.
Moet je iets kopen.
Koop je het.
En dan moet je het verstoppen.
Bij de rivier hem verstoppen in een rotsspleet.[i]

Jeremia doet het.
Hij zegt niet “dat is raar”, of “Waarom?”.
Hij doet het wat God vraagt.

Na een lange tijd zegt God (dat is dus de derde keer dat God spreekt in dit hoofdstuk):

“Ga naar de Eufraat en haal de gordel tevoorschijn, die je daar op mijn bevel verborgen hebt”.

Nou.
Eerst kopen.
Dan verstoppen.
En nu weer ophalen.

Jeremia moppert niet.

Schudt niet verbaasd of vol onbegrip zijn hoofd.

Hij luistert naar de Heere God.

Hij gehoorzaamt en gaat.

Hij zoekt en vindt…

Hij haalt de gordel tevoorschijn en ziet…

Hij ziet dat de gordel vergaan is. 
Verteerd, vergaan. 
De gordel is onbruikbaar.
Te slecht voor de zak van Max.


Wij zouden zeggen:
“Zonde…”.

Dan spreekt God voor de vierde maal:
“Op dezelfde manier zal Ik de grote roem van Juda en Jeruzalem laten vergaan. 
10Dit verdorven volk, dat weigert naar mijn woorden te luisteren, dat zich laat leiden door zijn koppige hart en achter andere goden aan loopt, dat hen dient en zich voor hen neerbuigt, zal als deze gordel worden, die nergens meer toe dient. 
11Want zo vast als een gordel om het lichaam van een man, zo vast wilde Ik heel Israël en Juda aan mij binden – spreekt de HEER. Ze zouden mijn volk zijn, mijn eer, mijn roem, mijn glorie. Maar ze hebben niet geluisterd”.

De HEERE had Zich aan Israël verbonden.

De HEERE had Israël gezocht en gevonden.

Uitgekozen.

Maar de mensen wilden niet luisteren.

God sprak wel.
Maar zij sloten hun oren.

Net als jij misschien wel eens bij mama doet.
Ze roept je en zegt:
“Jeroen, stoppen met spelen nu. Je moet afwassen”.
En jij doet dan net of je het niet hoort…
Je gaat niet afwassen.
Maar blijft lekker spelen.

God wees de weg wel.
Maar zij gingen liever hun eigen weg.

En jij?


Zeg jij ook: “Ik ga liever mijn eigen gang”.
“Ik maak zelf wel uit”.
“Ikke zelluf”.


God zei: “Ik ben je God.”
Maar zij dachten: “Ja, maar lastig ook wel…”

“Want dan moet je ook doen wat Hij vraagt”.
“En dan mag je vast niet…”.

En jij?

Hoe zit dat bij jou?

Zonde.

Zonde is niet alleen dat je iets verkeerd doet.

Zonde is zonder.

Zonder God.
God niet jouw God laten zijn.

Jeremia sprak tot het Joodse volk, toen.

Maar als je dit gedeelte nu leest.
Dan denk je toch ook aan jezelf.

Wij zijn toch nu niet beter dan die mensen toen?

Wij zijn toch niet beter?[ii]

Het beeld van die gordel is aangrijpend.

Want die gordel was ooit bruikbaar.

Nu niet meer.

Dat is wat de zonde doet.


Zonde maakt ons niet een beetje slechter.

Zonde maakt ons onbruikbaar om liefhebbers te zijn.
Onbruikbaar om God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf.


Wij, jij en ik zijn geschapen om God te loven.
Tot Zijn eer te leven.


Wij zijn geschapen om aan Hem verbonden te zijn.

Maar in het paradijs ging het mis.

Sindsdien willen mensen los.

Ongeremd los.

Los van God.

Los van Zijn geboden.

Denk erom, zonder Jezus deugen mensen niet voor God.
Hoe godsdienstig ze misschien ook zijn. 

Het wonder is dat God uiteindelijk Zelf naar deze aarde is gekomen.

Je zou zelf kunnen zeggen: “Jezus is de ware Gordel”.

Mensen luisterden niet naar God.

Jezus luisterde wel. Hij was één en al oor.

Helemaal gericht op Vader.

Mensen deden waar ze zelf zin in hadden.
Jezus niet. Voor Jezus was Vaders wil Wet.

Jezus gaat naar Jeruzalem.

Naar Gethsémané.

Naar Golgotha.

Naar het kruis.

En sterft.

Hij sterft…

Voor mensen die niet luisteren.

Voor mensen die hoogmoedig zijn.

Voor mensen die zichzelf willen redden.

Voor mensen die voor God niet deugen.

Dat is het Evangelie.

Niet: maak jezelf beter.

Niet: probeer een betere gordel te worden.

Niet: poets jezelf een beetje op.

Niet: En nou allemaal aan de slag…

Nee.

Geloof in de Heere Jezus Christus.

Om vervolgens nauw verbonden aan Hem te leven.

Nauw verbonden is…
Dat je wel luistert.
Dat je Gods offer, Jezus aanvaardt als genoeg.
Dat je niet hoogmoedig bent, maar weet de minste te zijn.
Dat je een liefhebber wordt. 
Van God en van elk ander.

Vandaag is er maar één vraag.

Hoe zit het met jouw verbondenheid?

Hoe zit het met jouw liefde voor God?
Hoe zit het met jouw liefde voor elk ander?

Het zal te merken zijn als je van de Heere houdt.

Zelfs de kat zal het merken.
Ook het meisje dat altijd gepest wordt.

Als iemand op school of online gepest wordt.
Dan doe je niet mee. 
Toch?

Als iemand vraagt: “Pik voor mij even dit of dat bij de supermarkt”, dan doe je dat toch niet?

Nee, je hebt God en elk-ander lief.


En wij bidden:
“Heere houd mij dicht bij U”.
“Laat mij leven als een gehoorzaam kind van U”.

“Heere Jezus, bind mij aan U”.
“Dicht bij Uw hart”.
“Geef dat ik steeds meer op U ga lijken”.

Want zonder U… 
deug ik niet voor U.
Kan ik, durf ik Vader niet recht in de ogen (te) kijken.


Maar door U…
Met U…
In U…

Jezus is toch Uw eer, Uw roem en Uw glorie.

Als je dat doet, ga je op een gegeven moment huppelen.[iii]

En zingen:
Geen ander kan mij vreugde geven;
U bent de liefde van mijn leven. 
(Psalm 73:7 NPB)

Amen.


[i] De Studie Bijbel OT (Commentaar Jeremia, Klaagliederen, Veenendaal 2013) schrijft “Het is haast onmogelijk om hier aan de omgeving van de Eufraat te denken, aangezien die rivier op grote afstand ten noorden van Anatot ligt. Een enkele reis zou al gauw maanden hebben gekost Een alternatief is dat de rotsachtige Wadi Fara bedoeld is, ongeveer vijf kilometer ten noordoosten van Anatot.
Eveneens is het mogelijk dat de naam van deze plaats wel aan de Eufraat doet denken en dat Jeremia zo een verband legt met de plaats van ballingschap. Het is in ieder geval opmerkelijk dat de handeling op een andere plaats dan Jeruzalem moet worden uitgevoerd, een plaats die geassocieerd wordt met de Eufraat”.

[ii] Elie Wiesel schrijft: “Jeremia fascineert ons, maar brengt ons tegelijkertijd in verwarring. Met een grote dosis gevoeligheid en instabiliteit lijkt hij uit te zijn op dramatische effecten. Hij is ook te ernstig: er kan geen lach af. Hij heeft nooit iets van doen met alledaagse en oppervlakkige dingen. Kortom, er valt niet met hem te leven. Maar wat het meeste stoort, is zijn strengheid tegenover zijn volk, dat ook mijn volk is. Zelfs als hij de waarheid zegt, zelfs als het op Gods bevel is, hoe kan hij het dan nog zo verguizen. Misschien heeft God hem de rol van aanklager gegeven omdat hij daarvoor geschikt was. Waarom vraagt hij niet aan God, al was het maar één keer, Israël met de andere volken te vergelijken? Zijn die soms beter?”. In Elie Wiesel, Profetisch eerbetoon. Portretten en legenden, Baarn: Gooi en Sticht, 2000.

[iii] Psalm 68:2 zegt in de berijming van 1773: Maar ’t vrome volk, in U verheugd, zal huppelen van zielevreugd.

Categorieën Preken, Vreeswijk

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close