Zelfonderschatting

Zelfonderschatting is het tegenovergestelde van zelfoverschatting.

Soms komt zelfoverschatting voort uit de angst voor zelfoverschatting.

Je weet dat je namelijk wel kunt visualiseren hoe je de marathon van Rotterdam met twee vingers in de neus uitloopt.
Maar je weet ook dat 100 meter rennen al niet lukt.

Blijft staan dat bij voorbaat denken “Ik kan het niet” belemmerend werkt.

 
Ik herinner me dat toen ik klein was (heel lang geleden dus) werd gezegd: “Kan niet ligt op het kerkhof” of “kan niet is dood”.[i]

De bedoeling zal zijn geweest dat je niet te snel zegt “Ik kan het niet”.
Dat je toch probeert, je inzet.
Het zal in de jaren zeventig zijn geweest.
Alles kon toen, zelfs rolschaatsen op de A12.
Nou ja, dat mocht ik dan weer niet.


Anders gezegd: niet alles wat niet kan, blijkt niet niet te kunnen.

Naast zelfoverschatting en zelfonderschatting, is er ook zoiets als verwachtingseffect. 
Als je denkt dat je het niet kunt, kun je het meestal niet.
Als je denkt dat je het wel kunt, kan blijken dat je niet kunt.
Of wel.

De bondscoach geeft me twee gewichten.
Zittend moet ik daarmee een soort vogeltjesdans doen.
Helaas zonder muziek.


Ik vraag me af:
“Zou hij de Electronica’s kennen?”
“Op volle toeren?”

“Chiel Montagne?”

Goed.

De bondscoach geeft me dus twee gewichten.
In elke hand één.

Ik zit voor de spiegelwand.
Zo kan mijn linkerhand, -arm en -schouder zien en ervaren hoe mijn rechterhand, -arm en -schouder het doen.

De gewichten hangen naar beneden in mijn beide handen.
Dan moet ik mijn schouders omhoog doen.
Ellebogen naar buiten.


De hoop is dat iets in mijn linkerschouder zal worden geactiveerd.
Of in mijn hersenen.

De gewichten zijn eigenlijk te zwaar.
Ik kreun dan ook “Ze zijn een beetje te zwaar”.

“O, ik heb ook andere” antwoordt de bondscoach.
En direct pakt hij twee kleinere gewichtjes en reikt ze uit.

Nogmaals doe ik de oefening.
Ik kom nu met mijn linkerschouder en arm een stuk hoger.


“Ja, dat gaat beter” zeg ik.
“Ik zie het” zegt de bondscoach.
“Je komt hoger”. 
“Goed man”.

Hij grijnst.

Op dat moment denk ik “Zegt hij het nou spottend?”.

Ik negeer zijn spottende blik en zeg:
“Het gaat echt beter. Hoeveel kilo zijn deze?”
“Scheelt het veel kilo’s?”

Dan begint de bondscoach te lachen.
“Ze zijn even zwaar…”. 


[i] Al eerder schreef ik dat ‘Willen is kunnen’ mij te optimistisch is. Zie https://glismeijer.com/2024/07/13/okke-jager-salomo-en-the-byrds/, d.d. 2026-09-26.

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close