Dienen…

Detail van het Lam Gods van de gebroeders van Eijck in de Sint-Baafskathedraal in Gent.

2019-03-31. Preek over Lukas 23:1-25. Viering Heilig Avondmaal.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Petrus heeft het niet kunnen verhinderen.
Bitter huilend is hij naar buiten gegaan.
Binnen is het proces doorgegaan.
Allerlei beschuldigingen zijn ingebracht.

Maar de beslissende vraag komt uiteindelijk wel op tafel!
“Bent U de Christus?”[i]
“Bent U dan de Zoon van God?”[ii]

Wie is Jezus? Dat is de beslissende vraag.
Toen en nu.

Ooit vroeg Jezus aan Zijn discipelen: 
Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?[iii]
Daarop hadden de discipelen geantwoord wat de mensen over hem zeiden: Johannes de Doper, Elia, Jeremia… 
Blijkbaar zagen de mensen Jezus niet als “een gewone man”, maar als een profeet.

Wie is Jezus?
“Maar u, wie zegt u dat Ik ben?” had Hij toen gevraagd.
En Petrus antwoordde: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God.”
Jezus de Christus.
Gezalfde betekent dat. In het Hebreeuws: Messias. In het Grieks: Christus

Zondag 12[iv]van de Heidelbergse Catechismus zegt daarover:
Jezus is gezalfd met de Heilige Geest
* tot Profeet, om ons Gods heilsplan te leren,
* tot Priester, om voor ons het offer van Zijn leven te brengen en om voor ons te bidden.
* tot Koning, om ons te regeren en bij onze verlossing te bewaren.

“U bent de Christus, de Zoon van de levende God.”

Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.

Wie belijdt dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God is zalig.

Ondertussen heeft “Vader, Die in de hemelen is” niet geopenbaard aan de Joodse Raad dat Jezus de Christus, de Gezalfde is.
 
Eigenlijk zijn zij vanaf het begin al blind voor Wie Jezus is.
Al in het vierde hoofdstuk beschrijft Lukas, van wie wij vandaag het evangelie lezen, al in het vierde hoofdstuk beschrijft Lukas dat de synagoge bezoekers in Nazareth zeggen: “Wat verbeeldt die Zoon van Jozef zich wel…”[v]

Daar en toen hadden zij Hem de stad uitgedreven en Hem naar de top van de berg gebracht om Hem daarvan af te werpen.
Alleen toen… toen was Hij midden tussen hen door weggelopen.
Koninklijk.
Als prelude op “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde”[vi]

Maar nu, nu laat Hij Zich binden.
Nu laat Hij Zich slaan.
Nu laat Hij Zich bespotten.
Nu laat Hij Zich leiden naar het kruis…

Vers 1: En de hele menigte van hen stond op en leidde Hem naar Pilatus.

Hij wordt beschuldigd van oproer. 

Jezus als oproermaker. Jezus als revolurionair.
Jezus zou het volk ongehoorzaam maken aan de keizer. 
Zou verbieden om belasting te betalen.
Zou zichzelf Koning maken.

“Hij hitst het volk op door in heel Judea onderwijs te geven, van toen Hij begon in Galilea tot hiertoe” zeggen ze in vers 5.

Pilatus weet er geen raad mee. Een Koning in boeien.
Wat moet hij ermee?

Maar het woordje Galilea blijft hangen.
“Galilea… Dat valt onder Herodes Antipas”,denkt hij.

Herodes Antipas was een zoon van Herodes de Grote. Die Herodes de Grote kennen wij dan weer vanwege de kindermoord in Bethlehem. Herodes Antipas had van zijn vader Herodes de Grote het gebied van Galilea en Perea (dat ligt rechts en rechtsboven de Dode Zee) geërfd. 

En hoewel Pilatus al gezegd heeft, geen schuld in Jezus te vinden, stuurt hij Hem toch naar Herodes. Die is toch in de stad vanwege Pesach.

Kijk, juridisch hoeft hij Jezus niet door te sturen.
Maar hij verwijst wel de hele zaak door.
Herodes kan namelijk ook tot de dood veroordelen of vrijlaten.
En zo is het ook een zaak voor het Joodse volk.

Alsof hij zeggen wil: “Die godsdienstige ruzies. Ze zoeken het onderling maar uit…”

Tegelijkertijd laat Pilatus zien, dat hij het allemaal wel mee vindt vallen met dat revolutionaire. Jezus een oproermaker.
Als hij Jezus echt gezien had als bedreiging voor de staatsveiligheid, had hij Jezus nooit doorgestuurd.

Herodes ondervraagt Jezus, maar Hij antwoordt hem niets.
Wij denken direct aan de woorden van Jesaja.

Ondertussen staan de overpriesters en de schriftgeleerden Hem heftig te beschuldigen.
Herodes die geen woord uit Jezus krijgt, begint te sarren.
Samen met zijn soldaten, hoont en bespot hij Jezus.
Ze doen Hem zelfs een sierlijk gewaad om.
Een koningsmantel.
De geboeide Koning der Joden kun je wel een mantel omdoen. Hij kan ons toch niks maken in die boeien.

Maar veroordelen tot de dood, dat doet Herodes dan weer niet.

Ook hij schrikt er blijkbaar voor terug. Of hij ziet niets in de beschuldigingen van de Joodse Raad. Wat moet hij aan, met deze Man?

En daarom stuurt hij Jezus terug naar Pilatus.
En hij doet het met een knipoog…
En op diezelfde dag werden Pilatus en Herodes vrienden van elkaar; voor die tijd leefden zij namelijk in vijandschap met elkaar.

Als een lam werd Hij ter slachting geleid;
als een schaap dat stom is voor zijn scheerders,
zo deed Hij Zijn mond niet open.[vii]

Pilatus…

Weer vindt hij geen schuld in Jezus.
Hoe hard de overpriesters en de leiders van het volk ook roepen.
Hij verklaart Jezus onschuldig.
In vers 4 zei hij al: “Ik vind geen schuld in deze Mens.”
In vers 14 herhaalt hij het: “U hebt deze Mens naar mij toe gebracht als Iemand Die het volk afvallig maakt. En zie, ik heb Hem in uw aanwezigheid ondervraagd, maar ik heb in deze Mens niets gevonden dat Hem schuldig maakt aan die dingen waarvan u Hem beschuldigt.”

Maar uiteindelijk zal hij zwichten.
Niet voor het Sanhedrin. Nee, hij zwicht voor de massa.
Een massa die als één man schreeuwt: “Weg met Deze, en laat voor ons Barabbas los”.

Barabbas. Bar: zoon. Abbas, Abba: vader.
Barabbas: zoon van de vader.

“Een oproermaker. Een moordenaar”, vermeldt Lukas.

Het volk heeft liever Barabbas, de zoon van de vader, dan de Zoon van de Vader die in de hemelen is.
Jezus? “Kruisig Hem, kruisig Hem”.

Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Ik heb niets in Hem gevonden wat de dood verdient. Ik zal Hem dan straffen en loslaten.

Maar het volk blijft schreeuwen.
En Pilatus denkt: “Rust in de religieuze tent is ook wel fijn”

En Pilatus besliste dat hun eis zou worden ingewilligd.

En hij liet hun de man los die om oproer en moord in de gevangenis geworpen was, om wie zij gevraagd hadden. 
Maar Jezus leverde hij over aan hun wil.

Jezus
Veroordeeld door de geestelijkheid.
Uitgeleverd aan de overheid.
Uitgeleverd aan het volk.
En wat het Sanhedrin niet lukte, lukt dankzij het volk wel.

Pilatus geeft het volk hun zin.
Jezus zal gekruisigd worden.

Wij vieren vandaag het Avondmaal. En we herinneren ons de aanvangstekst van deze dienst:
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen.

Sinds Adam en Eva uit het paradijs verdreven zijn, sinds de zondeval is de houding van het heersen gemeengoed geworden. 
Mensen laten zich graag gelden.

Ook u en ik. Wij heersen liever, dan dat wij dienen.
Wij wassen liever de oren van een ander, dan dat we de voeten wassen.
Heersen, the survival of the fittest.

Dat geldt ook voor leiders: maar hoe vaak gaat de honger naar macht niet ten koste van de zwakkeren.
Hoe vaak leidt de hang naar macht niet tot onderdrukking van het volk.

De recente geschiedenis is er vol van. 
Hitler, Stalin, Pol Pot, Kim Jong-un.

Ondertussen wordt de Zoon des Mensen, de Zoon van God uitgeleverd en veroordeeld, bespot en bespuwd, gegeseld en gedood. 
We slaan onze ogen neer.
Dat gebeurt er dus als God in de handen van mensen valt.

Maar toch… Zo, op deze wijze wil Jezus Dienaar zijn, Diaken.
De liefde voor de mensen mag Hem alles kosten. 
Zal Hem alles kosten.

Vandaag worden wij er bij het Avondmaal aan herinnerd.
En we worden aangespoord.
Aangespoord om in Zijn voetstappen te treden.
Aangespoord om Zijn liefde hoor­baar, zichtbaar en tastbaar te maken.

Om mensen te zijn die niet zo zeer willen heersen.
Maar om mensen te zijnen die bereid zijn te dienen.

Mensen die bereid zijn God en de naaste te dienen.
Niet als voorwaarde voor Zijn liefde.
Maar als gevolg van Zijn liefde.

De Heidelberger zegt het zo: “Het is onmogelijk, dat, zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid”.

Wie leeft van de Geef, zal uitdeler worden.
Wie beseft dat God echt van hem of haar houdt, die zal ook liefhebber worden.[viii]
Gelovigen gaan op Jezus lijken.
“Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.”[ix]

We worden allemaal diaken, al leven de diakenen in de kerk het ons ook voor.

Jezus is daarbij de Bron en de Norm.

Eerst de Bron!
Het begint er niet mee dat wij Jezus moeten dienen. 
Het begint ermee dat Jezus ons dient! Hij is de grote Diaken.

Zonder Hem kunnen we helemaal niets!

Jezus zegt: “Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.”[x]

Geloven begint met het je laten bedienen. Met het in Hem blijven.
Jezus je Dienaar laten zijn. 

En dan, in afhankelijkheid van Hem in Zijn Naam dienstbaar zijn aan anderen.

Door te dienen, door te delen en te doen. Dienen, delen, doen.
1. te dienen.
Dat is: door Jezus’ genade andere mensen tot hulp en steun zijn.
2. te delen. 
Zijn liefde te delen. Ons leven delen.
3. te doen.
Met woord en daad de naaste dienen.

Maar het begint dus met bediend worden.
Vandaag, hier en nu!

Hij nodigt tot Zijn tafel!

Mijn lichaam voor u…
Mijn bloed voor u…

AMEN


[i]Luk. 22:67.
[ii]Luk. 22:70.
[iii]Mat. 16:13 e.v..
[iv]HC vraag en antwoord 31.
[v]Luk. 4:22.
[vi]Mat. 28:18.
[vii] Jes. 53:7.
[viii]HC, antwoord 64.
[ix]Rom. 8:29.
[x]Joh. 15:5.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: