Storm

Kijkbijbel

Overdenking voor de gemeente op ‘Kerkdienstgemist’ gehouden op 18 maart 2020 in de Dorpskerk van Vreeswijk-Nieuwegein.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, luisteraars,

Het eerste wat ik tegen u wil zeggen, is de belijdenis van David in Psalm 31, waar Hij bidt:
15Maar ík vertrouw op U, HEERE.
Ik zeg: U bent mijn God!
16Mijn tijden zijn in Uw hand”

“Mijn verleden tijd, mijn tegenwoordige tijd, mijn toekomende tijd, het is allemaal in Uw hand.”
En daar is het veilig en geborgen!

Het is als met de eerste vraag en het eerste antwoord dat je op catechisatie leert:
Wat is je enige houvast in leven en in sterven?
Dat ik niet van mezelf ben, maar van Jezus die mij gemaakt, gekocht en betaald heeft.


Je leert het als kind, in een veilige setting.
Bij het ouder worden, in de stormen van het leven zal blijken wat het waard is.

Precies een week geleden kwamen we hier bijeen in de kerk om te bidden voor ‘Gewas en arbeid’.

Vandaag, 18 maart 2020, een week later bidden we weer.
Het zal u niet ontgaan zijn, dat vandaag een dag van Nationaal Gebed is.
De hele dag is gebeden.
Om 09.00 uur is gebeden om vertrouwen.
Om 12.00 uur is gebeden voor anderen en het omzien naar anderen.
Om 15.00 uur is gebeden om mogelijkheden om de hoop van het Koninkrijk te delen met de mensen om ons heen.
En tenslotte is om 19.00 uur gebeden: “Uw wil geschiede, zowel in de hemel als op aarde”.

Om 19.00 uur luidden ook de klokken van de Dorpskerk.
Daarmee schaarden we ons achter de oproep van de Raad van Kerken, om landelijk de ‘klokken van hoop en troost’ te luiden. 
In de hoop dat de klokken iets oproepen: verbinding, omzien naar elkaar, elk-ander. 
De klokken roepen op tot gebed en alle andere vormen van steun voor allen die ziek zijn en voor wie zich dag aan dag inzetten voor de gezondheid en veiligheid van medemensen. 

Vandaag is ook onze oud-predikant dominee Dirk Heikoop begraven.
Velen van u zullen naar de dienst in de Dorpskerk hebben geluisterd.
Velen van u waren graag lijfelijk aanwezig geweest.
Velen van u hadden graag de familie gecondoleerd, maar het Coronavirus gooide roet in het eten.

In 1983 kwam hij in Vreeswijk. In 1995 ging hij met emeritaat, maar ook daarna is hij tot zegen geweest voor de gemeente.
Hoelang heeft ook niet de Bijbelkring gedraaid.

In een interview in het kerkblad van Herwijnen zei hij: ,,Het Woord is zo onuitputtelijk rijk. We kunnen nooit zeggen, we hebben het hele Woord begrepen. Steeds weer ontdek je nieuwe dingen, ook als je al 50 jaar preekt. De Heilige Geest wil ons steeds verder brengen, steeds dichter bij Christus. Híj moet centraal staan, het gaat om Zijn lijden, Opstanding en Wederkomst. Ik besef dat ik daarin zeer onvolkomen ben geweest”.

Kenmerkend wellicht die laatste zin. 
Hij dacht niet groot van zichzelf, wel van God.

Bij zijn afscheidsdienst, preekte uit de brief van Judas, de verzen 20 en 21. 

Hij riep de gemeente op om het geloof vast te houden en de gemeente samen op te bouwen. Allereerst door te bidden om de Heilige Geest.
In de tweede plaats door te wandelen in Gods wegen.
En ten derde door uit te zien naar de barmhartigheid van het eeuwige leven in Christus. 

Ik dacht: “Het lijkt de Gewone Catechismus wel”.
Vertrouwen, volgen en verwachten.

Tenslotte gaf hij de woorden van de verzen 24 en 25 mee:
24Aan Hem nu Die bij machte is u voor struikelen te bewaren, en u smetteloos te stellen voor Zijn heerlijkheid, in grote vreugde,
25de alleenwijze God, onze Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, nu en in alle eeuwigheid. Amen.”

Hij heeft gewezen op Jezus. Zie het Lam!
Zijn gedachtenis zij ons tot zegen.

Al met al een ‘vreemde’ dag.
‘Vreemde tijden’.

Na de toespraak van onze premier hebben we allemaal dat besef wel denk ik.
Wat gebeurt er, wat gaat er allemaal gebeuren.
Hoeveel mensen zullen ziek worden? 
Hoeveel mensen zullen er sterven?
Zullen er voldoende IC bedden zijn.

Vragen en onzekerheid.

Ondertussen volgden en volgen de ontwikkelingen elkaar in rap tempo op.

Afgelopen zondag hadden we voor het eerst twee diensten zonder mensen in de kerk.

Wat staat ons te wachten?
De storm die Coronavirus heet is nog niet gaan liggen.

Het lijkt zwaar weer te worden.
Storm.
Maar ook in de storm stellen we ons vertrouwen op God.

Daarom zingen we nu ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God

OTH 444 (ed. 2005) ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God.

We lezen vanavond uit het Markusevangelie hoofdstuk 4, de verzen 35 tot en met 41.

35En op die dag, toen het avond geworden was, zei Hij tegen hen: Laten wij overvaren naar de overkant.
36En zij lieten de menigte achter en namen Hem, Die al in het schip was, mee; en er waren nog andere scheepjes bij Hem.
37En er stak een harde stormwind op en de golven sloegen over in het schip, zodat het al volliep.
38En Hij lag in het achterschip te slapen op een hoofdkussen; en zij wekten Hem en zeiden tegen Hem: Meester, bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?
39En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte.
40En Hij zei tegen hen: Waarom bent u zo angstig? Hebt u dan geen geloof?
41En zij vreesden met grote vrees en zeiden tegen elkaar: Wie is Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?

Na een dag van onderwijs zegt Jezus – als het avond geworden is – tegen Zijn discipelen: “Laten wij naar de overkant varen”.
Naar de overkant.

Weg uit de drukte, weg bij alle mensen die gekomen waren om naar Zijn onderwijs te luisteren.
Dat het donker is, is voor de mannen geen probleem.
We weten van een heel aantal discipelen dat zij visser waren en zij zullen wel eens meer ’s nachts met een boot gevaren hebben.

En dan gebeurt het.
Het begint te waaien.
Niet een beetje, waarbij je zou kunnen denken “Nou met zo’n wind in de zeilen zijn we snel aan de overkant”. Nee… het begint te stormen.

Alsof de chaosmachten een aanval doen op het schip.
De golven worden hoger en hoger en slaan tegen het schip.
Wat zeg ik, het water komt in het schip.

Nu hoef ik dat aan de schippers niet te vertellen, die weten dat veel beter dan ik, maar een beetje water is niet erg, maar het moet niet te gek worden.

Eerst zullen de mannen zich schrap gezet hebben.
“Nou, dit is een serieuze storm”

Maar al heel snel wordt het “Alle hens aan dek”.
En dan dringt langzaamaan het besef binnen dat zij de regie kwijt aan het raken zijn.
Dat ze de grip kwijt raken…

Op een schilderij van Rembrandt, maar ook in de Kijkbijbel is de situatie mooi weergegeven.
Een discipel staat met een emmertje de boot leeg te scheppen. Het schiet natuurlijk niet op want er slaan elke keer weer golven over de boot.
Maar goed, hij is druk in de weer en doet wat hij kan: water scheppen.

En andere discipel hangt in de touwen.
Een ander in de zeilen.

Weer een ander hangt overboord. Hij moet overgeven.

Dit is niet leuk meer.
Er ontstaat paniek.

38En Hij lag in het achterschip te slapen op een hoofdkussen; 

Midden in de storm, slaapt Jezus.
Hoe kan Jezus nu slapen?
Juist op dit moment, terwijl de storm tekeer gaat.

Als Hij nou ook in de zeilen zou hangen.
Als Hij nou ook eens een emmertje zou pakken om water te scheppen.
Als Hij nou eens een peddel paktje en ging roeien.
Als Hij…

De discipelen schreeuwen Hem wakker!
“Meester, bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?”

Kan het U niet schelen dat wij vergaan?

Misschien herkent u dat wel…
Dat u in nood bent en Jezus of God lijkt te slapen.

Israël was en is de gedachte in ieder geval niet onbekend.

Ik denk aan Psalm 44
De Psalm is onbekender dan Psalm 42 en 43…
Maar ook daar schreeuwt het volk
24Word wakker! Waarom zou U slapen, Heere?
Ontwaak! Verstoot ons niet voor altijd.”

Vorig jaar schreef ik erover naar aanleiding van de aanslag in de tram, vandaag precies een jaar geleden.
Je kunt als kind wel leren “’k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God”, maar je lijkt er niets aan te hebben als een gek met een automatisch geweer begint te schieten.

Je kunt als kind “Scheepke onder Jezus’ hoede” wel geleerd hebben en de regels “Al slaat de zee ook hol en hoog 
en zweept de storm ons voort,
wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord,

En ’t veilig strand voor oog.”

Maar wat is het waard als je toch Corona blijk te hebben?
Wat is het waard als je toch op de IC terecht komt?
Wat is het waard als je toch sterft, of een geliefde sterft. 
Wat is het waard bij het graf van je man, je vrouw, je vader, je moeder, je kind.

De discipelen doen het beste wat ze kunnen doen.
Net als het volk Israël dat doet in Psalm 44:
Roepen: Word wakker!

Roepen, aanroepen!
Hebben wij ook niet de belofte:
18De HEERE is allen nabij die Hem aanroepen, koph
allen die Hem in waarheid aanroepen.” (Psalm 145:18)

Hebben wij ook niet de belofte:
“13Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.”
(Rom. 10:13).
Paulus schrijft niet “Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal genezen van het Coronavirus, of van kanker, of van LCH, of van ALS…”
Nee: “Ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.”

Ondertussen doen de discipelen het beste wat ze kunnen doen: Jezus erbij roepen.
Ze maken Jezus wakker.
Ze zeggen niet “Nou, daar heb je ook niks aan als het stormt.”
Nee, ze maken Hem wakker.

39En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte.

Hij wordt wakker en bestraft de wind.
Zoals Hij de demonen bestrafte, zo bestraft Hij de chaosmacht.
De wind ging liggen en er kwam een grote stilte.

Hoe mooi zou het zijn, als dat na vandaag zou gebeuren.
Hoe mooi zou het zijn als het verplegend personeel, artsen, zusters morgen naar huis konden omdat er domweg geen patiënten meer zijn.
Allemaal genezen…
We bidden erom!

Dan spreekt Jezus Zijn discipelen aan:
40En Hij zei tegen hen: Waarom bent u zo angstig? Hebt u dan geen geloof?

Zou Jezus tegen ons nu hetzelfde kunnen zeggen?
Dat wij denken… Hij doet er niks aan.
Sterker: Is er wel een God?

De discipelen toen “vreesden met grote vrees en zeiden tegen elkaar: Wie is Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?”

Een paar verzen verder zal nota bene de bezetene het antwoord geven: 
Wat heb ik met U te maken, Jezus, Zoon van God de Allerhoogste?


Opmerkelijk: de demonen weten beter Wie Jezus is, dan Zijn discipelen.


We leven in de lijdenstijd.
En dan bedoel ik niet de tijd van het Coronavirus, maar de tijd vóór Goede Vrijdag en Pasen.

En opnieuw zullen we horen dat als het er echt op aankomt, niet Jezus slaapt, maar Zijn discipelen.
Gethesemane… waar Jezus bloedt zweet en de discipelen slapen…

“Meester, bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?

Daar in Jeruzalem blijkt dat Hij Zich terdege bekommert!
Hij maakt zalig!

Aan het kruis rekent Hij af met het kwaad.

Ook met het kwaad waar wij middenin zitten.
Ook met het kwaad dat huist in ons hart.

Jezus doet het enige dat werkelijk hout snijdt – kruishout.
Door te sterven aan het kruis, pakt Hij de oorzaak van alle ellende bij de wortel aan: de zonde!

Hij draagt ze weg! Jezus, het Lam!

Om straks, als Zijn werk af is, ook alle gevolgen ervan voorgoed recht te zetten en alle tranen van de ogen af te wissen. 
Als Hij komt!
Als het Koninkrijk komt waarvan wij dagelijks bidden “Uw Koninkrijk kome…”, dan pas zal niemand meer zeggen “Ik ben ziek…”

Tot die tijd kunnen we in de storm terecht komen.
En in die tijd bidden we tot Hem!
Omdat Hij beloofd heeft: 20En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.” (Mat. 28:20).

Daarom bidden wij vandaag heel concreet of Hij het virus uit wil bannen.
Of Hij het werk van onderzoekers die zoeken naar een medicijn wil zegenen en hen wil helpen.
Daarom bidden wij vandaag voor hen die door het Coronavirus getroffen zijn.
Of Hij wil beter maken.
Of Hij het werk van onze artsen, verplegers en verpleegsters wil zegenen.
Of Hij het werk van allen die regeren wil zegenen. 
Of Hij wijsheid wil geven aan hen die besturen. 
Plaatselijk, provinciaal, landelijk, Europees, wereldwijd.

We bidden, omdat wij weten dat God regeert.
We bidden tot de Schepper van hemel en aarde.
Die dankzij Jezus Onze Vader is.

Een Vader die bij onze Doop al beloofde het kwaad van ons te weren of ten beste te keren.

Amen

Zingen OTH 134 (ed. 2005) Onze Vader

Gebed.

Slotzang: Ps. 42: 4 en 5

Gemeente,
De apostel Petrus die ooit in een schip zat tijdens een storm op het meer, schrijft ons:
Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. (1 Petrus 5:7)

Bid en doe het goede!

You Tube: “Levensschip”

Categorieën:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s