Karinus en Leucius, zonen van Simeon

Bij de voorbereiding op de preek over Mattheüs 27:52 en 53 stuitte ik op de onderstaande tekst. Het lijkt mij dikke duimen werk, maar het laat wel zien hoe al vroeg is gezocht naar verklaringen.

“Dit zijn de goddelijke en heilige mysteriën, die wij hebben gezien en gehoord, ik Karinus en Leucius. Ons is niet toegelaten om nog verder de overige mysteriën van God te vertellen, zoals Michaël de aartsengel betuigde en ons zei: Gij zult met uw broeders naar Jeruzalem gaan en gij zult daar in gebed zijn, roepend en verheerlijkend de opstanding van de Heere Jezus Christus, Die u uit de doden met Zich heeft opgewekt. En gij zult met niemand van de mensen spreken en gij zult neerzitten als stommen, tot het uur zal komen wanneer de Heere Zelf u toestaat om de mysteriën van Zijn Godheid te berichten.

Maar ons beval de aartsengel Michaël om over de Jordaan te wandelen (vanaf de overzijde van de Jordaan – gjg) naar een vette en vruchtbare plaats, waar velen zijn die met u zijn opgestaan tot een getuigenis van de opstanding van de Heere Christus.

Want slechts drie dagen is ons, die opgestaan zijn van de doden, toegestaan om te Jeruzalem het pascha des Heeren te vieren met onze (voor)ouders die leven tot een getuigenis van de opstanding van de Heere Christus, en wij zijn gedoopt in de heilige rivier de Jordaan en ontvingen ieder witte klederen. En na drie dagen viering van het pascha des Heeren werden allen die met ons zijn opgestaan en over de Jordaan zijn geleid, opgenomen in de wolken en zijn verder door niemand gezien. Ons is echter gezegd dat we zouden blijven in de stad Arimathea en volharden in gebed. Dit zijn de grote dingen die de Heere ons beval u te berichten. Geeft Hem lof en belijdt Hem en doet boete, opdat Hij Zich over u ontferme. Vrede zij u van de Heere Jezus Christus Zelf, de Zaligmaker van ons allen. Amen.
En nadat ze voltooid hadden om alle dingen op te schrijven in afzonderlijke delen papier, stonden zij op. En Karinus gaf wat hij geschreven had, in handen van Anna en Kajafas en Gamaliël; evenzo gaf ook Leucius wat hij geschreven had, in handen van Nicodemus en Jozef. En plotseling werden ze in gedaante veranderd en werden bovemate wit, en zijn niet meer gezien. “

Uit R. Ten Kate en C.A. Tukker, Enige Nieuwtestamentische Apokriefe geschriften (II), Utrecht: De Banier, 1994, 98-99.

Overigens zegt Calvijn bij vers 53: “Het zou dwaasheid zijn geweest als deze opgewekte doden nog twee nachten en één dag in het graf waren gebleven.” waarmee hij veronderstelt dat de opgestane doden (zonder namen) pas na de Opstanding van Jezus verschijnen. Ze zijn dus wel opgestaan bij de kruisiging, maar ‘verschijnen’ pas na de opstanding van Jezus in Jeruzalem.

Categorieën:

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s