Vurig van geest

Preek Romeinen 12 gehouden op Tweede Pinksterdag, 24 mei 2021 in de Dorpskerk van Vreeswijk-Nieuwegein.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Mag ik beginnen met een vraag?
Gisteren hebben we Pinksteren gevierd.
De Geest kwam met vuur.
Het Evangelie ging als een lopend vuurtje door Jeruzalem.
Het leidde daar tot een stekelige opmerking: “Ze zijn dronken…”

Maar wat ik vragen wilde.
“Zijn wij nu een aanstekelijke gemeente?”

Ik vraag niet of u aanstekelijk bent…
Maar als gemeente. Zijn wij nu aanstekelijk?

Dat mensen in Vreeswijk en heel Nieuwegein iets hebben van “Oh, daar bij de Dorpskerk… daar moet je zijn… Daar wordt over de grote daden van God gesproken. Daar gaat warmte van uit!”

Ik moest aan die vraag denken bij het thema van de GZB Pinkstercampagne “Houd het vuur brandend!”. 
Mooi gekozen, dat thema.
Want dat is precies wat de Heilige Geest doet: het vuur van het geloof brandend houden.
Meer nog, de Heilige Geest ontsteekt het vuur, wakkert het aan en houdt het vuur brandend.

Zo was het al op die eerste Pinksterdag.
In Handelingen van de verhoogde Christus kunt u dat lezen.
Jezus wordt verhoogd, Hemelvaart. Vanuit de hemel doet Hij wat Hij heeft beloofd:“…als Ik heenga, zal Ik Hem (de Trooster, de Heilige Geest) naar u toe zenden”.[i]
De Geest Die overtuigt dat God in Jezus de schuld verzoend heeft en de toekomst openbreekt.[ii]
Dat God beslissend ingegrepen heeft in de wereldgeschiedenis.

Zonde en dood hebben niet het laatste woord.
Dat laatste woord heeft Jezus.

Met Pinksteren zet de Geest de zending in gang.
Er wordt getuigd van Jezus, in Jeruzalem, latere in heel Judea en Samaria, en het gaat tot aan het uiterste van de aarde.[iii]

Je ziet het gebeuren in Handelingen.
Na Handelingen is de Geest van de verhoogde Christus daarmee doorgegaan, tot op de dag van vandaag, tot in Vreeswijk.

En vanuit Vreeswijk zijn weer zendelingen uitgezonden.
Denk maar aan Matthijs en Rosa Geluk en Arvind en Andrea.

En het mooie aan dat zendingswerk is weer, dat dat werk heel aanstekelijk kan werken.
Ook voor onszelf.
Bemoedigend ook.
Zending werkt aanstekelijk.

Al eerder vertelde ik van Harriëtte Smit die in Frankrijk begon in Bordeaux en nu verantwoordelijk is voor het jeugdwerk in de gereformeerde kerk daar.
Soms zet ze foto’s op Facebook van een kerkdienst die ze meemaakt.
En dan zie je vijf, zes, zeven, acht oude mensen in een vervallen kerk samenkomen.
Prachtig vind ik dat.

Die mensen zeggen niet. “Nou als we maar met z’n vijven of achten zijn, dan blijf ik wel lekker thuis…”
Nee, ze komen samen. Al was het met twee of drie.
Samen het sterven en de opstanding van Jezus vieren.

En je ziet het: “Al is de kerk nog zo klein, de Geest gaat door!”

Daarmee houdt het zendingswerk ook een spiegel voor.
Tenminste, zo ervaar ik het.
Kleine gemeenten vaak, maar hoe enthousiast!
Hoe vurig van Geest! Kleine gemeenten kunnen heel aanstekelijk zijn. Het gaat niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit. De Kerk is geen McDonalds waarbij geldt “Big is better”.

Soms schaam ik me zelfs een beetje. 
Als je de verhalen van Andrea leest, in Azië en hoe mensen op straat sterven aan Corona, omdat de medische zorg het niet aan kan, dan schaam ik me voor het gemopper over het coronabeleid in Nederland.
Of als ik verhalen lees over mensen die in schamele kartonnen hutjes wonen. In diepe armoede.
Dan voelt het wel eens of ik, of wij ons hier gedragen als verwende kinderen.
Mensen die zeuren om futiliteiten…

En dan vraag ik me weer af: Heb ik zelf mijn prioriteiten wel op orde? Maak ik me wel druk om de juiste dingen?
Doe ik de juiste dingen?

Maar goed.
In ieder geval kun je bij zendingswerkers wel iets zien van wat Paulus schrijft in het eerste vers van Romeinen 12. Het hoofdstuk dat we vandaag behandelen.
“Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst”.
Anders gezegd: “Offer nu jezelf, als met rede, met verstand begaafde mensen op aan God, door jezelf helemaal aan God toe te vertrouwen”.

Zendingswerkers geven hun leven, wijden hun leven toe, als een offer aan God.
Ze zijn niet de zending ingegaan om rijk te worden.

Nee, de “ontfermingen” (meervoud!) van God hebben hen in beweging gezet.

Er is een vuur ontstoken en dat zorgt ervoor dat ze de goede Boodschap aangaande Jezus door willen geven. Ze zijn “aangestoken” en “aanstekelijk”.
Zou je aan hen vragen: “Waarom doe je het?”, dan zouden ze antwoorden: “Omdat ik niet anders kan… God roept me ertoe…”

Mooi toch?


Stel trouwens dat we dezelfde vraag zouden stellen aan de discipelen op de eerste Pinksterdag.
“Zeg eh…, waarom staan jullie in andere talen, de grote werken van God te vertellen?”.
Wat zouden zij dan zeggen?
Nou ja, Petrus zou ons verbaasd aankijken: “Hoezo? Nou, dat snap je toch wel? De Geest is uitgestort”.
“Jezus doet wat Hij beloofd heeft!”
“Jezus leeft! Vanuit de hemel, waar Hij nu zit aan de rechterhand van God, heeft Hij Zijn Geest uitgestort. En nu is Hij altijd bij ons!”

Nou ja, zoiets zegt hij ook in zijn preek.[iv]

Een paar hoofdstukken verderop worden ze vanwege dat preken over Jezus zelfs in de gevangenis gegooid.
En krijgen ze van de Joodse Raad, nadat ze gegeseld zijn, het gebod “dat zij niet zouden spreken in de Naam van Jezus”.[v] 
Maar als ze dan los gelaten zijn, vind je ze iedere dag in de tempel en bij de huizen, waar ze onderwijs geven en Jezus Christus verkondigen.[vi]

Zij kunnen eigenlijk niet anders.[vii]
Zo aanstekelijk werkt de Geest. Die dringt hen. Vervult hen.
Dat is wat sinds Pinksteren gebeurt!

Vandaag klinkt voor ons de oproep: “Wees vurig van Geest. Dien de Heere!”(vers 11).

En dat lijkt me met Pinksteren 2021 geen overbodige oproep.

Want als iets duidelijk is geworden tijdens de corona-pandemie, dan is het wel dat we elkaar nodig hebben om de vlam van het geloof brandend te houden. Om vurig te zijn.
Om een kerk te zijn waar het vuur van de liefde brandt.

In Romeinen 12 wakkert Paulus de gemeente aan om te groeien in liefde voor God, de liefde voor elkaar en de liefde voor anderen.
Anders gezegd: om het Evangelie in zijn volle kracht uit te leven en door te geven. 
Om het vuur dat we ontvangen niet uit te blussen[viii], maar door te geven. 
Houd het vuur brandend!

En Paulus maakt het dan heel concreet.
In zijn brief heeft hij gesproken over de inhoud van het geloof in de eerste acht hoofdstukken.
Hij heeft de dogmatiek als het ware behandeld.
In de hoofdstukken 9 tot en met 11 spreekt hij over Israël.
En nu volgt in hoofdstuk 12 wat dat allemaal praktisch uitwerkt in de gemeente.

Het leven dat hoort bij de leer!
De ethiek die hoort bij de dogmatiek.

Welnu: Jezus heeft Zichzelf voor ons geofferd aan het kruis.
Jezus is opgestaan van de doden.
En Hij heeft Zijn Geest uitgestort – Pinksteren – opdat wij door Hem en voor Hem zullen leven.
Wij gaan niet meer naar de tempel met offerdieren.
Nee, wij offeren onszelf.

Laat je dan ook door de Geest leiden!
Laat je nou niet leiden door het denkschema van deze wereld.
Daarom vers 2 “En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid…”
Laat je nou door Zijn Geest vernieuwen!
Zodat je steeds meer op de Heere Jezus zult gaan lijken.[ix]

Nou, dat zal toch te merken zijn in het gemeenteleven.
Wij weten toch allemaal dat wij geen “Ubermenschen” zijn, die zonder de anderen prima kunnen functioneren.
Nee, we hebben elkaar nodig.

En daarom zijn wij – vers 3 – bescheiden. Wij denken niet “hoog” van onszelf. Toch?
Nou ja, het kan wel voorkomen….
Ik weet nog dat ik in de twintig was en alles heel goed wist.
Een vrome jongen. En dat een oudere broeder toen tegen mij zei: “Nou, nou, de Heere mag wel in Zijn handen knijpen met een dienstknechtje zoals jij…”.

Tja…
Dat was wel ontdekkend.
En beschamend.

Laat ik nu maar zeggen: We leven toch allemaal van Zijn genade.
Er is toch niemand onder ons die denkt “Nou, nou. Ik ben wel dieper doorgeleid dan hem, of haar…”
Wees bescheiden.
Drijf je eigen wijsheden niet.
Luister naar een ander.
Als het om het verstaan van de wil van God gaat, dan hebben we elkaar nodig, toch?

De verzen 4 en 5 benadrukken dat ook.
Eén lichaam, vele leden.
En al die leden hebben weer verschillende gaven gekregen waarmee ze de gemeenschap dienen. 
In de verzen 7 en 8 noemt Paulus er een paar: profetie, dienstbetoon, onderwijs, bemoedigen, leidinggeven.

Waar het om gaat is dat al die gaven pas tot hun recht komen in de gemeenschap die “gemeente” heet.
De plek waarin de leden elkaar aanvullen.

Gaven heb je niet ter meerdere eer en glorie voor jezelf. “Kijk mij eens en mijn gaven”. Neus omhoog, borst vooruit!
Nee, je hebt ze tot opbouw van de gemeente.
Om te dienen.

Vanaf vers 9 volgen dan ruim twintig punten.
En graag zou ik die nu met u allemaaldoor willen lopen.

Dus geen drie, maar 24 of 26 punten.
En ze passen allemaal bij “Houd het vuur brandend!”. 

U kunt ze thuis nog eens rustig nalezen. Doe dat vandaag maar. En morgen nog een keer. En overmorgen…

1. Laat de liefde ongeveinsd zijn. (vers 9)
Niet doen alsof dus. Niet hypocriet, niet huichelachtig, niet gemaakt, maar echt. 
Het bederf van het beste is het slechtste. Je kunt elkaar verraden met een kus.

Laat de liefde oprecht zijn. Het is toch wel opmerkelijk dat Paulus dit schrijft, dacht ik.
Maar blijkbaar vond hij het nodig.
In ieder geval dacht hij niet “Nou dat zal in de gemeente wel vanzelfsprekend gaan”.
Dominees kunnen dat wel eens zeggen “Als je van de HEERE houdt, dan heb je de naaste ook lief…”.
Ja ja, maar soms…

Soms kun je zomaar een hekel aan een ander gemeentelid hebben of krijgen. Kun je je irriteren.
En soms kunnen we zoveel van onszelf houden, zodat er van liefde voor de ander geen ruimte meer is.
Soms kunnen we schijnheilig tegen elkaar doen.
Daarom hebben we dat apostolisch vermaan steeds weer dringend nodig.
Laat de liefde ongeveinsd zijn.

Niet slechts als commando. 
Als iets wat je uit je eigen tenen moet halen.
Nee. Paulus wil niet moraliseren… Geen wetticisme.
Wel houdt hij een spiegel voor.
Als je zelf mag leven van de liefde van God. Dan word je toch gevuld met Zijn liefde. Dan word je toch een liefhebber?
Geen schijnheilig gedoe dus.

Ik merk dat het altijd helpt om voor mensen waaraan ik me erger, te bidden. Ze bij God te brengen.
En als je dat doet, zul je merken dat je ook anders tegen diegene aan gaat kijken.
Probeer het maar eens deze week.
Aan wie heeft u een hekel?
Wie irriteert u in de gemeente?
Ga voor hem of haar deze week bidden…
En doe een daad uit liefde.

2. Heb een afkeer van het kwade en houd vast aan het goede.
Dat betekent ook dat die “ongeveinsde liefde” niet wil zeggen dat je alles goedkeurt van een ander.
Nee, zonde moet benoemd worden. 
In liefde moet je de ander de waarheid kunnen zeggen. Maar wel in liefde.

3. Heb elkaar hartelijk lief met broederlijke liefde.
Juist daarin uit zich de broederlijke liefde.
Ik denk bijvoorbeeld aan de hulp die gegeven wordt aan verslaafden.
Drugsverslaafden hebben we niet in de gemeente, voor zover ik weet.
Maar drankverslaafden en pornoverslaafden wel.
U kent ze wellicht ook wel.
Maar ook die broeders en zusters hebben we toch lief?
We praten het kwade niet goed, maar proberen zo goed mogelijk te helpen, nabij te zijn, door te verwijzen.

Waar die liefde is, zullen mensen ook “durven” hun zonden te belijden.
In de gemeente zou iedereen een biechtvader of -moeder moeten hebben.

4. Ga elkaar voor in eerbetoon.
Houd de ander dus in waarde. 

Durf zelf de minste te zijn.
Hoe vaak gebeurt het niet dat wij niet de minste, maar de meeste willen zijn.
Dominees hebben daar ook een handje van.
Maar wees nou bescheiden, zegt Paulus.

Behandel de ander ook niet als een waardeloos of minderwaardig schepsel. 
Bijvoorbeeld omdat hij of zij er een andere mening op nahoudt dan jij.
Wij zien toch in de ander ook een kostbaar schepsel van God? Iemand waarvoor Jezus toch ook is gestorven. Zijn bloed en lichaam heeft gegeven?

Daarom 5.
5. Wees niet traag wat uw inzet betreft.
Ook niet in deze dingen.
Echte (broeder)liefde is toch als een hoog oplaaiend vuur? 

Liefde is daarbij een werkwoord.
Het kost tijd, aandacht en energie.
Maar dat mag het toch kosten?
Omdat het Jezus’ leven heeft gekost?

6. Wees vurig van geest. 
Enthousiast, met een hart dat van liefde brandt.
Daarin en zo dien je de Heere.

Vandaar 7.
7. Dien de Heere.
En wie de Heere dient die zal zich 8, 9 en 10 (vers 12) ter harte nemen.

8. Verblijd u in de hoop. 

9. Wees geduldig in de verdrukking. 

10. Volhard in het gebed.
Verblijden, geduldig zijn en volharden.
Blij en geduldig volhouden.

Ik hoef u niet te zeggen dat “verdrukking” en tegenslag de hoop doen vervagen. Dat weet u zelf maar al te goed.

Tegenslag, verdriet kan ons terugwerpen op onszelf, waarbij we de ander uit het oog verliezen.
Maar als we in onze wanhoop samen schuilen bij onze Hoop, Jezus, dan verschijnt er toch weer perspectief.
En als we leven uit de hoop, de vaste hoop, dan leren we toch om geduldig de verdrukking te verdragen? 
Dan volharden we toch in het gebed?
Ook samen!

En nu stop ik maar.
De resterende verzen 13 tot en met 21 kunt u thuis zelf lezen.
Nog veel meer aanbevelingen die te maken hebben met het praktisch gemeenteleven.

En dat heeft ook nog eens zijn missionaire waarde.
Het zal aanstekelijke werken!

We vieren Pinksteren!
Aan het begin van de preek zei ik:
“Zendingswerkers geven hun leven, wijden hun leven toe, als een offer aan God”.

Maar zij toch niet alleen, toch?
U toch ook?
En jij toch ook?

In een videoboodschap noemt Matthijs Geluk het Pinksterfeest een riskant feest.
Dat vond ik wel mooi gezegd.
Want Pinksteren heeft iets riskants…

Hoezo?
Nou, omdat de Geest mensen tot inkeer en tot omkeer brengt.
Tot bekering.
Door de Geest raak je de zeggenschap over je eigen leven kwijt…
Niet meer “ik” op de troon, maar Jezus.

“De Geest kan zomaar je leven op z’n kop zetten”, zei Matthijs.

Dat herkent u toch wel?

Weet u nog dat u voor het eerst, echt door de knieën ging?

Zo vaak wellicht het evangelie al gehoord.
Thuis, op school.
Maar het was net, of toen pas, op dat moment voor het eerst het kwartje viel.
“Jezus stierf voor mij…”
“Hij houdt echt van mij!”
“Hij houdt van mij, ondanks dat ik…”

Weet u nog, dat u belijdenis aflegde van het geloof.
Lang getwijfeld. Want je dacht: “Als ik het doe, dan heeft het wel consequenties”.
“Zal ik wel, zal ik niet.”
“Ben ik wel heilig genoeg.”
“Geloof ik wel voldoende…”

Maar toen “sprong je in het diepe”.
“Ik geef me over”.
“Nooit spijt van gehad”.

Weet u nog, voor het eerst aan het Avondmaal.
U durfde wellicht eerst niet…
Hoe zat dat ook al weer “eten en drinken zichzelf een oordeel”.

En toch… toen, toen was daar plots ruimte.
U ging.
En u wist “Hij voor mij, omdat ik anders…”

Nou al die dingen deed en doet de Geest.
Ook vandaag.

Hij zet in vuur en vlam.
Hij ontsteekt het vuur.
Hij wakkert het aan.
Hij houdt het vuur brandend.

Hij is Heere en maakt levend. (Nicea)
Hij maakt harten gewillig en bereid, om voor Jezus te leven.[x]

En daarom is ons gebed, persoonlijk, maar ook als gemeente.
“Geef wat Gij beveelt en beveel wat Gij wilt”.

Vul ons steeds weer.
Opdat U door ons, in de gemeente, verheerlijkt wordt.
Tot eer van Uw Naam.

Amen.


[i] Joh. 16:7.

[ii] Joh. 16:8-15.

[iii] Hand. 1:8.

[iv] Hand. 2:14-36.

[v] Hand. 5:40.

[vi] Hand. 5:42.

[vii] Hand. 4:20.

[viii] 1 Thes. 5:20.

[ix] Rom. 8:29.

[x] Vgl. vraag en antwoord 1 van de Heidelberger.

Categorieën:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s