Het evangelie in Europa

Preek gehouden op zondagavond 29 augustus 2021 in de Dorpskerk, ook als voorbereiding op het winterseizoen 2021-2022 waarin op de Bijbelkringen de Filippenzenbrief behandeld zal worden.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vanavond lazen we hoe het Evangelie in Europa komt. 
Hoe voor het eerst mensen in Europa worden gedoopt en er dus voor het eerst een christengemeente in Europa ontstaat.

Kijk, wij vormen samen met elkaar een gemeente van de Heere Jezus. Maar wij zijn in Vreeswijk niet de eerste en ook niet de enige gemeente van Jezus Christus. 

Nee, de eerste gemeente in Europa ontstaat in Filippi.
De gemeente aan wie Paulus de Filippenzenbrief schreef, die wij komend seizoen met elkaar zullen lezen.

Vanavond wil ik zeven punten bespreken, waarbij ik maar ‘gewoon’ de tekst uit Handelingen volg.

  1. Het Evangelie in Filippi. 
  2. Er wordt gedoopt.
  3. Er wordt genezen.
  4. Er wordt gebeden en gezongen.
  5. Geloof
  6. Avondmaal
  7. Blijdschap
  1. Hoe het Evangelie in Europa komt

Filippi[i] was een stad in het noorden van Griekenland, het antieke Macedonië, onder het huidige Bulgarije.
De stad was vernoemd naar de stichter Filippus, of Fillipos II, de vader van Alexander de Grote. 
Vers 12 vermeldt dat Filippi een kolonie was. 
Deze mededeling is voor het verstaan van dit hoofdstuk van belang[ii]
Een kolonie[iii] was kort gezegd een stukje Rome, buiten Rome. 

Een vrij stukje Italië te midden van provincies die onder gezag van Rome stonden. 

Filippi wordt niet alleen de eerste plaats in Europa waar Paulus preekt. 
Het wordt ook de eerste plaats in Europa waar mensen tot het geloof in Jezus Christus komen en een gemeente ontstaat.

In de verzen hiervoor beschrijft Lukas hoe Paulus en zijn medewerkers, Silas en Timotheüs, het goede nieuws over Jezus ook in Asia, het huidige West-Turkije, willen gaan vertellen. 
Maar staat er dan: De Heilige Geest hield hen tegen
Als ze naar het noorden willen, verbiedt de Geest van Jezus ook dat.

Ik denk dat ze niet zo zeer een stem gehoord hebben, maar aangevoeld hebben: “Dit is niet de weg van God”.


Wegen worden dus afgesloten.

Ondertussen zitten ze niet stil.
We lezen nergens dat ze zich terugtrekken en er uren, weken, maanden, jaren voor uittrekken om na te gaan denken “Wat wil God dan wel?” 
Nee, ze lopen gewoon door.[iv]

Zo komen ze doorreizend bij Troas terecht, in het westen van het huidige Turkije.
Verder lopen kun je niet, want dan loop je de zee in.

In Troas krijgt Paulus ’s nachts een visioen. 
Hij ziet een man uit Macedonië staan die smeekt: “Kom over naar Macedonië en help ons!” 
“Steek de zee over naar Macedonië en kom ons helpen!”


Paulus, SIlas, Timotheüs en Lukas begrijpen dat het visioen van God is en ze vertrekken per boot naar de overkant. 
Zo komen ze dus in Filippi terecht.

Wat opvalt is dat Paulus niet op het strand opgewacht wordt door de Macedonische man uit zijn visioen… 
Niemand zit op het strand op Paulus en de anderen te wachten.Niemand kijkt uit naar zijn of hun komst. 

Als je Handelingen doorleest is dat eigenlijk overal zo. 
Straks zitten ze ook in Athene niet te wachten op het Evangelie.
In Rome niet, nergens niet. 

Ondertussen kan ik me voorstellen dat Paulus, als hij in Macedonië. Noord-Griekenland aankomt en niemand hem opwacht, dat hij zou kunnen denken “Heb ik me niet vergist?” Dat visioen, die droom. “Heb ik het me niet ingebeeld?”.

De meeste dromen zijn bedrog.
Zou het visioen, die droom bedrog zijn? 
“Ben ik wel echt geroepen?”
Of was het maar inbeelding?
Wishfull thinking?

Ik kom erop terug.

2.        Er wordt gedoopt
Het tweede is dat er vrij snel gedoopt wordt.

Op sabbat gaan Paulus en de anderen richting de rivier, ik denk omdat ze vermoeden dat daar – in verband met de rituele wassingen – ook een gebedsplaats of synagoge is. 

Paulus zoekt altijd eerst de synagoge op. 

Eerst de Jood, dan de Griek. (Rom. 2:10)

Eerst de Jood dus. Zij kennen God (Rom. 3:2).

En wat blijkt: daar bij het water zijn enkele vrouwen bijeen gekomen om te bidden tot de God van Israël. 


Een vrouwen gebedsgroepje dus.
Geen vergaderende mannen met ernstige gezichten, maar biddende vrouwen.

Eén van die vrouwen is Lydia (de Lydische), een vrouw uit Tyatira (dat in Lydië ligt) die in purperstoffen handelde. 

Deze Lydia wordt een ‘Godvrezende’ genoemd.
Zij is dus iemand uit de volken, een niet-Joodse die sympathiseert met het geloof in de God van Israël.

Zij komt tot het geloof en zij en haar huisgenoten worden gedoopt!


De eerste gedoopte in Europa is dus een vrouw!

Haar bekering wordt eigenlijk maar heel summier beschreven. 
“En de Heere opende haar hart”.

Tegelijkertijd kun je zeggen dat Lukas alle nadruk legt op het feit dat bekering en geloof het werk van God zijn.[v]

“En de Heere opende haar hart, zodat zij acht gaf op wat door Paulus gesproken werd”.
De Heere opent…
Wat?
Het hart, het centrum van gevoelens, gedachten en handelingen…


Geef Mij uw hart…
Lydia geeft het. 

Waarom?
Omdat het door God wordt geopend, net als straks de deuren van de gevangenis…
En dan vraag je je af: “Hoeveel harten zullen er dit seizoen geopend en gegeven worden?”

3.        Er wordt genezen

Paulus en de anderen gaan na het dopen verder met hun evangelisatiewerk in de stad.

Ik denk dat voor Paulus gold: “Een dag niet geëvangeliseerd, niet goed van Jezus gesproken is een dag niet geleefd”.

Een slavin met een waarzeggende geest – letterlijk staat er πνεῦμα πύθωνα, dat is Pytongeest – loopt Paulus en de anderen constant achterna. 
En dat niet alleen. Constant is ze aan het roepen:
Deze mensen zijn dienstknechten van God, de Allerhoogste, die ons een weg naar de zaligheid verkondigen.


Opvallend.
Net als in de evangeliën weten de demonen beter met wie ze te maken hebben, dan de omstanders. Dan de discipelen zelfs.

In Kapernaum roept een demon tegen Jezus: “Ga weg! Wat hebben wij met U te maken, Jezus de Nazarener? Bent U gekomen om ons te gronde te richten? Ik weet wie U bent, namelijk de Heilige van God.”

Nadat Jezus de storm op het meer stilt, vragen de discipelen zich af: “Wie is Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?”

Het antwoord wordt een paar verzen verderop gegeven door de bezetene van Gadara.

Als hij Jezus uit de verte ziet, snelt hij naar Hem toe en schreeuwt: “Wat heb ik met U te maken, Jezus, Zoon van God de Allerhoogste?”


Hier in Filippi bevestigt de boze geest de roeping van Paulus en de zijnen: “Deze mensen zijn dienstknechten van God, de Allerhoogste, die ons een weg naar de zaligheid verkondigen.”

Ze doet het niet alleen voortdurend, maar ook vele dagenlang. 

Op een gegeven moment is Paulus het zat! 
Hij draait zich om en spreekt niet het meisje, maar de boze geest aan en zegt: ‘Ik gebied u in de Naam van Jezus Christus uit haar weg te gaan! 


En meteen, op hetzelfde moment gaat de boze geest uit haar weg!

Het meisje moet zich bevrijd gevoeld hebben…

Gebondenheid maakt altijd neerslachtig.
Maar nu: frisse ogen…

Ondertussen zijn haar bazen er minder blij mee. 
Zij zijn een bron van inkomsten kwijt! 
Hun uitzicht op winst is met de uitdrijving vertrokken.

En daarom grijpen ze Paulus en Silas en sleuren hen mee naar de markt, naar de stadsbestuurders.


Die bazen zijn niet geïnteresseerd in de weg naar de zaligheid. Die boodschap van Jezus. Het zal allemaal wel.


Ze zijn hun bron van inkomsten kwijt!
Dat is hun probleem!
Wat nou welzijn voor dat meisje.
Hun welvaart is in het geding.
Een goede economie voor alles!

Die vreemdelingen ook die hun rust en orde komen verstoren.

Daarom klagen ze ook in vers 20 en 21:
“…Deze mensen verstoren de orde in onze stad. Het zijn namelijk Joden,

21 en zij verkondigen gewoonten die wij niet mogen aannemen en ook niet mogen naleven, omdat wij Romeinen zijn.”

Ja, die Messias belijdende Joden, waar bemoeien zij zich mee?
Wat komen ze hier überhaupt doen?

Al het verzameld volk kiest al snel partij.
“Weg met die vreemdelingen”.

De magistraten rukken de klederen af en geven het bevel Paulus en Silas met stokken te slaan…

De vraag staat ook op het Weekbericht.
Heb je weleens straf gekregen voor iets dat je niet gedaan hebt?
Op school bijvoorbeeld?
Dat kan hè, op school straf krijgen, zonder dat jij iets gedaan hebt.
Bijvoorbeeld als de hele klas na moet blijven, omdat een paar kinderen hebben zitten praten.

“Iedereen blijft zitten”, zegt de meester of de juf. 
“Ik moest tien minuten op jullie wachten, nu wachten jullie maar tien minuten op mij.”

Of zeggen jullie meesters en juffen dat nooit?

Als je onterecht straf krijgt, is dat niet leuk…
Het kan je zelfs boos maken.

“Maar ik deed helemaal niets”, zou je willen roepen.

Maar je durft het niet…
En als je het wel durft en het zegt, dan antwoordt de meester: “STILTE! Niks mee te maken. Mond dicht, ga maar schrijven: ‘Ik mag niet praten.’ 100 keer; en netjes!”

Onterecht straf krijgen, is dat niet leuk

Maar als je dan ook nog met stokken geslagen wordt.
En in de gevangenis wordt gegooid…

Bij Paulus en SIlas gebeurt het.
Vers 23

23 En nadat zij hun veel slagen toegediend hadden, wierpen zij hen in de gevangenis en geboden de cipier hen zorgvuldig te bewaken.

De cipier is een trouwe, loyale Romein.
Trouw ook aan het Romeinse recht.
Hij werpt Paulus en Silas in de binnenste kerker en doet ook nog eens hun voeten vast in een blok.

Daar zit je dan…
En weer dacht ik aan die Macedonische man uit de droom waar ik de preek mee begon.
“Kom over en help ons…”

Nou van helpen komt weinig als je in de gevangenis zit…
Hoezo helpen… ik zit in een donkere cel.

Preken?

Ja, tegen de muren…

Hoe zou u, hoe zou jij reageren?
Boos?
De cipier uitschelden? Nou ja, beetje oppassen, anders doet hij de boeien nog strakker.

Mopperen…

Op de bazen van die vrouw die nu genezen was. 
Mopperen op de geldwolven die niet denken aan het welzijn van die vrouw, maar alleen aan hun eigen inkomen. Hebberds, dat zijn het. Graaiers die willen hebben en houden.

Op de stadsbestuurders… wat is dat voor een rechtspraak. Neprechters! Dat zijn het.

Op degenen die hen sloegen met stokken.
Waarom moest dat zo hard. Stelletje sadisten.

Op de gevangenisbewaarder, de cipier die hun voeten ook nog eens vastzet…

Mopperen…

Mopperen op God?

Waarom laat Hij het toe?
Waarom doet Hij er niets aan?

Ziet Hij dan niet dat zijn kinderen geslagen worden?
Nou dan…

Hij had toch die Macedonische man laten roepen “Kom over en help ons…?”
Nou, dat had Hij dan beter niet kunnen doen.

“Waren we maar nooit op die roeping ingegaan!”
“Waren we maar gewoon in Klein-Azië, zeg maar het huidige Turkije gebleven. Ook daar valt genoeg te doen…”
“Geven we gehoor aan de roeping. Gehoorzamen we en dan belanden we hier!”

Je denkt toch dat als God roept alles fijn en goed zal gaan.
Dat je luisteraars aan je lippen hangen.
Grote successen…

Mopperen!

Maar Paulus en Silas mopperen niet.

Tenminste, we lezen er niets van…

Wat wel?
Tegen middernacht horen we ze bidden.
En zingen…

4.        Er wordt gebeden en gezongen
Ook in de gevangenis, ook als het donker is, zingen ze.

Paulus en Silas bidden en zingen.
Met kapotte ruggen; bidden en zingen.

Klaagzangen?

Dat kan he. En dat is ook voor te stellen. 

Er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, 

een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen,
Het lijkt me een tijd om te rouwklagen.

Denk aan de klaagliederen van Jeremia.
Maar Paulus en Silas zingen geen klaagzangen, maar lofzangen!

Hoe kan het?
Nou, omdat ze weten dat niet de Romeinse keizer kurios is, al heeft hij die titel, maar dat Jezus Kurios is. 
Aan Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

Midden in de kerker, midden in de duisternis: bidden en zingen!
In de wetenschap dat er Een boven alle omstandigheden staat!
Dat er Eén is Die regeert!

Ook al schijnt voor het oog alles donker, duister.
Toch weten: de Heere regeert!
Het loopt Hem niet uit de hand.

Later zal Paulus aan de Romeinen schrijven:

35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?

En daarom jammeren ze geen klaagzangen maar jubelen lofzangen!

En die lofzangen worden hier niet gezongen in een warme, gezellige, sfeerrijke praise-bijeenkomst met een mooie lichtshow; of op een mannensamenzangavond met hele noten en bovenstem – al mag dat van mij allemaal best hoor – maar hier worden ze gezongen in een kerker.

Zoals je Paasliederen zingt op de begraafplaats.

Je ziet niets dan graven, maar je weet “Een is er uit! Jezus is opgestaan! Hij leeft! En nog even… dan zal Hij komen en zullen al de Zijnen bij Hem zijn! Zijn Koninkrijk komt!”

Ondertussen luisteren de mede-gevangen aandachtig naar Paulus en Silas.

En dan gebeurt het: een aardbeving.

De fundamenten onder de gevangenis bewegen.

Alle deuren springen open.
De boeien van allen raken los…

De cipier schrikt wakker en denkt: Al mijn gevangen zijn weg!
En ik ben daarvoor verantwoordelijk…
Dat wordt de doodstraf en hij trekt een zwaard…
Maar Paulus roept: “Niet doen, wij zijn allemaal nog hier”.

Er komt licht en de man stapt naar binnen…
Hij beeft en valt voor Paulus en Silas neer.

“Deze mensen zijn dienstknechten van God, de Allerhoogste, die ons een weg naar de zaligheid verkondigen.” had de vrouw met de Pythongeest geroepen…

Ik denk dat die woorden toch zijn blijven haken…

Want de cipier brengt Paulus en Silas naar buiten – er zou nog meer puin naar beneden kunnen vallen – en vraagt:
“Wat moet ik doen om zalig te worden?”
“Wat moet ik doen om gered te worden?”

Even tussendoor: Vraagt u zich dat weleens af?
Vraag jij je dat wel eens af?
Wat moet ik doen om zalig te worden…

“Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten.”

5.        Geloof!
Let op: Als Paulus zegt “Geloof…” dan is dat een commando, een bevel![vi]
De cipier kan zich er niet onderuit praten met zinnetjes als “Maar dat kunnen we helemaal niet, geloven…”  

Net zo goed als niemand het lef had tegen Johannes de Doper te zeggen als hij opriep “Bekeert u!”, “Maar dat kunnen we helemaal niet…”

Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten. 

Het geloof wordt ons niet maar aangeboden, het wordt ook niet slechts uitgestald. 
Het wordt ons geboden![vii] 

En tegelijkertijd moet de Geest – net als bij Lydia – het hart openen.

“Wat moet ik doen om zalig te worden?” vraagt de cipier.
Dat is een menselijke vraag.
Wij denken altijd in “doen”.
Daarom vragen ernstige mensen zich wel eens af: “Heb ik genoeg gedaan?”

Altijd of de zaligheid afhangt van dingen doen.
En niet doen, dingen laten.[viii]

Maar in het christelijk geloof gaat het niet allereerst om doen, maar om gedaan!

Jezus Christus heeft voor eens en altijd genoeg gedaan.

Voor u, voor jou, voor mij.
Er hoeft niets bij…

Daarom zegt Paulus: Geloof!
Vertrouw op Zijn offer…

Vertrouw Zijn genade…

Die nacht spreken ze met de cipier en allen van zijn huis over het Woord van God.
De man neemt ze mee en gedraagt zich nu als een barmhartige Samaritaan.
Hij wast hun striemen. Later biedt hij een maaltijd aan…

Dezelfde nacht wordt hij gedoopt, en ook allen die van zijn huis waren.

Zo ontstaat die gemeente van Filippi.

Dat brengt ons bij het voorlaatste punt. 

6.        Avondmaal

We eindigden de Schriftlezing bij vers 34 “En hij bracht hen in zijn huis en richtte voor hen de tafel aan. En hij verheugde zich dat hij met al zijn huisgenoten tot geloof in God gekomen was”.

Daarbij dacht ik: “Zouden ze samen het Avondmaal gevierd hebben?”

Dat staat er niet.

Ik weet het ook niet.

Wat ik wel weet is dat er blijdschap was.
Opgewekte gezichten.
Blije gezichten.

Blijdschap omdat ze tot het geloof gekomen zijn.

7.        Blijdschap
Hopelijk is bij u, bij ons de blijdschap hier net zo groot als die toen in Filippi was.

Op het Weekbericht staan drie vragen.

1. Heb je weleens straf gekregen, terwijl je niets fout had gedaan? Hoe reageerde je toen? 

2. Stel dat jij met Paulus en Silas was geslagen en in de gevangenis was gegooid. Zou je dan met hen meebidden en meezingen? Waarom wel/niet? 

3. Hoe doe je en hoe doen we dat nu in 2021: ‘bidden’ en ‘lofzangen’ zingen?

Bij die eerste vraag moest ik direct denken aan Jezus. Hij verbindt die drie vragen.
En is tegelijkertijd het antwoord.

Zie op Hem!

Hij werd gebonden, om ons te ontbinden.

Hij werd onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij voor het gericht Gods zouden vrijgesproken worden. 

Hij heeft de vervloeking van ons op Zich geladen, opdat Hij ons met zijn zegening zou vervullen.

Hij werd van God verlaten, opdat wij tot God zouden genomen, en nimmermeer van Hem verlaten zouden worden.

Hij deed het uit liefde.

Ook Hij zong – net als Paulus later – in de nacht.

In de nacht dat Hij verraden werd, zong Hij de lofzang.

De lofzang, dat is Psalm 113:1 “Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN” tot en met Psalm 118: 29 “Loof den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid”.

Zouden wij niet met Hem meezingen?
Zoals Paulus en Silas deden?

Lofzingen in de nacht.

Hoe donker het ook kan zijn in de wereld.
Hoe donker het ook kan zijn in ons leven.

Vorige week dacht ik “Wat zou ik doen als ik op een vliegveld in Kaboel zou zitten…?”

“Maken dat je wegkomt…”
Ja, dat zou ik wel proberen ja.
Maar als dat niet lukt?

Daarentegen hoorde ik van Afghaanse christenen die weigerden te vertrekken, omdat zoals zij zeiden “Onze roeping hier ligt. In Afghanistan”.

“Zingen en bidden, ook in de nacht”.
Lukt het?
Want het kan ook in ons leven, heel donker zijn.
Ziekten, opnames…

Problemen met je kinderen…

Nooit vergeten.
Hoe de zaken ook lopen in het leven.
Jezus is Heer!
Zijn Koninkrijk komt!

En nu al is Hij Heer.

In Kaboel.
In Filippi.
In Vreeswijk.

In Nieuwegein.

Amen



[i] Zie o.a. https://christipedia.miraheze.org/wiki/Filippihttps://nl.wikipedia.org/wiki/Philippi en https://mainzerbeobachter.com/2011/12/06/paulus-in-filippi/.

[ii] Zeker ook vanwege wat volgt in de verzen 35 tot en met 40. De magistraten doen Paulus uitgeleide. Als vertegenwoordiger van Jezus Christus gaat hij koninklijk de stad uit. 

[iii] De vestiging van de Romeinen in Filippi begon in 42 voor Christus. De stad kreeg de officiële naam Colonia Iulia Augusta Philippensium en bezat het Ius Italicum (Het Italiaanse recht). Zie voor Romeinse koloniën bijvoorbeeld https://www.ensie.nl/grieks-romeinse-oudheid/kolonie-in-rome.

[iv] Het deed me denken aan Prediker 11: “Werp uw brood uit over het water, want na vele dagen zult u het vinden. Verdeel het in zevenen of zelfs in achten, want u weet niet welk kwaad er over de aarde komen zal.

Als de wolken vol zijn geworden, gieten zij regen uit op de aarde. Of een boom naar het zuiden valt of naar het noorden, op de plaats waar de boom valt, daar blijft hij liggen. Wie op de wind blijft letten, zal niet zaaien. Wie naar de wolken blijft kijken, zal niet oogsten.”

[v] Vgl. o.a.  DL 1:5; 3/4:10.

VVgl. o.a. DL 2:5;  3/4:8.

[vii] Nogmaals DL 2:5 “Voorts is de belofte des Evangelies, dat een iegelijk, die in den gekruisigden Christus gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe; welke belofte aan alle volken en mensen, tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering en geloof”. In hedendaags Nederlands: “Verder is het de belofte van het Evangelie dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft. Deze belofte moet aan alle volken en mensen tot wie God in Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid verkondigd en voorgehouden worden, met het bevel om zich te bekeren en te geloven.”

[viii] Zie DL 1 de verwerping van de dwalingen 3 en 4; (3) https://www.dordtse-leerregels.nl/gewone-taal/hoofdstuk-1/verwerping-3 en (4) https://www.dordtse-leerregels.nl/gewone-taal/hoofdstuk-1/verwerping-4.

Categorieën:

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s