Vrij! Maar niet vrijblijvend.

Preek over Johannes 15:1-8, Galaten 5 en de vragen 113, 114 en 115 van de HC gehouden op 20 februari 2022 in de Dorpskerk van Vreeswijk.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Boven de preek heb ik geschreven: Vrij, maar niet vrijblijvend!

Vorige week lazen we in de morgendienst de eerste elf verzen van Filippenzen 3.

Ik heb toen gevraagd twee gedachten vast te houden:
1. Verblijd u in de Heere.
2. Blijf bij en in de Heere.

Twee punten die alles met elkaar te maken hebben.
1. Verblijd u in de Heere.
2. Blijf bij en in de Heere.

Bij dat laatste punt, “Blijf bij en in de Heere”, dacht ik, denk ik aan de woorden van Jezus Zelf over de ware Wijnstok.
(Johannes 15:1) “Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier”.
(Johannes 15:4): “Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.”

We worden dus opgeroepen ons te focussen de Ware Wijnstok, op Jezus.
In Hem te blijven.

Dat wil ook zeggen: Hem te betrekken bij heel ons leven.

Temeer omdat (Johannes 15:3) elke rank die in Hem geen vrucht draagt, weggenomen wordt.
We lazen net (Johannes 15:6) dat als iemand niet in Hem blijft, dat hij of zij dan buitengeworpen wordt, verdort, om uiteindelijk weggeworpen, in het vuur geworpen te worden.


Maar wie bij Jezus blijft, in Hem blijft (Johannes 15:7,8). Wie Zijn woorden bewaart, in wie Zijn woorden blijven, die zal veel vrucht dragen. En wordt Vader verheerlijkt.

Blijven bij Hem.
Blijven in Hem.

In het tweede Schriftgedeelte dat we lazen, Galaten 5, vinden we dezelfde gedachtegang.

Je kunt daarbij ook Filippenzen 3 zo naast Galaten 5 leggen.
Want in al die Bijbelgedeelten zijn dezelfde dingen aan de orde.

In Filippenzen 3 schrijft Paulus, dat weet u nog wel, “Verblijd u in de Heere”.
“Richt je nou op Hem!”

En ik zei toen vorige week al dat Paulus de Filippenzen niet op de wet werpt, maar op Jezus!

In Galaten 5 doet Paulus hetzelfde: 
“Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.”
De NBV vertaalt vers 1 zo:
“Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.”

Christus heeft ons bevrijd…

Waarvan?
Van de slavernij!

“Van de slavernij?”.
Ja, van de slavernij. 

“Welke slavernij?”
Nou dat kunt u lezen in het voorgaande, de voorgaande hoofdstukken.

Wij zijn bevrijd van de slavernij van het “moeten”.
De slavernij van regel op regel.
De slavernij van het slaven en draven om bij God in een goed blaadje te komen. Een wit voetje te halen.

De kanttekeningen bij de Statenvertaling zeggen: “We zijn bevrijd van de slavernij van de wet.”[i]

Van het “Gij zult!”

Waarom?
Omdat Christus alles heeft volbracht!

We leven door genade alleen.
Sola gratia!

Voor Luther was dat de ontdekking van zijn leven.

In 1520 schreef Luther een bekend pamflet de vrijheid van een christen.[ii]

Daarin stelt hij allereerst:
1. Een christen is in vrijheid heer van alle dingen en niemands onderdaan.

De enige aan wie ik verantwoording hoef af te leggen, is aan God.
Ik ben echt vrij, dankzij Jezus Christus, Die ook voor mij de wet vervuld heeft.

Daarom geeft hij ook onder andere de raad: “Bent u van plan een gift aan de kerk te geven, gebeden te doen of te vasten? Doe het dan niet met de gedachte dat u daarmee iets voor uzelf bereikt, maar doe het in vrijheid en belangeloos. 
Laat anderen ervan genieten, doe het voor hen ten goede. Dan bent u werkelijk een christen.”

Direct achter zijn eerste stelling:
1. Een christen is in vrijheid heer van alle dingen en niemands onderdaan, poneert hij een tweede.
2. Een christen is in dienstbaarheid knecht van alle dingen en ieders onderdaan.

Vandaag blijkt, als we Galaten 5 bekijken, dat Luther echt een leerling van Paulus is.

Onderweg naar Damaskus deed Paulus de ontdekking van zijn leven.
Hij leerde: Niet wat ik moet is doorslaggevend.
Ook al was ik nog zo’n vrome Farizeeër.
Om door een ringetje te halen.

Niet wat ik moet is doorslaggevend.
Niet wat ik doe is doorslaggevend.
Maar wat God in Christus doet!

Wij hebben dan ook niet een God Die zegt wat er moet, maar één Die het doet! 

Ook het “willen en werken” werkt Hij, lazen we eerder in Filippenzen 2.[iii]

Paulus heeft al dat eigen werken en zwoegen als schade leren zien.
En terwijl hij Jezus dankt voor Zijn offer, zegt hij: Verheug u in Christus!


De vreugde van de vrijspraak, rechtvaardig zijn voor God door Jezus, het heilig zijn in Jezus mag ons leven stempelen.

Nogmaals vers 1:
“Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.”

Of in de HSV, zoals het op het weekbericht staat:

“Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.”

Wie willen er dan een slavenjuk opleggen?

Nou de dwaalleraars.
Net als bij de Filippenzen wordt tegen hen gezegd: “Je moet…”
Om een echte christen te zijn, om God echt te kunnen dienen, moet je eerst Joods worden.

“Je moet je laten besnijden…”

“Nee”, zegt Paulus dan, (vers 2) “Als u zich laat besnijden, dan verspeel je de vrijheid die je in Christus hebt”.
(vers 3). “Als je je laat besnijden, dat ben je verplicht de hele wet te onderhouden”.

De hele wet!
Niet wat een paar geboden die jou wel aanstaan, of die wel uitkomen. 
Nee, niet een paar geboden.

Nee, de hele wet!
Maar ondertussen raak je wel los van Christus.


Want je gaat toch weer – nota bene achter Christus om – de weg van de wet. En daarmee val je uit de genade.

Buiten de Wijnstok.
Niet doen dus!
Blijf in en bij Jezus!
Blijf in de Wijnstok!

Want 
(vers 5) “Wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de hoop van de gerechtigheid”.

Anders gezegd: wij vertrouwen erop dat wij rechtvaardig voor God zijn. En wij vertrouwen erop dat wij de vrucht daarvan, het eeuwige leven zullen verkrijgen (Rom. 8:24; Tit. 2:13). 

Dat zie je nog niet, maar je gelooft het.

Je weet het vast en zeker!
Je houdt het erop!

En hoe komt dat?
Omdat het je verkondigd wordt en de Heilige Geest dat vertrouwen, dat vaste geloof in je werkt.

De Geest overtuigt:
“Je bent vrij!
In Hem.
Door Hem.”

Ik hoef u niet te zeggen, dat dat aangevochten kan worden.

Dat je denkt…
Ja… ben ik nou wel rechtvaardig voor God?
Enkel en alleen vanwege het volbrachte werk van Jezus?

En die vrucht… het eeuwige leven?
Dat loop ik toch niet mis?

Is “door het geloof alleen” niet een beetje riskant?
Moet ik toch ook niet iets toevoegen?

De paus bijvoorbeeld, die vond Luther wel een beetje doorslaan en deed hem in de ban.
Hij zou bij wijze van spreken zeggen:
“Luther? Dat is een ketter. Je moet goede werken doen! En als je er dan nog voor de zekerheid een aflaatje bij doet, en je zegt wat Weesgegroetjes op, misschien dat God dan tevreden met je is, maar doe nu maar je uiterste best. Hopelijk doet God de rest!”

Nou ja.
Luther, zeg ik.

U begrijpt natuurlijk ook wel waarom Paulus tegenstand van Joodse zijde ontving.
Het kruis van Christus was één grote ergernis.

En toch!
Door genade alleen, dat is wat Luther, dat is wat Paulus leert.


Sterker, dat is wat de Heilige Geest Zelf ons leert.
En (2 Korinthe 3:17) waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid.
Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft.

Paulus waarschuwt voor terugval in een leven volgens allerlei verplichtingen.
Verplichtingen die als voorwaarden gaan gelden om bij Christus en zijn gemeente te mogen behoren.

Daarom stelt hij met alle nadruk: Je bent vrij!
Helemaal vrij van de wet!

Ja.
En toch…
Toch is er ook een gevaar van doorslaan. 
Namelijk het gevaar van een losbandig leven.

Losbandig leven lijkt wel vrij – ik doe waar ik zin in heb – maar uiteindelijk is het helemaal niet vrij.
Voor je het weet raak je verslaafd, word je slaaf van allerlei begeerten. 

Daarom: let op!
Je bent vrij!
Maar de vrijheid in Christus is niet vrijblijvend.

De vrijheid in Christus is niet vrijblijvend.
Vrij, maar niet vrijblijvend!

Het tweede gedeelte maakt dat duidelijk.
Paulus schrijft in vers 13 en 14:
13Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde.
14Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”

Hoe kan je nu vrij leven?

Door elkaar, elk ander door de liefde te dienen.


Daarom die tweede stelling bij Luther.
Een christen is in dienstbaarheid knecht van alle dingen en ieders onderdaan.


Een christen dient God en zijn of haar naaste.

Hoe blijf je vrij?
Door bij en met Jezus te leven.
Elke dag weer.
Bidden, Bijbel lezen.

Hoe blijf je vrij?
Door je te laten leiden door de Heilige Geest.
De Geest waarvan Jezus al zei (Johannes 16:13) “De Geest van de waarheid, zal u de weg wijzen in heel de waarheid”.

Samenvattend:
Vrij leven doe je dus niet door jezelf allerlei regels op de hals te halen, maar ook niet door te doen wat je ego, je “zelfzuchtige ik” je ingeeft!

Vrij leven doe je door vreugde te vinden in de ware inhoud van de wet: de dienende liefde tot God en de naaste. 

De ware inhoud.
Dus niet de letter van de wet, maar de geest van de wet.
Die is voor christenen van belang!
Van het grootste belang.


Kijk, als Jezus zegt (Mat. 5:17): “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.”
Dan zegt Hij dus expliciet dat de Wet en de Profeten niet afgeschaft worden.
Het is niet zo dat het Oude Testament de prullenbak of de open haard in kan.

Nee, Jezus is gekomen om die Wet en de Profeten te vervullen.
Dat betekent allereerst dat Hij heel de Wet van Vader volbracht, gedaan heeft.
In de tweede plaats heeft Hij laten zien wat de bedoeling de diepste kern van die Wet is, namelijk de liefde.

Die wet doelde op het goede leven.
Nou, Jezus heeft laten zien wat het goede leven is, het leven zoals God het heeft bedoeld. 

En zo heeft Hij de wet werkelijk aan zijn bedoeling laten beantwoorden.

Hij heeft laten zien wat het betekent God lief te hebben boven alles en de naaste als jezelf.

En Hij gebiedt Zijn leerlingen (Joh. 15:12) “Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb”.

Daarom waarschuwt Paulus voor het misbruik van de vrijheid om het eigen vlees, je eigen “ik” te behagen.
Daarom waarschuwt hij voor een zelfzuchtig, egoïstisch leven. 

Elders schrijft hij:

(1 Korinthe 6:12) 
“Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal mij niet onder de macht van ook maar iets laten brengen.”
(1 Korinthe 10:23)
“(Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig.) Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op.”

Vrij, maar niet vrijblijvend.
De vrijheid van “alles is geoorloofd” ontaardt niet in “vrijblijvendheid”.

De vrijheid die we hebben, is de vrijheid om lief te hebben.
Het is de vrijheid om weg te vluchten van verslavende begeerten.
Het is de vrijheid om nuttig en tot opbouw van bezig te zijn.

Wat niet opbouwt is elkaar bijten en verslinden.
Wat niet opbouwt is de begeerte van het vlees volbrengen:

Vers 19-21: “Overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen”.

Wie zulke dingen doet, die verspeelt zijn of haar vrijheid.
Wie zulke dingen doet, zal het Koninkrijk van God niet beërven.

Daarom: blijf bij Jezus.
Blijf in Jezus.
Leef in nauw contact met Hem.


“Wandel door de Geest…”

Dat is – ik zeg het nog maar een keer – nauw verbonden met de Heere.
Dat is nauw verbonden met de Wijnstok.

Wie dat doet, die zal vrucht dragen.
Daar zorgt de Wijnstok voor.
Daar zorgt de Geest voor.

Die zorgt voor “liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.”

Daar heeft de wet niets op tegen.

Nu lazen we, of hoorden we vanuit de Catechismus dat wij allemaal wel heel intens kunnen verlangen om naar al Gods geboden te leven, maar dat zelfs de allerheiligsten nog maar aan het begin van een gehoorzaam leven staan.

Soms kan het – zeker in eigen oog – allemaal een beetje tegenvallen met dat geestelijk leven van ons.

Soms kun je het gevoel hebben er geestelijk eerder op achteruit te gaan, dan vooruit.

Wat mij opviel in antwoord 115 is dat gezegd wordt dat we onze zondige aard steeds beter leren kennen. 

En ik dacht: Dat is waar. Eigenlijk ga je steeds minder over jezelf denken, maar steeds groter over Jezus.

Als we dus “werken van het vlees” bij ons zelf ontdekken “Overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen” dan verlangen en vragen we niet alleen om vergeving.
Dat ook, maar het mag ons dat des te meer aansporen God te bidden om de Heilige Geest, Die ons steeds meer vernieuwt naar Zijn beeld. 

Pas na dit leven zullen we volmaakt zijn. 

En tegelijkertijd zijn we het in Hem!
Nu al!

Lof zij Christus!

Aan Hem het laatste woord:
“Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.”

Amen


[i] Zie kanttekening in de Statenvertaling: “Namelijk van de dienstbaarheid der wet, waarvan in de voorgaande hoofdstukken is gesproken.”.

[ii] Zie https://maartenluther-nl.com/OVER%20DE%20VRIJHEID%20VAN%20DE%20CHRISTEN.pdf, d.d. 2022-02-19.

[iii] “Want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”, Fil. 2:13

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s