Een glimp van het einde

Preek over Mattheüs 13:44-50; de stof die hoort bij het derde hoofdstuk van het boekje van Bart Nes ‘De Zaaier, de Koning en de Erfgenaam’ dat komende weken op de Wijk Bijbelkringen wordt behandeld.

GEBED VOORAF:
Heere, wilt U, nu wij uw Woord openen en zullen lezen over de toekomst, ons nu door uw Geest leren, een houding te bepalen in het heden. Hier en nu.
Leer ons steeds weer de verwondering over de grondeloosheid van Uw liefde, die altijd dieper is dan elke afgrond van het kwaad en van de dood.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Vandaag voor de derde keer Mattheüs 13.
Eerder preekte dominee Den Pater al over vers 1-23[i] en 24-43[ii], nu dus de verzen 44-50. 

Op de Wijk Bijbelkringen worden dit seizoen namelijk de gelijkenissen uit het evangelie naar de beschrijving van Mattheüs behandeld en de komende week (of weken) staan daar de verzen 44-50 centraal.

Voordat we naar die verzen toe gaan, eerst nog even naar vers één.

Mattheüs 13 begint namelijk met ‘Op die dag!’.

Het moment dat deze gelijkenissen worden uitgesproken, is namelijk niet willekeurig. 
‘Op die dag!’.

De Farizeeën accepteren Jezus namelijk niet als de beloofde Messias. 
Zij zijn ziende blind…
Horende doof…
Daarom zeggen na de genezing van de doofstomme over Jezus: ‘Deze drijft de demonen alleen maar uit door Beëlzebul, de aanvoerder van de demonen’.[vi]

De Farizeeën accepteren Jezus dus niet.
Zijn wonderen niet.
Zijn tekenen niet.
Zijn onderwijs niet.

Het komt dan ook tot een confrontatie tussen Jezus en de Farizeeën.
Maar na die confrontatie gaat Jezus wel door met Zijn onderwijs.

’s Middags gaat Hij naar het strand. 
Hij gaat in een schip zitten, terwijl de menigte toeluistert vanaf de kant.[vii]

Jezus vertelt de gelijkenissen op een dag dat Hij ‘s ochtends iemand geneest die door een demon bezeten, blind is en niet kan spreken.
Jezus geneest de man, zodat de man nu wel kan zien en spreken.[iii] 

Genezingen als teken van het Koninkrijk, waar niemand zal zeggen ‘Ik ben ziek’.[iv] 
Nee, in het Koninkrijk zijn dus ook geen blinden en stomme mensen. 
Even voor de duidelijkheid: met ‘stomme mensen’ worden geen mensen bedoeld die je niet zo aardig vindt, maar mensen die niet kunnen spreken. 
Ondertussen hebben de Farizeeën op dat moment al nagedacht over de vraag hoe ze Jezus uit de weg kunnen ruimen.[v]

Vanaf het schip spreekt Hij die middag de mensen toe, waarbij er twee onderbrekingen, twee pauzes zijn. 

Tijdens die onderbrekingen, die pauzes, gaat Hij – denk ik – even naar de kant om Zich in het huis terug te trekken en even apart met de discipelen te kunnen praten.

Die middag van Mattheü13 ziet er dan als volgt uit (lees maar even mee):
Vers 3-9 De gelijkenis van de zaaier.
Vers 10-23 Eerste pauze en uitleg aan de discipelen.
Over dit gedeelte preekte dominee De Pater op 11 september.

Vers 24-30 De gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe.
Daarover preekte dominee De Pater op 9 oktober. 
Even tussen haken: deze gelijkenis is ook wel aangehaald door mensen die door de Spaanse inquisitie op de brandstapel werden gezet.
Maar goed, geen kerkgeschiedenis vanavond. 
Bovendien hoorden we op 9 oktober dat je deze gelijkenis niet kunt gebruiken om bepaald gedrag maar niet te veroordelen en geen kerkelijke tucht toe te passen. 
Dat is ook waar. Gelukkig zit daar verbranding en ophanging niet meer bij.

Vers 31-32 De gelijkenis van het mosterdzaad.
Vers 33-34 De gelijkenis van het zuurdeeg.
Vers 36-43 beschrijft dan een tweede pauze en uitleg aan de discipelen.

Vers 44 De gelijkenis van de schat in de akker.
Vers 45-46 De gelijkenis van de parel van grote waarde.

Deze twee gelijkenissen kwamen al aan de orde in de preek van dominee De Pater op 11 juli 2021. 
Ook op de site te vinden.
Vanavond ligt het zwaartepunt dan ook bij de laatste gelijkenis, de gelijkenis van het visnet, de verzen 47-50 dus.

En om maar meteen met de deur in huis te vallen, een aangrijpende gelijkenis.

47Het Koninkrijk der hemelen is ook gelijk aan een net, uitgeworpen in de zee, dat allerlei soorten vissen bijeenbrengt.
48Als het vol geworden is, trekken de vissers het op de oever. Ze gaan zitten en verzamelen de goede vissen in vaten, maar de slechte gooien zij weg.
49Zo zal het bij de voleinding van de wereld zijn: de engelen zullen uitgaan en de slechten uit het midden van de rechtvaardigen afzonderen, 50en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.

Een aangrijpende gelijkenis.
Niet zo zeer vanwege de eerste twee verzen.
Daar gaat het namelijk over iets dat de mensen bekend voorkomt.
Een sleepnet dat wel 250 tot 450 meter wordt uitgegooid en sleept onzichtbaar onder water alles mee. 


Soms gebeurde dat tussen twee boten.
Maar vaker werd het net aan kant vastgezet aan de oever. De andere kant werd door een visser rondgetrokken door het water.
Wat er allemaal in dat net terecht komt, kun je vanaf het schip niet zien.
Misschien kun je wat vermoeden, maar wat er uiteindelijk in het net zit, zie je pas als het net binnen gehaald wordt.

Zo ook hier. 
Het net wordt op de oever getrokken en daar zie je pas wat er allemaal in zit.
Dan volgt het sorteren.
De goede vissen gaan in de vaten.
De slechte vissen worden weggegooid.

Een beeld dus, dat de mensen elke dag zagen.

Maar dan gaat Jezus verder:

49Zo zal het bij de voleinding van de wereld zijn: de engelen zullen uitgaan en de slechten uit het midden van de rechtvaardigen afzonderen, 50en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.

Daar gaat het dus naar toe bij de voleinding van de wereld.
Naar de grote scheiding.

Nu staat de schare, de menigte, inclusief de Farizeeën ongesorteerd aan het strand te luisteren naar Jezus.
‘Maar stráks komt de scheiding’, zegt Jezus.
En dan zal blijken dat er maar twee categorieën zijn: rechtvaardigen en slechten.

De slechten worden in een vurige oven geworpen, daar zal gejammer zijn en tandengeknars …

Het heeft iets afschrikwekkends, vindt u niet?
En dat uit de mond van Jezus!

Niet uit de mond van de een of andere doorgezakte zware dominee.
Nee, uit de mond van Jezus.

Het is Jezus die spreekt over een oven, gejammer en tandengeknars.

Huiveringwekkend…
De eeuwen door zijn mensen met dit soort beelden dan ook flink de stuipen op het lijf gejaagd.
Soms werd het ook allemaal voor ogen gesteld op schilderijen over het laatste oordeel. 
In de Sixtijnse kapel in Rome heeft Michelangelo het laatste oordeel geschilderd.
Knap gedaan, maar wel huiveringwekkend.

Ik schrik er altijd een beetje van.
Ik weet niet of dat aan mij ligt, maar ik houd er eerlijk gezegd niet zo van.
Niet van duiveltjes, niet van de hel.

Ik vind Halloween dan ook heel raar.
Ik vond het in mijn jeugd ook raar dat je liedjes had als ‘I am on the highway to hell’ en zo. 

Of liedjes waarin dan heel stoer (‘stoer joh’) geflirt werd met de duivel: ‘Running with de devil’ en zo.

Het domme vond en vind ik dat de hel ook nog eens wordt voorgesteld als een plek waar gezellig gebarbecued wordt, vrouwen met blote borsten rondlopen en bier gedronken wordt.

En dan vraag je je af: is de angst voor de hel nu ‘overwonnen’, of wordt die angst alleen maar ‘verdrongen’…

Wat je verdringt blijft onderhuids leven en zoekt daar een weg…

Vroeger werden mensen – ook in de kerk – echt bang gemaakt voor de hel.
Thuis deed men er dan nog een schepje bovenop. 
Zo las ik van een moeder die de vinger van haar dochtertje in een kaarsvlam hield en zei: ‘Zo is het nu in de hel, en dan over je hele lijf!’.
Afschuwelijk.


Dat moet u nooit, echt nooit doen!

Want het is God-onterend!

Daarbij maakt het maakt geloven tot levertraan.
‘Niet lekker, maar uiteindelijk wel goed voor je’.
Een geloof dat gebaseerd is op angst is waardeloos.

Paulus schrijft niet voor niets: ‘En heren, … laat het dreigen achterwege’.[viii]
Ondertussen is het wel veel gebeurd.


‘Laat het dreigen achterwege…’

Maar Jezus dan?
Dreigt Hij hier?

Ik kom er zo op terug, want ik realiseer me dat zo’n gelijkenis heel veel vragen oproept.

Allereerst al ‘Zit ik bij de rechtvaardigen of bij de slechten?

Maar ook vragen als ‘Hoe zit het met al die mensen die getroffen worden door natuurrampen die we op het journaal zien. 
Ze zijn niet christelijk, of leven in ieder geval niet in een christelijk land. Worden die straks in een vurige oven geworpen, waar gejammer zal zijn en tandengeknars?’

Of ‘Hoe zit het dan met mijn kinderen, of kleinkinderen die nergens meer aan doen?
Worden die straks in een vurige oven geworpen, waar gejammer zal zijn en tandengeknars?’

Of als je kinderen en kleinkinderen wel geloven: ‘Hoe zit het dan met die buren van mij, of die aardige collega?
Heel aardige mensen, waar kerkmensen nog een voorbeeld aan zouden kunnen nemen. Worden die straks in een vurige oven geworpen, waar gejammer zal zijn en tandengeknars?’

Je kunt daar helemaal van in de war raken.
Er mee in de knoop komen.
Ik begrijp die vader wel die zei: ‘Als één van mijn kinderen naar de hel gaat, ga ik méé!’.

Terug naar de gelijkenis.
Let u er op – wat ik al eerder zei – dat het Jezus is, Die deze gelijkenis uitspreekt.
Dreigt Hij hier?

Hij heeft het in ieder geval wel over de werkelijkheid van hemel en hel.
Het is Jezus die spreekt over een oven, gejammer en tandengeknars.


Velen ook binnen de kerken zien de hel als een achterhaalde voorstelling, waaraan je als modem gelovige niet meer behoeft vast te houden.
‘Ja, ja’, denk ik dan, ‘maar Jezus doet dat dus wel’.

In de geloofsbelijdenis van Athanasius, één van de drie katholieke geloofsbelijdenissen staat dat Jezus komen zal
…om te oordelen de levenden en de doden,

40 bij wiens komst alle mensen moeten opstaan met hun lichaam en rekenschap afleggen van hun eigen daden,
41 en zij die het goede hebben gedaan zullen het eeuwige leven ingaan, zij die het kwade hebben gedaan het eeuwige vuur.
42 Dit is het katholieke geloof: wie dit niet getrouw en vast zal hebben geloofd, zal niet behouden zijn.

Zie daar, Mattheüs 13, maar dan anders geformuleerd.

De hel is ondertussen niet geschapen door God.
Die naargeestige plaats is niet door God geschapen toen Hij hemel, zee en aarde maakte. Want daarvan wordt nadrukkelijk gezegd dat het ‘zeer goed’ was.[ix] 

De hel is er gekomen doordat de zonde er gekomen is. 
De historie, de geschiedenis van de hel begint dan ook daar waar de geschiedenis van de zonde begint. 
De geschiedenis van de zonde begint in de engelenwereld, waar engelen in opstand komen tegen God.[x]

God heeft de zonde niet geschapen, dus ook de hel niet. 
De hel is geen uitvinding van God, maar de onherroepelijke en uiterste consequentie van het kwaad.

De hel is de plek waar God niet aanwezig is. 
De plek waar dan ook geen liefde is, geen wezenlijke verbondenheid met elkaar.
Geen troost.

Geen perspectief. 
De hel is een plaats zonder blijdschap omdat het een plaats zonder God is.
Een plek waar je altijd met wroeging naar het verleden kijkt en geen toekomstperspectief hebt.

En toen moest ik denken aan de avonden rondom de Gewone Catechismus.
Aan avond 7 om precies te zijn, waar dominee Willem-Maarten Dekker sprak over Jezus.
Ik zal zorgen dat er alsnog een aantal exemplaren van al die lezingen hier in Vreeswijk komen, want er zijn op die avonden belangrijke dingen gezegd.

Jezus preekt hetzelfde als Johannes de Doper: ‘Bekeer u, want het koninkrijk van God is nabij gekomen’.
Over dat Koninkrijk gaat het ook in al die gelijkenissen.

De prediking ‘Bekeer u, want het koninkrijk van God is nabij gekomen’ van Johannes eindigt op de schotel van Herodes.
Feitelijk is de prediking van Johannes een voortzetting van de prediking van de profeten: ‘Terug naar de wet en het getuigenis!’.[xi]

Jezus preekt hetzelfde.
Maar als Hij merkt dat het verzet groeit, wordt Hij van profeet, priester.
Dan zegt Hij: ‘Goed omdat de mensen zich niet bekeren, zal ik sterven’

Dat is Gethsemané!
Snapt u het, wat ik zeggen wil?

De hel is voor Jezus zo concreet, zo reëel dat Hij zegt: ‘Dan ga ik de hel wel in! Opdat jij zult leven!’

Net vroeg ik ‘Dreigt Hij hier?’
Ja en nee.
Want Hij ziet de grote dreiging pas echt!
En daarom geeft Hij Zijn leven!
Voor jou!

Ik zeg net: ‘De hel is de volkomen afwezigheid van God!’.
Daar heeft Jezus jou niet voor over.
Daarom gaat Jezus Zelf die weg!
Op Gethsemane roept Hij het uit.
‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’
Opdat wij, opdat jij nooit door God verlaten zou en zal worden!

Het is niet voor niets dat Jezus dan wel het Koninkrijk verkondigde, maar de apostelen verkondigen Jezus!

‘Wat moet ik doen om zalig te worden?’ roept de gevangenisbewaarder uit.
Wat antwoordt Paulus?
‘Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid!’?
‘Hier heb je de Tien Geboden. Probeer eerst maar eens…’

Nee: ‘Geloof!’

Wij begonnen deze dienst niet voor niets met de woorden van Paulus uit Romeinen 5:
1Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus.

De gelovige gehoorzaamt en de gehoorzame gelooft.

Wat gelooft de gelovige?

Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegdraagt!

Zie op Jezus!

Dat wordt gepreekt!

Daarover gaat het ook in die eerste drie artikelen van Dordt die we lazen.

Alle mensen hebben in Adam gezondigd. 
Alle mensen hebben de vloek en de eeuwige dood verdiend. God zou niemand onrecht gedaan hebben als Hij alle mensen in de zonde en de vloek had willen laten en hen om hun zonde had veroordeeld. 

Hoort u?
Alle mensen!
Er zit dus geen goede vis tussen!

Maar hierin is de liefde van God geopenbaard, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 

En om de mensen tot geloof (in Christus) te brengen, zendt God in Zijn goedheid verkondigers van deze zeer blijde boodschap. 

Door hun dienst worden de mensen geroepen tot bekering en geloof in de gekruisigde Christus. 

Hij zendt ook jou!
Om te getuigen.
Waarvan? Van de hel?

Nee, van de liefde van Christus, waarvan je mag leven!
Van Jezus, Die de hel inging voor jou!
Opdat je er zelf nooit zal komen.

Uiteindelijk hebben wij geen God Die slechts zegt wat je moet!
Wij hebben een God Die het doet!

Daarom zingen we het straks uit volle borst:
Wij steken ’t hoofd omhoog en zullen d’ eerkroon dragen,
Door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen.

Amen


[i] Zie https://www.hervormdvreeswijk.nl/uploads/klant625/files/preekMattheus13_1-23%20[zondagavond%2011092022]%20(1).pdf, d.d. 2022-11-05.
[ii] Zie https://www.hervormdvreeswijk.nl/uploads/klant625/files/preek11juli2021%20[o_a_%20Mattheüs%2013_31-35].pdf en https://www.hervormdvreeswijk.nl/uploads/klant625/files/preek09oktober2022[Mattheus13_24-30,36-43].pdf, d.d. 2022-11-05.
[iii] Mat. 12:22.
[iv] Jes. 33:24.
[v] Mat. 12:14.
[vi] Mat. 12:24.
[vii] Mat. 13:2.
[viii] Ef. 6:9.
[ix] Gen 1:31.
[x] Zie Jud. 6; 2 Petr. 2:4.
[xi] Jes. 8:20.

Een gedachte over “Een glimp van het einde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s