Herder(en)

Preek over1 Timotheüs 3 gehouden op 6 juli 2025 bij de bevestiging van ambtsdragers in de Hervormde Gemeente van Vreeswijk-Nieuwegein.

Gemeente van ons Heere Jezus Christus,

Boven de preek staat het woord Herder(en).
Met ‘en’ tussen haakjes.
Herder gaat in Herder-en voorop, en dat is niet voor niks.
Je denkt na over een woord, een thema dat blijft hangen.
Tenminste: je hoopt als predikant dat een preek blijft hangen.

Ooit zei m’n moeder op zondag bij de koffie na kerktijd: ‘Het was een mooie preek vanmorgen’.
Ik vroeg: ‘En… waar ging het over?’
Ze antwoordde ‘Dat weet ik niet meer, maar het was mooi’.

Vandaag Herder(en).
Onthouden: Herder(en).

Herder-en, leidinggeven aan een gemeente, die niet van jezelf is, maar van de opper Herder Jezus Christus Zelf.

Jezus is de Goede Herder!
Wij, jij en ik zijn de schapen.
Schapen die geleid en geweid worden.

Timotheüs is aangesteld als herder in Efeze.

De vorige keren hebben we al gekeken naar het eerste hoofdstuk van de brief die Paulus aan Timotheüs schrijft.[i]
Herder-en bleek niet eenvoudig.
Want schapen…
Soms blijken schapen zelfs bokken te zijn.

We hoorden over ‘een afwijkende leer’ (1 vers 3).
Over mensen die zich verdiepen in verzinsels en eindeloze geslachtsregisters (1 vers 4).
Over ‘hol gezwets’ (1 vers 6).
Over mensen die de wet van God willen onderwijzen, maar niet weten niet wat ze zeggen en niets begrijpen van wat ze zo stellig beweren (1 vers 7).

We hoorden over geloof dat schipbreuk lijdt.
We hoorden over Hymeneüs en Alexander, die uit de gemeente zijn gezet.

Timotheüs zal het al herder-end niet altijd makkelijk hebben gehad.
Hij zal ook wel eens gedacht hebben ‘Waar ben ik aan begonnen?’.

Ik denk zo dat hij best wel eens het bijltje erbij neer zou willen gooien.[ii]
Paulus montert hem in zijn brief echter op.

Niet de tussenstand is beslissend.
Zelfs de uitslag niet.
Beslissend is de opdracht.

In een tweede brief schrijft Paulus aan Timotheüs:
2Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist.[iii]

‘Verkondig de boodschap’.

Welke boodschap? 
Het Evangelie! 
Evangelie, dat is goede Boodschap. 

Dat Jezus gekruisigd is voor onze zonden en is opgestaan uit de dood.
De levende Heer heeft Zich voor ons laten kruisigen. 
De gekruisigde Heer leeft!

In hoofdstuk 2 – die stond vorige week op het rooster van onze kinderen – geeft Paulus allerlei aanwijzingen voor het gemeenteleven.[iv]
Vanmorgen zijn we bij hoofdstuk 3.

Maar voordat ik verder ga, wil ik eerst iets zeggen.

Ik vroeg me namelijk af: ‘Klaag ik te veel?’

Ik vraag het vanmorgen, omdat als er één ding is dat ik niet wil, dan is dat later iemand zegt: ‘Ja, dominee Glismeijer, die hebben we hier ook een tijdje gehad. Hij klaagde ook altijd zo…’

Ik wil niet herinnerd worden als ‘klager’.
Ik wil herinnerd worden als iemand die de nadruk legde op Christus alleen en helemaal.[v]
Ik wil herinnerd worden als iemand die de nadruk legde op geloof, hoop en liefde.
Bij mijn intrede zei ik al dat het van buiten naar binnen precies andersom is: Liefde, hoop, geloof![vi]

Ik wil herinnerd worden als iemand die benadrukte:
Niet wat jij moet, maar wat God doet![vii]

De tekst van mijn intredepreek, weet je ‘m nog?
3Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus (Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden).[viii]

Nu, de lofzang komt in 1 Timotheüs 1 ook naar voren

Ik dank Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij kracht gegeven heeft en het mij heeft toevertrouwd Hem te dienen… (1 vers 12)

Onze Heer heeft mij zijn genade in overvloed geschonken, evenals het geloof en de liefde die we in Christus Jezus hebben (1 vers 14)

Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. (Onder hen neem ik de eerste plaats in) (1 vers 15).

Ik werd een voorbeeld voor allen die in Hem geloven en het eeuwige leven zullen ontvangen (1 vers 17). 

Vandaag worden er nieuwe ambtsdragers bevestigd.

Ze mogen: één de Goede Herder volgen.
En twee herder-en, leiden en weiden.

Herder-en is het spoor van de Goede Herder.

Broeders, jullie zeggen het toch met Paulus mee?
Ik dank Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij kracht gegeven heeft en het mij heeft toevertrouwd Hem te dienen… (1 vers 12).

Gemeente, je zegt het toch ook allemaal mee:
Ik dank Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij kracht gegeven heeft en het mij heeft toevertrouwd Hem te dienen… (1 vers 12).
Wij dragen toch allemaal het ambt ‘aller gelovigen’.

In hoofdstuk 3 geeft Paulus aanwijzingen voor de opzieners en diakenen.
Maar voordat hij dat doet moet je eerst onthouden dat de Heere Zelf Zijn gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt.[ix]

Voordat wij over ons herder-en nadenken eerst beseffen dat Jezus de goede Herder is.
De Goede Herder Zelf vergadert, beschermt en onderhoudt Zijn schapen, Zijn Kerk. 

En Hij schakelt daarbij jou en mij in!
God bedient Zich van onvolmaakte mensen.

Goed.
In 1 Timotheüs 3 schrijft Paulus over leiders van de gemeente, opzieners, ambtsdragers.

Ambtsdragers.
Je kunt je afvragen: dragen mensen het ambt of draagt het ambt mensen?
Het ambt is een gave van God.
Het ambt is ook een opgave van God. 

In de verzen twee tot en met zeven worden kwalificaties genoemd. 
Geen wensen of ideaalplaatjes, maar kwalificaties.

Kwalificaties die tegelijkertijd geestelijk noodzakelijk zijn.
Waarom?
Omdat de gemeente beschermd moet worden tegen gevaren van buiten en vanbinnen.

Vers 2
Een leider moet onberispelijk zijn. Hij kan slechts de man van één vrouw zijn en hij moet sober, bezonnen, gematigd en gastvrij zijn, en een goede leraar. 

Onberispelijk.
Dat betekent niet zo zeer ‘zonder zonde’, maar ‘niet aan te klagen’. 

Je moet geen aanleiding geven tot kwaadsprekerij. 
Denk erom dat je levenswandel de leer niet tegenspreekt.

De man van één vrouw.
Je weet dat Paulus het huwelijk ziet als een afspiegeling van de relatie van Christus’ en Zijn gemeente.
Daarbij: één vrouw, dat vraagt om trouw, toewijding.

Ik lees verder:
Sober.
Je laat je niet laat leiden door wellusten, je bent wijs.
Bezonnen.
Gematigd.
Gastvrij.
Een goede leraar.
Een goede leraar heeft niet altijd het hoogste woord, maar weet ook te luisteren.

Vers 3
Je drinkt niet te veel.
Je bent niet driftig, maar vredelievend en vriendelijk.
Da’s met vergaderingen ook wel fijn…

Niet geldzuchtig.

De verzen 4 en 5 voegen daar nog iets aan toe:
Je huis goed regeren. 
Wie thuis geen orde en liefde weet te bewaren, zal dat in de gemeente ook niet kunnen.
De gemeente is immers een geestelijk huisgezin.

Vers 6: Hij mag ook niet pas bekeerd zijn… 
Hoogmoed past een ambtsdrager niet.

Vers 7 zegt tenslotte dat een goede reputatie buiten de gemeente ook belangrijk is.  
Het is fijn en goed als de mensen in Vreeswijk niet negatief over ons denken omdat we er zelf aanleiding toe geven.

Zo van ‘Daar heb je er weer één, zo’n vrome’.
Maarten ’t Hart geeft genoeg voorbeelden.
Al overdrijft hij ook, denk ik.
Hoop ik.

Broeders en zusters, bij de verzen 2 tot en met 7 moet je wel bedenken dat het niet gaat om sollicitatiecriteria…

Als je dit allemaal leest mag het ons bij de Heere Jezus brengen.
Laten de woorden maar aanzetten tot reflectie. 
En tot gebed: ‘Geef wat U eist, en eis dan wat U geeft!’ (Augustinus)
En bedenk: Jezus Christus Zelf is de Goede Herder.

Hij alleen is werkelijk onberispelijk. 
Hij is de ware Man van één vrouw – trouw aan Zijn bruidsgemeente tot in de dood. 
Hij is de ware Leraar, de Goede Herder, de Gastvrije, de Zachtmoedige, de Rechtvaardige. 

Hij is gestorven en leeft.
Als de Levende roept Hij herders, rust ze toe om Zijn gemeente te weiden en te leiden.

Denk erom!
Bedenk steeds weer.
Jezus is de Goede Herder, wij zijn slechts onder-herders.

Het ambt mag en moet ons ootmoedig maken.
Het mag en moet ons aanzetten tot gebed.
Tot afhankelijkheid een aanhankelijkheid. 

In vers acht begint Paulus over de diakenen. 

Ook een diaken dient zich waardig te gedragen. 
Hij moet oprecht zijn, mag niet overmatig veel wijn drinken.
Niet hebzuchtig, maar een gulle gever.
Vasthoudend aan het geheim van het geloof, met een zuiver geweten. 

In vers tien lezen we 10Ook hij moet eerst op zijn geschiktheid worden getoetst; pas daarna, als blijkt dat hij een onberispelijk mens is, kan hij zijn dienst verrichten. 

Een onberispelijk mens….

En weer geldt, er mag niets op aan te merken zijn.
Al begrijp ik heus wel dat diakenen zich soms verre van onberispelijk kunnen voelen.

De vrouwen worden opgeroepen zich waardig te gedragen.
Ze mogen niet kwaadspreken.
Niet roddelen.
Ze moeten sober zijn en in alles betrouwbaar.

Herder(en).

Paulus weet zich schaap van de Goede Herder.
Tegelijkertijd herdert schaap Paulus Timotheüs door hem te schrijven over hoe men zich moet gedragen in het huis van God.
Opdat schaap Timotheüs op zijn beurt weer zal herder-en over de gemeente.
En schapen uit zal zoeken die kunnen herder-en.
De gemeente te leiden en te weiden.

Tot slot noemt Paulus in vers 15 ‘de kerk van de levende God, fundament en pijler van de waarheid’. 
De kerk, de gemeente is het huis van God. 
Hervormd Vreeswijk is geen mensenwerk, niet het werk van mensen, maar het werk van God.
Hervormd Vreeswijk is een levend gebouw waarin God woont door Zijn Geest. 

In de Vroege Kerk werd het beeld van fundament en pijler gebruikt om te beklemtonen dat de Kerk standvastig is temidden van allerlei ketterij en verwarring.
Ten tweede werd (en wordt) met zuil en fundament aangegeven dat de Kerk is gegrondvest op Christus en de apostolische leer.

Gemeente, 1 Timotheüs 3 is geen theoretische beschouwing. 
Herder-en is ook niet alleen maar theorie.
Het gaat om de praktijk!

Laat vanmorgen 1 Timotheüs 3 een geestelijke spiegel zijn voor ons allen.
1 Timotheüs 3 een geestelijke spiegel voor jou en voor mij.
Voor oude en nieuwe ambtsdragers, voor ons allen!

Als wij in die spiegel kijken, wat zien we dan?
Tekorten?
Zonden?
Onbekwaamheden? 

Gelukkig hoeven we daar niet in te blijven hangen.
Het hoofd mag omhoog!
Op naar de hemel, waar onze volkomen Opziener leeft: Jezus Christus, Die Zijn gemeente liefheeft en haar bewaart tot het einde.

Tegen de broeders zeg ik: 
Laat je gezeggen door dit hoofdstuk.
Predik me je leven wat je mond verkondigt.
Practice what you preach.

Leef heilig, toegewijd, afhankelijk en aanhankelijk.
Leef van en uit de Goede Herder.

Tot de gemeente zeg ik:
Bid voor ambtsdragers. 
Acht hen hoog om hun werk, om hun roeping.
Leef zelf heel dichtbij en met de ware Opziener, Jezus Christus. 
Leef uit Zijn genade.

Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht.

Het hoofdstuk eindigt met een geloofsbelijdenis.
De goddelijke waarheid die ooit verborgen was voor onze wereld is geopenbaard.

Hij is geopenbaard in een sterfelijk lichaam
God is mens geworden in Jezus.

in het gelijk gesteld door de Geest,
Met Pasen is Jezus in het gelijk gesteld, is Zijn goddelijkheid bevestigd.[x]

is verschenen aan de engelen,
Hij is ook in de geestelijke wereld bij de engelen als de Verlosser geopenbaard.[xi]

verkondigd onder de volken,
Het evangelie van Christus is niet beperkt tot Israël maar is wereldwijd.
Denk ook aan het zendingsbevel: alle volken![xii]

Hij vond geloof in de wereld,
Ook in Vreeswijk.
Ook in Nieuwegein.

is opgenomen in majesteit.
Jezus is naar de Vader gegaan.
Hemelvaart, Zijn verheerlijking aan de rechterhand van God.[xiii]

Nog even en dan zal het heil compleet zijn!
Hij komt!

Ik rond af.
Als straks bij de koffie gevraagd wordt:

‘En… waar ging het over?’

En je weet het niet meer dat het thema Herder(en) was, zeg dan maar Jezus is de Goede Herder.

Amen


[i] Zie https://glismeijer.com/2025/06/16/rein-zuiver-oprecht/ en https://glismeijer.com/2025/06/22/dankbaar-2/ d.d. 2025 -07-01.

[ii] Zie https://historiek.net/het-bijltje-erbij-neerleggen-neergooien-betekenis/104657/, d.d. 2025-07-01.

[iii] Zie 2 Timotheüs 4:2.

[iv] Aanwijzingen voor de gemeente

1Allereerst vraag ik dat er voor alle mensen gebeden wordt, dat er smeekbeden, voorbeden en dankgebeden voor hen worden uitgesproken. 2Bid voor alle koningen en gezagsdragers, opdat we rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid. 3Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, 4die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen. 5Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, 6die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd. 7Om dit te verkondigen ben ik als apostel aangesteld. Ik spreek de waarheid, ik lieg niet – ik ben aangesteld als leraar voor de heidense volken, om hun het geloof en de waarheid te onderwijzen.

8Ik wil dat de mannen overal waar ze bidden de handen vol toewijding opheffen, zonder wrok of onenigheid. 9Ook wil ik dat de vrouwen zich waardig, sober en ingetogen kleden. Ze moeten niet opvallen door een opzichtige haardracht, dure kleding, goud of parels, 10maar door goede daden, zoals gepast is voor vrouwen die zeggen dat ze God vereren. 11Een vrouw dient zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen; 12ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst en zich gezag aanmatigt over mannen; ze moet bescheiden zijn. 13Want Adam werd als eerste geschapen, pas daarna Eva. 14En niet Adam werd misleid, maar de vrouw; zij overtrad Gods gebod. 15Ze zal worden gered doordat ze kinderen baart, als ze tenminste volhardt in het geloof, de liefde en een heilige, ingetogen levenswijze.

[v] Zie https://glismeijer.com/2024/09/29/jezus-alleen-en-helemaal/ en https://glismeijer.com/2024/10/27/jezus-alleen-en-helemaal-2/d.d. 2025-07-05.

[vi] Zie https://glismeijer.com/2019/03/03/hopen-geloven-en-liefhebben/, d.d. 2025-07-05.

[vii] Zie o.a. https://glismeijer.com/2021/02/15/ik-ben-ik-heb-ik-zal/, d.d. 2025-07-05.

[viii] 1 Petrus 1:3 HSV.

[ix] Zie NGB Art 2, https://www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl/artikel-27, d.d. 2025-07-01.

[x] Vgl. Romeinen 1:4 ‘aangewezen als Zoon van God en met macht bekleed door de heilige Geest, toen Hij opstond uit de dood –, Jezus Christus, onze Heer.’

[xi] Vgl. 1 Petrus 3: 19-22 ‘19Hij is naar de geesten gegaan die gevangenzaten, om dit alles aan hen te verkondigen. 20Ten tijde van Noach weigerden zij te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, door de watervloed heen gered, 21en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, die niet het vuil van uw lichaam wast maar een vraag is aan God om een zuiver geweten. De doop brengt redding dankzij de opstanding van Jezus Christus, 22die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan Hem onderworpen zijn’.

[xii] Vgl. Mat. 28:19 en 20 19Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’.

[xiii] Vgl. Handelingen 1:9 ‘9Toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze Hem niet meer zagen.’ En Fil. 2: 9-11: ‘9Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.’.

Categorieën Preken, Vreeswijk

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close