Ik ben, Ik heb, Ik zal!

Ík zal u opnemen,
Ík zal dragen en redden.

Preek over Jesaja 45 en 46, als voorbereiding op de vijfde Bijbelstudieweek, gehouden op 14 februari 2021 in de Dorpskerk van Vreeswijk-Nieuwegein.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Hoe vind je houvast in een weerbarstige realiteit?

Dat de realiteit weerbarstig is, hoef ik u niet uit te leggen.
Waar vind je zekerheid?
In vaccins? AstraZeneca, Moderna, Pfizer, Spoetnik-V.
In het beleid van de regering? Het Outbreak Management Team?
In je eigen gezonde verstand?
In je spaargeld? Je appel voor de dorst?

Afgelopen week las ik over de jonge Abraham. Dat verhaal staat niet in de Bijbel, maar het trof me wel.[i]

Hoe vind je houvast in een weerbarstige realiteit? 
Volgens de vader van Abram, Terah[ii], en zijn dorpsgenoten kon je het beste maar zoveel mogelijk goden tevredenstellen. 
Die goden werden ondertussen wel door Terah zelf gemaakt. Hij was namelijk de eigenaar van een lokale godenbeeldenwinkel. 
Terah vond dat hij wat dat betreft toch wel vooruitstrevender was dan zijn voorvaderen. Die vereerden namelijk de zon en de maan en zo. Nee, dan hij.
Zijn goden hadden namen en gezichten, dus dat was een hele stap vooruit.

Ondertussen heeft de jonge Abram weinig op met al die goden die zijn vader maakt en verkoopt. Hij ziet namelijk hoe ze gemaakt worden. Hij hoort soms zijn vader schelden als hij – al knutselend – op zijn vingers slaat bij het maken van een god.
Maar hij ziet ook hoe vader, als hij klaar is, een prijskaartje aan een net gemaakt beeldje hangt en zegt: “Zo, weer een god gefabriceerd. Eens kijken wat ie oplevert”.

Abram gelooft niet in die goden.
Wij kennen hem vanuit de Bijbel als de vader van alle gelovigen[iii]
Maar in eerste instantie is hij ook de vader van alle ongelovigen. 

Hij weet, net als de gelovigen nu dat ook weten, dat veel uitingen van religie valse poppenkast zijn. 
Dat religie vaak wordt gebruikt om jezelf te verrijken, jezelf zeker te voelen, of om anderen bang te maken. 
De gelovigen weten ook dat je niet te veel moet leunen op alle beelden die je voor jezelf hebt gemaakt om grip te krijgen op het leven, of op de wereld waarin wij leven, of op een ander. 

Duizenden jaren later zal Karl Marx zeggen dat godsdienst opium van het volk is. 
Lenin zei: “Opium voor het volk”.
Maar zij waren dus bij lange na niet de eersten.
Abram ging hen al lang geleden voor.

Later ging Abram trouwens op reis.

De Hebreeënbrief schrijver noteert:
8Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou.[iv]

Ondertussen kun je veel van Abraham leren.

Want om houvast te vinden in een wereld die geen paradijs is, laat hij alle dingen vallen die een vals houvast beloven. 
Allereerst de goden van zijn vader.
Maar er is meer. Abraham laat al het oude en vertrouwde achter, als hij op reis gaat. 
Het is fijn als je je ergens thuis kunt voelen, maar je moet ervoor oppassen dat je niet alles uit angst bij het oude laat. 

Hij laat de toekomst en de zekerheid van thuis varen en gaat op weg. 
Ook de rijkdom van thuis laat hij achter. Sterker hij gaat de financiële onzekerheid tegemoet. Straks moet hij uitwijken naar Egypte vanwege een hongersnood.

Zijn enige houvast is de Stem van God die hij heeft gehoord.
“Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden”.[v]

Het enige houvast is de belofte van God!

Maar hoe vaak is dat niet aangevochten geweest in zijn leven.
“Een groot volk”… niet eens een zoon.

Nou ja, u kent de geschiedenis.

Later sluit God een verbond met Abraham.
Ook zo’n opmerkelijk verhaal.[vi]
Nadat de HEERE aan Abram de sterren heeft laten zien en gezegd had “Zo talrijk zal uw nageslacht zijn”, sluit de HEERE een verbond met Abram.
Abram moet een driejarige koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif nemen. Deze doormidden snijden en dan de helften tegenover elkaar leggen, zodat er een pad tussendoor ontstaat. 
Dat was de manier waarop in die tijd een verbond gesloten werd. En je bezegelde het verbond door samen tussen de dierenhelften door te lopen.
Maar als Abram de helften tegenover elkaar gelegd heeft, is de HEERE nergens te zien. Hij moet zelfs de roofvogels wegjagen, omdat die anders de kadavers op zouden vreten.
Staat Abram daar.
Ja en nu…?

En dan gaat ook de zon nog eens onder.
Als hij vermoeid in slaap valt, gebeurt het.
Wat?
Abram hoort een Stem die hem vertelt dat het leven niet makkelijk zal zijn, ook niet voor zijn nakomelingen.
Sommigen van hen zullen als slaven en vreemdelingen moeten wonen in een vreemd land en zullen 400 jaar onderdrukt worden.
En dan ziet Abram ineens een brandende fakkel die helemaal alleen tussen de dode dieren door gaat. Zelf ligt hij uitgeput en als verlamd op de grond. 

Zo wordt dus het verbond gesloten. Alles komt uiteindelijk van één kant: van Gods kant.
In dat verbond is het niet iets van Abram en iets van God.
Het is niet “een beetje van mij, een beetje van God”. Nee God sluit het verbond door alleen tussen de helften door te gaan.
En Abram?
Die ligt erbij en kijkt ernaar.[vii]

Vreemde geschiedenis.

Ho, wacht even. Geschiedenis zeg ik, maar daarmee zouden we kunnen denken dat het slechts iets van het verleden is. 
Van vroeger.
En niet van nu!
En dat lijkt me een misvatting.
Want het is zo actueel als wat.
Ervaren wij niet hetzelfde.

God heeft toch ook een verbond met ons gesloten?
Al aan het begin van ons leven belooft God de Vader het kwade van ons te weren, of ten beste te keren.
Maar wat een leed kan ons niet overkomen?
Wat een ellende kan een mens niet overkomen.
De vrouw van Job is heus de enige niet die zegt: “Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel…”[viii]

Vanavond lazen we Jesaja 45 en 46.
Hebt u zich al eens verwonderd over het feit dat er nog gelovige Joden zijn?
Die in Abraham hun vader zien?
Die vertrouwen dat God doet wat Hij belooft?
Hebt u zich wel eens verwonderd over het feit dat er gelovigen zijn uit de heidenen? Zij worden ook kinderen van Abraham genoemd.[ix]
Ook zij geloven dat de HEERE is zoals Hij heet! Ik ben Die Ik ben. Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Ik ben erbij!

Ze geloven, dat is: ze weten zeker en hebben het vaste vertrouwen dat God niet liegt.[x]
Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen?

Met hoofdstuk 45 zitten we in het zogenaamde tweede deel van Jesaja.[xi] Het deel dat begint met de woorden “Troost, troost Mijn volk”. En troostrijk zijn de woorden.
Ook die van vanavond.

Het hoofdstuk begint met een profetie gericht tot Kores, de latere Perzische koning Cyrus[xii]. Uit vers 1 wordt duidelijk dat God uiteindelijk Degene is die koningen aanstelt.
Hij staat boven de wereldgeschiedenis.
Het volk zal dan wel in ballingschap gaan[xiii], allerlei ellende zal het volk nog treffen, maar hier al belooft de HEERE dat de ballingschap niet het einde is.
Omwille van Jakob, Mijn dienaar, Israël, Mijn uitverkorene wordt Cyrus, Kores ingeschakeld.

Uiteindelijk gaat het erom dat de hele wereld de HEERE zal erkennen als de God, de Schepper van hemel en aarde.
Buiten Hem is er geen andere God!

Mensen kunnen wel goden maken.
Kunnen andere mensen vergoddelijken, aanbidden.
Of dingen of ideeën vergoddelijken of aanbidden.
Maar er is maar één God.

“En dat ben Ik!”, zegt de HEERE.
Voor Mij zal elke knie zal zich buigen.
Elke tong zal bij Mij zweren.
[xiv]

Woorden die wij kennen uit Romeinen 14[xv] en Filippenzen 2[xvi].

Daar worden ze betrokken op Jezus Christus.
In Hem maakt God Zich bekend.
Hij heeft gesproken tot Abraham, heeft gesproken tot en door de profeten. En Hij heeft Zich volkomen geopenbaard in Jezus Christus.
Door en voor Hem zal elke knie zich buigen!
En totdat het zover roepen we in Zijn Naam:
“Wend u tot Hem, word behouden,
alle einden der aarde,
want Hij is God en niemand anders”.[xvii]
Denk aan het werk van de zending.

Hoe vind je houvast in een weerbarstige realiteit?

De HEERE biedt houvast aan, door het volk duidelijk te maken dat alleen bij Hem houvast te vinden is.
“Vertrouw op Mij!”. Dat is de boodschap.

Andere goden, stellen niets voor.
Vandaag vereert, morgen vergeten.
Had u al eens gehoord van Bel?[xviii]
Had u al eens gehoord van Nebo?[xix]

Kent u iemand die nu nog Wodan aanbidt?
Kent u iemand die nog Saxnot aanbidt? Of Donar?

Nee, al lang vergeten, maar de God Die hemel en aarde geschapen heeft, Die is er nog steeds: 
Ik ben Die Ik ben.
Ik zal zijn Die ik zijn zal.

Let eens op in hoofdstuk 45 wat de HEERE zegt.

Ik ben
Ik heb
Ik zal.

In hoofdstuk 46 gaat Hij door!
Afgoden, worden gedragen.
Je kunt er mee pronken.
Je kunt er Interessant mee doen.
Maar redden, dat doen ze niet!

Je kunt je vertrouwen stellen in van alles en nog wat.
Maar even zo vaak ontdekken dat dat vertrouwen beschaamd wordt, of beschaamd kan worden.

Daarom smeekt de HEERE het volk:
“3Luister naar Mij, huis van Jakob,
en heel het overblijfsel van het huis van Israël,
u, die door Mij gedragen bent vanaf de moederschoot,
gedragen vanaf de baarmoeder.
4Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn,
ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen”.

“Ben Ik het niet”, zegt de HEERE, “Die U heeft gedragen?”

Abram droeg God niet.
God droeg Abram.

In Egypte en door de woestijn, droeg het volk God niet.
God droeg het volk.

En ook wij dragen God niet. Hij draagt ons!

De HEERE zegt: “gedragen vanaf de moederschoot”.

Gedragen!
Zoals een vader of een moeder het kind draagt.
Als het moe is, of uitgeput.
“Ik kan niet meer…” 
“Kom maar, ik zal je dragen…”

Hoe komt het volk in het Beloofde Land?
“Lopend”
, zegt u.
Ik zeg: “gedragen!”

“Ik zal dragen”, zegt de HEERE.
Je zou met een ouderwets woord ook kunnen zeggen.
“Ik zal torsen”.

Wat heeft God niet moeten torsen, om het volk in het Beloofde Land te krijgen.
Als een klein kind zei het “Nee, ik zelf. Ik zelf lopen”.

Loslopen ja, dat wilde het volk.
Maar loslopen, dat weet u waarschijnlijk wel, betekent maar al te vaak weglopen.
Wegrennen.
De andere kant op!

Toen!
En nu!

Neem het weer ter harte, overtreders![xx]
Luisteren “onbuigzamen van hart, u die ver bent van gerechtigheid”.[xxi]

Hoe komen wij Thuis?
Gedragen!

Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen,
Ík zal dragen en redden.

Met andere woorden: richt je nu op Mij.
Vertrouw nu op Mij!

Ík zal u opnemen,
Ík zal dragen en redden.

Hoe zullen de ballingen dat in Babel gelezen hebben?
Hoe zullen die woorden in de kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog gelezen zijn?
Hoe leest u ze?

De eerste lezers lezen de woorden vóór alle ellende over hun heen komt!
En u?

Bent u niet gedragen?

Als baby al naar de doopvont gedragen.
En de belofte gekregen.

Vader beloofde: Ik neem je aan als Mijn kind en erfgenaam. Ik zal als een Vader voor je zorgen. Het kwade van je weren of ten beste keren.
De Zoon beloofde: zoals het water over je voorhoofd gaat, zo zal Mijn bloed jou reinigen. 
De Geest beloofde: Ik zal in je wonen en je alles geven wat Jezus verdiend heeft: de afwassing van je zonde en de dagelijkse vernieuwing van jouw leven, totdat je uiteindelijk in de gemeente van de uitverkorenen in het eeuwige leven geheel rein een plaats zullen ontvangen.

Toen was je baby.
Maar de HEERE zegt: 
Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn,
ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen.

Populair gezegd: Van wieg tot graf zal Ik je dragen.
Zal Ik er zijn!
Ik ben Die Ik ben.

Beloofd is beloofd!

“Bent u niet gedragen?”, vroeg ik net.

Was Hij er niet in al dat verdriet?
In die moeilijke tijd?
Was Hij het niet Die kracht gaf.
Die moed gaf, om het vol te houden?

Om door te gaan?
En toch… 

Geen put zo diep, of Jezus is dieper.

Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen,
Ík zal dragen en redden.

Is dat ook niet een belofte voor nu?
Voor nu, als u het even niet meer ziet zitten?
Als u nu even niet meer weet hoe het verder moet?
Als u er even geen gat meer in ziet…

Ík zal u opnemen,
Ík zal dragen en redden.

Uiteindelijk hebben we geen God Die slechts zegt wat er moet.
Maar Eén Die het doet!

Zien we dat ook niet heel concreet in Jezus Christus?
Vandaag is de lijdenstijd begonnen.
Over de Lijdende Knecht zal Jesaja straks in hoofdstuk 53 zeggen:
“Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen,
onze smarten heeft Hij gedragen.”

Gedragen!
We zien Jezus, Die de oorzaak van alle ellende, de zonde, wegdraagt…
Zie het Lam van God, Die de zonde van de wereld wegdraagt.
Ík zal dragen en redden.

Dat doe Jezus. Ook Hij is zoals Hij heet: Redder, Zaligmaker.

Ik ga afronden.
Woensdagavond (17 februari 2021) kunnen we er verder over doorpraten.
Van harte uitgenodigd!

Hoe vind je houvast in een weerbarstige realiteit?

Ons houvast is dat Hij vasthoudt!
De belofte:”Ik zal dragen en redden!”

Ik rond af met een bekend gedicht waarin het dragen van de HEERE naar voren komt.
U kent het waarschijnlijk wel. 

Ik droomde eens en zie
ik liep aan ’t strand bij lage tij.
Ik was daar niet alleen,
want ook de Heer liep aan mijn zij.

We liepen samen het leven door,
en lieten in het zand,
een spoor van stappen; twee aan twee,
de Heer liep aan mijn hand.

Ik stopte en keek achter mij,
en zag mijn levensloop,
in tijden van geluk en vreugde,
van diepe smart en hoop.

Maar als ik het spoor goed bekeek,
zag ik langs heel de baan,
daar waar het juist het moeilijkst was,
maar één paar stappen staan.

Ik zei toen “Heer waarom dan toch?
Juist toen ik U nodig had,
juist toen ik zelf geen uitkomst zag,
op het zwaarste deel van mijn pad…”

De Heer keek toen vol liefde mij aan,
en antwoordde op mijn vragen;
“Mijn lieve kind, toen het moeilijk was,
toen heb ik jou gedragen…”

Amen


[i] Alain Verheij, Ode aan de verliezer. Levenslessen uit Bijbelverhalen over hoop, twijfel en succes, Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2020, 31 e.v..
[ii] Zie Gen. 11:25,26.
[iii] Vgl. o.a. Gal. 3:29.
[iv] Heb. 11:8.
[v] Gen. 12:1-3.
[vi] Gen. 15:7-21.
[vii] Denk eens aan Luk. 22:45 en 46. Als Jezus in doodsangst is en Zijn reddingswerk doet, slapen de discipelen.
[viii] Job 2:9.
[ix] Gal. 3:6-9.
[x] Vgl. Num. 23:19.
[xi] Zie ook Jesaja beter begrijpen (Inleiding voor Wijkbijbelkringen 2020-2021), op de website van Hervormd Vreeswijk.
[xii]  We komen hem ook tegen in het boek Ezra. Hij verovert de stad Babylon. In Daniël 10:1 wordt hij genoemd als koning van Perzië.
[xiii] Jes. 39:5-7.
[xiv] Jes. 45:23.
[xv] Rom. 14:11.
[xvi] Fil. 2:10.
[xvii] Jes. 45:22.
[xviii] Bel is de titel waarmee de god Marduk (Mardoek) werd aangesproken. Marduk was de staatsgod van Babylon. Vgl. ook Jer. 50:2. Zie ook het apocriefe verhaal over Daniël en Bel: https://debijbel.nl/bijbel/NBV/BEL.1/Daniël-Gr.-3 , d.d. 2021-02-13.
[xix]  Nebo of Nabu  wordt beschouwd als de god van het schrift, de wijsheid en het gewas. Hij is de zoon van Marduk, zijn moeder is Sarpanitum. Hem werd veel macht toegedicht. Op zijn kleitabletten schreef hij namelijk het lot van elk individu op. Dus door hem te vriend te houden kon je je leven verlengen.
[xx] Jes. 46:8.
[xxi] Jes. 46:12.

Categorieën:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s