Soms, heel af en toe, lees je iets dat je mooi vindt.
Eigenlijk probeer ik dat altijd te doen.
Soms, heel af en toe, lees je iets dat ontroert.
Het voordeel van het herseninfarct is dat veel ontroert.
Soms, heel af en toe, lees je iets dat aan het denken zet.
Ik wil geen boek gedachteloos lezen.
Het begint eigenlijk met een mail waarin iemand schrijft “Welk boek lees je momenteel? … als je nog een tip wil, kan ik je Narcis van Judith Fanto aanraden”.
Op dat moment ben ik bezig met In Christus gedoopt van Wim van Vlastuin.
Een mooi, goed boek, waarbij je denkt “Die zouden alle Hervormden moeten lezen”.
Wellicht schrijf ik er nog eens over.
Van Judith Fanto heb ik niet eerder gehoord.
Ik googel haar en het boek.
“Je mist meer dan je meemaakt”.
Gezien het aantal verwijzingen, heb ik schijnbaar wat gemist.
Ik koop direct het e-boek, blindelings vertrouwend op de tipgever.
Het e-boek, omdat veel papieren boeken te kleine lettertjes hebben.
“Het ligt niet aan je ogen”, spreek ik mezelf toe.
Om er spottend aan toe te voegen: “Het ligt niet aan jou. Het ligt nooit aan jou”.
Op pagina dertien (vier), voor hoofdstuk één dus, lees ik de uitspraak van ene Peter Drucker:
“Bystanders have no history of their own. Bystanders reflect – and reflection is a prism rather than a mirror; it refracts”.
Ik splits de twee zinnen.
“Bystanders have no history of their own”.
Toeschouwers hebben geen eigen geschiedenis.
Toeschouwers ondergaan of observeren de geschiedenis van anderen.
Ze “maken” zelf geen geschiedenis.
Ze zijn passief, niet actief vormend.
Het doet me denken aan Klein Orkest en Later is al lang begonnen.[i]
“Bystanders reflect – and reflection is a prism rather than a mirror; it refracts.”
Toeschouwers reflecteren.
Reflectie is meer een prisma dan een spiegel.
Een spiegel geeft exact iets weer zoals het is.
Een prisma niet.
Een prisma breekt het licht, verdeelt en vervormt.
Dit doet weer denken aan Trying to get to heaven van Dylan.[ii]
Al klopt de vergelijking niet helemaal.
Bij nader inzien helemaal niet.
Ik interpreteer de uitspraak als: “toeschouwers nemen gebeurtenissen subjectief waar”.
Wat ze zien en doorgeven, wordt beïnvloed door hun eigen perspectief.
Hun eigen emoties, hun eigen sitz im leben en hun eigen overtuigingen.
We “breken” de werkelijkheid als het ware in verschillende interpretaties.
Ik weer anders dan een ander.
De quote in het boek zet me aan het denken.
Bestaat er objectieve geschiedschrijving?
Of zijn alleen jaartallen objectief?
Is het journaal objectief?
De krant?
Heeft elke krant zijn eigen waarheid?
Ben ik een toeschouwer?
Is niet iedereen toeschouwer?
En tegelijkertijd ook speler?
Maak ik geschiedenis?
Is het niet heel arrogant om van jezelf te zeggen dat je geschiedenis maakt?
Hoogmoed?
Wie maakt trouwens geschiedenis?
Worden makers niet allemaal – zonder uitzondering – geschiedenis?
Hoe heette die band ook al weer die zong:
“I’m gonna be a history maker in this land
I’m gonna be a speaker of truth to all mankind”.
Ik ga lezen.
Is een lezer toeschouwer?
Of wordt hij of zij speler?
Ik ga lezen.
[i] Je zou zo graag een speler zijn
Maar je staat aarzelend langs de lijn
Bang om op je bek te gaan
Je durft niet te kiezen, je mocht eens verliezen
Zo bang om straks alleen te staan
Maar ergens halverwege kijk je om en krijg je spijt
Levend voor morgen raak je nu je toekomst kwijt
In de boot genomen door de zilvervloot
Sparend voor later ga je straks ook sparend dood
En later, later is al lang begonnen
Later, later is al lang begonnen…
Het nummer staat op het gelijknamige album uit 1984.
[ii] In het tweede couplet zingt hij:
When I was in Missouri
They would not let me be
I had to leave there in a hurry
I only saw what they let me see…
Hier wordt alleen gezien, wat anderen laten zien.
Het nummer staat op Time out of mind uit 1997.
