Afgelopen week meld ik me weer in de Hoogstraat.
“Ik denk dat het de laatste keer is” zeg ik tegen de arts die botox in mijn linkervoet spuit. “Soms denk ik: Is het geen wensdenken? Maar het gaat echt vooruit”.
“Ik zie het”, antwoordt hij. “Ik denk dat je gelijk hebt. Als het niet zo is neem je gewoon contact op”.
Na de prikken loop ik naar de fysioruimte.
Mark (geen Euro)[i], noch de therapeute van edel geslacht[ii] zijn aanwezig.
De Saksische zie ik ook niet.
Naar mijn afdeling, logopedie of muziek lopen, vind ik te ver.
Ik besluit nog even naar de stiltekamer te gaan.
De kamer is vrij.
Ik heb er eigenlijk nooit veel mensen gezien.
Alleen de moslima die de roosters uitschreef.
Zij heeft vaste gebedstijden.
Dan zie ik dat het boek nog steeds in de boekenkast staat.
Het enige boek dat me ontroerde.
Ik schaamde me er destijds niet voor.
Al vond ik het wel opmerkelijk.
Ik had “geen lust” om theologische boeken te lezen.
Ook geen romans trouwens.
Maar dat ene boek, las ik wel.
Nou ja, soms maar één of twee bladzijden.
Mijmeren, denken, bidden.
“Hij was niet eens gereformeerd…”.
[i] Zie https://glismeijer.com/2024/03/03/mark-geen-euro/, d.d. 2026-05-02.
[ii] Zie o.a. https://glismeijer.com/2024/01/28/mijn-gereformeerde-linkerhand/ , https://glismeijer.com/2024/02/04/agatha-en-de-kattenkoppen/ , en https://glismeijer.com/2024/04/07/somberen-en-zegenen/ d.d. 2026-05-02.

