DL Verwerpingen Hoofdstuk 2

Verwerpingen Hoofdstuk 2 over Christus’ dood en de verlossing van de mens.

Verwerping 1

Verwerping van de dwaling: Toen God zijn Zoon gaf, wist Hij niet wie verlost zouden worden

Die leren: Dat God de Vader Zijn Zoon tot den dood des kruises verordineerd heeft, 
zonder zekeren en bepaalden raad van iemand zekerlijk zalig te maken; 
alzo dat de noodzakelijkheid, nuttigheid en waardigheid 
van de verwerving des doods van Christus wel zouden hebben kunnen bestaan, 
en in alle delen volmaakt, volkomen en in haar geheel blijven, 
zelfs al ware het, dat de verworven verlossing 
niet één enig mens immermeer metterdaad ware toegeëigend geweest.

Want deze leer strekt tot versmading van de wijsheid des Vaders 
en van de verdienste van Jezus Christus, en strijdt tegen de Schrift. 
Want zo zegt onze Zaligmaker: 
Ik stel Mijn leven voor de schapen, en Ik ken ze (Joh. 10:15,27). 
En de profeet Jesaja van den Zaligmaker: 
Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, 
Hij zal de dagen verlengen; 
en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan (Jes. 53:10). 
Eindelijk, zij stoot om het artikel des geloofs, 
waarmede wij geloven: De algemene Christelijke Kerk.

De leer dat God, toen Hij zijn Zoon gaf, niet wist wie gered zouden worden, wordt verworpen.

Anders gezegd: Afgewezen (verworpen) wordt de leer van hen die zeggen dat God de Vader zijn Zoon heeft bestemd om aan het kruis te sterven, zonder een vast en concreet besluit te hebben genomen om bepaalde mensen daadwerkelijk te redden.

Volgens deze opvatting zouden de noodzaak, de waarde en de kracht van Christus’ dood volledig overeind blijven, zelfs als uiteindelijk niemand ooit werkelijk deel zou krijgen aan de verlossing die Jezus heeft verworven.

Deze leer doet (1) afbreuk aan de wijsheid van God de Vader en (2) aan de verdienste van Jezus Christus.
Bovendien is zij in strijd met de Bijbel.

Want Jezus zegt zelf:
“Ik geef mijn leven voor de schapen, en Ik ken ze.” (Johannes 10:15, 27)
Hij kent ieder schaap(je) van de kudde en geeft Zijn leven voor hen.

De profeet Jesaja zegt over de Messias:
10Maar de HEER wilde hem breken, Hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor de schuld van anderen, om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.” (Jesaja 53:10).

Ten slotte is de leer die verworpen wordt ook in strijd met het geloofsartikel waarin wij belijden dat er één algemene (wereldwijde) christelijke Kerk is.
Dat bestaat immers uit concrete, gekochte mensen..

De gelovige zegt: ‘O wonder. Toen Christus aan het kruis stierf had Hij mij op het oog!’.
Bij het Heilig Avondmaal word ik eraan herinnerd: “Ik voor u/jou…”.

Verwerping 2

Verwerping van de dwaling: Christus’ bloed heeft niet het nieuwe verbond bevestigd

Die leren: dat het niet het doel van de dood van Christus is geweest 
dat Hij metterdaad het nieuwe verbond der genade door Zijn bloed zou bevestigen. 
Maar alleen dat Hij voor Zijn Vader een recht zou verwerven
om opnieuw een verbond met de mensen op te richten, 
dat naar Zijn believen een verbond van genade zou kunnen zijn, 
maar ook een verbond van werken.

Deze opvatting is in strijd met de Schrift, 
die leert dat Christus Borg en Middelaar van een beter, dat is van het nieuwe verbond geworden is.  
En ook dat een testament pas door iemands dood van kracht wordt.  

De leer van hen die zeggen dat Christus niet gestorven is om het nieuwe verbond van genade daadwerkelijk met zijn bloed te bevestigen, wordt afgewezen.

Volgens deze opvatting heeft Christus door zijn dood alleen het recht voor de Vader verworven om opnieuw een verbond met de mensen te sluiten.
Dat verbond zou dan, afhankelijk van Gods keuze, een verbond van genade kunnen zijn, maar ook een verbond van werken.

Deze leer is in strijd met de Bijbel. 
De Bijbel leert namelijk dat Christus de Borg (Iemand die garant staat voor de schuld van een ander) en Middelaar (Iemand die tussen twee partijen staat om hen met elkaar te verzoenen) geworden is van een beter verbond,
Namelijk het nieuwe verbond, waarin God mensen met Zich verzoent en redt uit genade.
Ook leert de Bijbel dat een testament of verbond pas van kracht wordt door de dood van degene die het heeft ingesteld.

Het is niet meer ‘wat ik moet’.
Hat gaat om wat ‘Hij doet!”.

Hij doet het!
Wat?
Zalig maken!
Jezus, Hij is zoals Hij heet!

Het benadrukt ‘genade’ en niet ‘werken’.

Verwerping 3

Verwerping van de dwaling: Christus heeft niet de zaligheid verdiend, maar de macht om met de mensheid te onderhandelen

Die leren: Dat Christus door Zijn genoegdoening
voor niemand zekerlijk de zaligheid zelf, en het geloof, 
waardoor deze genoegdoening van Christus tot zaligheid
krachtiglijk toegeëigend wordt, verdiend heeft; 
maar alleen voor den Vader verworven heeft de macht of den volkomen wil, 
om opnieuw met de mensen te handelen, 
en nieuwe voorwaarden, zulke als Hij zou willen, voor te schrijven, 
van dewelke de volbrenging aan den vrijen wil des mensen hangen zou; 
en dat het derhalve had kunnen geschieden, 
dat óf niemand, óf alle mensen die zouden vervullen.

Want dezen gevoelen al te verachtelijk van den dood van Christus, 
erkennen geenszins de voornaamste vrucht of weldaad door dezen verkregen, 
en brengen wederom uit de hel tevoorschijn de Pelagiaanse doling.

De leer van hen die zeggen dat Christus door zijn verzoenend lijden en sterven voor niemand daadwerkelijk de zaligheid of het geloof heeft verdiend, wordt afgewezen.

Volgens deze opvatting heeft Christus alleen voor de Vader het recht of de vrijheid verworven om opnieuw met de mensen een verbond aan te gaan en daarbij nieuwe voorwaarden te stellen. 
Of iemand uiteindelijk gered wordt, zou dan afhangen van de vrije wil van de mens.
Daardoor zou het mogelijk zijn dat uiteindelijk niemand aan die voorwaarden voldoet.
Og juist iedereen.

Deze leer doet volgens Dordt ernstig tekort aan de betekenis en de kracht van Christus’ dood.
Zij ontkent de belangrijkste vrucht van zijn offer en brengt opnieuw de dwaling van Pelagius naar voren, namelijk dat de redding uiteindelijk afhangt van de keuze en het vermogen van de mens.

Christus heeft alles volbracht.
Wij hoeven dus niets te volbrengen.
En mogen blijven bij ‘genade alleen’.

Soms denken mensen ‘Ja maar, ik moet wel wat doen. Ik moet…’.
‘Wat ben ik toch een ellendig mens’.
Dordt leert: Houdt het op Hem. Wat Hij doet! Jezus alleen en helemaal!

Verwerping 4

Verwerping van de dwaling: Onder het nieuwe verbond is geloofsgehoorzaamheid hetzelfde als de wet houden

Die leren: Dat het nieuwe verbond der genade, 
dat God de Vader, door tussenkomen van den dood van Christus, 
met de mensen gemaakt heeft, niet daarin bestaat, 
dat wij door het geloof, 
voor zoveel het de verdienste van Christus aanneemt, 
voor God gerechtvaardigd en zalig gemaakt worden; 
maar daarin, dat God, afgeschaft hebbende 
het afeisen van de volmaakte gehoorzaamheid der wet, 
het geloof zelf en de gehoorzaamheid des geloofs, 
alhoewel onvolmaakt, voor de volmaakte gehoorzaamheid der wet rekent, 
en der beloning des eeuwigen levens uit genade waardig acht.

Want dezen wederspreken de Schrift: 
Zij worden om niet gerechtvaardigd, 
uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is; 
Welken God voorgesteld heeft tot een Verzoening 
door het geloof in Zijn bloed
 (Rom. 3:24-25); 
en brengen met den goddelozen Socinus voort 
een nieuwe en vreemde rechtvaardigmaking des mensen voor God, 
tegen de eendrachtige overeenstemming van de ganse Kerk.

Ook de leer van hen die zeggen dat het nieuwe verbond van genade, dat God de Vader door de dood van Christus met de mensen heeft gesloten, niet inhoudt dat wij door het geloof gerechtvaardigd en gered worden doordat wij de verdienste van Christus aannemen, wordt afgewezen.

Tegen de cipier (stokbewaarder) zegt Paulus immers: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden…’

Volgens de tegenstanders van ‘door het geloof alleen’ heeft God alleen de eis van volmaakte gehoorzaamheid aan de wet afgeschaft. 
In plaats daarvan zou Hij het geloof zelf en de gehoorzaamheid die uit het geloof voortkomt, hoewel die onvolmaakt zijn, beschouwen als de volmaakte gehoorzaamheid die de wet eist.
Op grond daarvan zou Hij mensen het eeuwige leven uit genade schenken.

Deze leer is echter in strijd met de Bijbel.
Het is nog mooier!
Het is niet wij, maar Hij!

De Schrift, de Bijbel zegt:
 24en iedereen wordt uit genade rechtvaardig verklaard, om niet, dankzij de verlossing door Christus Jezus. 25-26Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. Hiermee toont God zijn gerechtigheid, want in zijn verdraagzaamheid gaat Hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan, om nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid te bewijzen: Hij laat zien dat Hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft.” (Romeinen 3:24-25/26)

De dwaling die verworpen wordt sluit aan bij de leer van Socinus (1539-1604) een Italiaans theoloog, grondlegger van het naar hem genoemde socinianisme en gaat in tegen wat de christelijke Kerk van oudsher eensgezind heeft beleden.
Socinus, wie kent hem nog?

Ter verduidelijking.
Arminius, de Remonstranten leren dat Adam wel had gezondigd toen hij het werkverbond had gebroken (Genesis 3), maar dat Christus door Zijn dood voor een tweede kans zorgt. 

We mogen opnieuw beginnen.
Dankzij Christus een nieuwe kans.
Jezus heeft voor alle zonden betaald.
En nou moeten wij….

Niemand is nog ‘een kind des toorns’
Niemand staat van nature onder Gods oordeel vanwege de zonde. 
Niemand die onder Gods oordeel staat’.
‘Niemand die van nature van God vervreemd is’.
“Geen mens die verlossing nodig heeft’. 

Volgens de Remonstranten is er dus geen erfzonde meer. 
Ze kunnen niet uit de voeten met Zondag 2 tot en met 4 uit de Heidelberger.

Zij stellen dat dankzij het offer van Christus, God een vernieuwd verbond met de mensen kan aangaan. 
Dit vernieuwde verbond vraagt niet langer gehoorzaamheid aan de wet. 
De eis is makkelijker geworden: je hoeft alleen maar te geloven. 
God doet alsof mijn geloofsdaad de vervulling van de wet is. 
De enige zonde die gestraft wordt, is de zonde van het ongeloof. 

Dat laatste klinkt wellicht goed, maar Dordt wijst deze visie krachtig af. 
Want zodoende wordt – zonder dat je het misschien door hebt – het eerste werkverbond door een tweede werkverbond vervangen en wordt ‘Zalig worden uit genade’ aan de kant geschoven.

Bovendien: alles is volbracht!

De Heidelberger leert:
Wat moet je weten, zodat je met deze troost gelukkig kunt leven en sterven? 
Drie dingen. 
1. Hoe groot mijn zonde en ellende is.
2. Hoe ik van al mijn zonde en ellende verlost word. 
3. Hoe ik God voor deze verlossing dankbaar ben.

Verwerping 5

Verwerping van de dwaling: Alle mensen delen in de verzoening en niemand wordt vanwege de erfzonde veroordeeld

Die leren: Dat alle mensen in den staat der verzoening 
en de genade des verbonds zijn aangenomen, 
zodat niemand om de erfzonde der verdoemenis schuldig is 
of verdoemd zal worden, maar dat alle mensen van de schuld dezer zonde vrij zijn.

Want dit gevoelen strijdt tegen de Schrift 
welke zegt dat wij van nature kinderen des toorns zijn. 

De leer van hen die zeggen dat alle mensen al in de verzoening met God zijn opgenomen en deelhebben aan de genade van het verbond, wordt afgewezen.
Volgens deze opvatting is namelijk niemand vanwege de erfzonde schuldig aan Gods oordeel. Niemand zal daarom veroordeeld worden. 
Alle mensen zouden dus vrij zijn van de schuld van de erfzonde.

Hoe mooi die leer je misschien ook lijkt (“Geen moeilijk gezeur, iedereen zalig”), deze leer is volgens Dordt in strijd met de Bijbel.
De Schrift zegt dat wij van nature kinderen van de toorn zijn (Efeze 2:3).
Ieder mens staat van nature schuldig tegenover God en heeft zijn genade nodig.

Weer kan verwezen worden naar Zondag 2 tot en met 4 van de Heidelberger.
Nogmaals, die Zondagen zijn – ook vandaag – niet de meeste populaire Zondagen.

De Remonstranten leren dat alle mensen nu al van de toorn van God zijn verlost, of ze nu geloven of niet. 

Dordt weerlegt dit met een beroep op Efeze 2:3, waar Paulus zegt 
3Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen; (SV)

3Eens leefden wij allen net als zij: wij volgden onze wereldse begeerten en alle aardse verlangens die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. (NBV 21)

Verwerping 6

Verwerping van de dwaling: Christus heeft het heil verworven, wij kiezen zelf of we daarin willen delen

Die het onderscheid tussen verwerving en toe-eigening daartoe gebruiken, 
opdat zij den onvoorzichtigen en onervarenen dit gevoelen zouden kunnen inplanten, 
dat God, zoveel Hem aangaat, alle mensen die weldaden, 
die door den dood van Christus verkregen worden, 
gelijkelijk heeft willen mededelen; 
maar dat sommigen de vergeving der zonden en het eeuwige leven deelachtig worden, 
anderen niet, dat zulk onderscheid hangt aan hun vrijen wil, 
dewelke zichzelf voegt bij de genade, die zonder onderscheid aangeboden wordt, 
en dat het niet hangt aan die bijzondere gave der barmhartigheid, 
die krachtiglijk in hen werkt, 
opdat zij zichzelf die genade boven anderen zouden toe-eigenen.

Want dezen, zich houdende alsof zij dit onderscheid in een gezonde mening voorstelden, trachten het volk het verderfelijk venijn van de Pelagiaanse dwalingen in te geven.

Dordt wijst de leer af van hen die een onderscheid maken tussen het verwerven van de verlossing en het deel krijgen aan die verlossing, om daarmee mensen te laten geloven dat God, voor zover het van Hem afhangt, de weldaden van Christus’ dood aan alle mensen op dezelfde manier wil geven.

Volgens deze opvatting ontvangen sommige mensen vergeving van zonden en het eeuwige leven, terwijl anderen dat niet ontvangen.
Dat verschil zou niet komen door Gods bijzondere genade, maar doordat de ene mens uit vrije wil ingaat op de genade die aan iedereen op gelijke wijze wordt aangeboden, terwijl de ander dat niet doet.

Uiteindelijk gaat een mens dan zelf over wel of niet zalig worden.

Deze leer ontkent dat het uiteindelijk Gods bijzondere, krachtige genade is die mensen ertoe brengt om Christus in geloof aan te nemen en zo deel te krijgen aan zijn verlossing.

Wie de bovenstaande opvatting verbreidt, doet volgens Dordt alsof hij slechts een onschuldig onderscheid maakt (namelijk tussen het verwerven van de verlossing en het dee krijgen).
In werkelijkheid probeert hij mensen de schadelijke dwaling van Pelagius bij te brengen, namelijk dat de beslissende factor voor de redding uiteindelijk bij de mens zelf ligt.

Ondertussen doet je keuze er natuurlijk wel toe.
Je bent ook vrij om bij de bakker wit of bruin brood te bestellen.

Alleen… het heil is niet afhankelijk van menselijke keuzes.
Het heil, mijn heil is niet afhankelijk van mijn keuzes.
Al kunnen mijn keuzes wel veel schade berokkenen.
Het heil, mijn heil ligt vast in Hem.

Daarom kan ik dobberen op de genade.
Niet wat ik moet, maar wat Hij doet!

Verwerping 7

Verwerping van de dwaling: Christus is niet gestorven voor mensen die God van eeuwigheid liefhad

Die leren: Dat Christus voor diegenen, 
die God ten hoogste liefheeft en ten eeuwigen leven heeft verkoren, 
niet heeft kunnen noch moeten sterven, en ook niet gestorven is, 
naardien dezulken den dood van Christus niet van node hebben.

Want zij wederspreken den apostel, die zegt: 
Christus heeft mij liefgehad en heeft Zichzelven voor mij overgegeven (Gal. 2:20). 
Insgelijks: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? 
God is het, Die rechtvaardig maakt. 
Wie is het, die verdoemt? 
Christus is het, Die gestorven is (Rom. 8:33-34), namelijk, voor hen; 
en den Zaligmaker, Die zegt: Ik stel Mijn leven voor de schapen (Joh. 10:15); 
en: Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, 
gelijkerwijs Ik u liefgehad heb. 
Niemand heeft meerder liefde dan deze, 
dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden (Joh. 15:12-13).

De leer van hen die zeggen dat Christus niet voor de uitverkorenen heeft kunnen of hoeven sterven, en ook niet voor hen gestorven is, wordt afgewezen. 
Volgens deze opvatting hadden de mensen die God het meest liefheeft en die Hij van eeuwigheid heeft uitgekozen voor het eeuwige leven, de dood van Christus niet nodig.

Deze leer is in strijd met de Bijbel. 
De apostel Paulus zegt bijvoorbeeld:
“Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.” (Galaten 2:20)

En ook:
33Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. 34Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt, zit aan de rechterhand van God en pleit voor ons.” (Romeinen 8:33-34)

Daarmee maakt Paulus duidelijk dat Christus juist voor Gods uitverkorenen is gestorven.

Ook zegt Jezus:
“zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.” (Johannes 10:15)

En:
12Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. 13Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.” (Johannes 15:12-13)

Deze woorden laten zien dat Christus zijn leven uit liefde heeft gegeven voor degenen die Hem toebehoren.

Ondertussen is de gedachte die hier verworpen wordt, wel heel raar.
Namelijk dat er mensen zijn, die Christus’ offer niet nodig hebben. 
Ze zijn van zichzelf al zo goed en vroom dat de Vader hen zalig maakt zonder de Zoon.

Mensen met een Theudas-complex…
Ze denken dat ze wat zijn…

Ooit zei een leerling – toen ik vertelde over de kruisiging – : “Dat had van mij niet gehoeven”. 
Het was lief bedoeld…
Niet hoogmoedig,

En toch, de Emmaüsgangers horen “Het moest!”
25Toen zei Hij tegen hen: ‘Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? 26Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’” 
(Lukas 24: 25,26)

Zijn verzoenend sterren blijft het rustpunt van ons hart…

Categorieën Artikelen, Theologie

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close