We moeten in Alphen zijn.
Kiezen, nou ja ééntje maar, zorgde(n) voor ongemak.
Dat was.
Nu wordt bekeken hoe het is, “moet” en “zal” gaan.
Na afloop rijden we via de N11 naar Katwijk.
Het zorgt voor een vakantiegevoel, na de vakantie.
Alhoewel, Lianne heeft nog vakantie.
Ik hoef nooit meer te werken.
Alhoewel…
“Zeg nooit, nooit” leerde ik ooit.
We komen aan.
Omdat het al na tweeën is, vraag ik aan de verhuurder:
“We krijgen zeker wel korting op twee ligbedjes?”
De man glimlacht en geeft ze gratis mee.
Ligbedjes zijn handig.
Vanaf een ligbed kom ik makkelijker tot stand dan vanaf de grond.
Niemand zit graag aan de grond.
Daarbij: gemak dient de mens.
Ook de kerkmens.
Over kerkmensen gesproken.
De meneer die de eerste zondagmorgen niet in de kerk zat, is er ook.
Destijds gingen we op zondagmorgen gauw even het water in.
Om een uur of negen, voor kerktijd.
M’n knieën gingen helemaal koppie onder.
Toen zag ik hem.
En zei: “Ik dacht dat in Katwijk iedereen op zondagmorgen in de kerk zat”.
Waarop hij haast verontschuldigend uitlegde waarom hij op het strand zat.
Enfin.
Van het één kwam het ander.
Hij egaliseerde – ongevraagd – het terrein voor ons strandhuisje.
Zodoende kon ik me er beter verplaatsen.
Da’s was fijn.
En superaardig.
Sommigen willen dat je blijft zitten waar je zit.
Anderen laten je zitten waar je zit.
Hier was iemand die uit was op je mobiliteit.
“Ik vind het heerlijk”, zegt Lianne, als ze zich baadt in de zon.
“Jammer dat ik vanavond een belafspraak heb”.
Dat had ik al gezien.
In de agenda staat namelijk “19.30: belafspraak”.
“Ik heb de afspraak verzet”, zegt ze dan.
En net als ik wil zeggen:
“Fijn, dan kunnen we hier tot 21.00 blijven zitten”.
“De zon in de zee zien zakken”, zegt ze:
“Ik heb er 20.00 uur van gemaakt”.
Een stemmetje in min hoofd zegt:
“Zo is het eigenlijk geen stranddag.
Inclusief ochtend en avond.
Maar een strandmiddag”.
Wie het kleine niet eert…
Strandmiddagen zijn heerlijk.
