Zondag 11

Preek over Zondag 11 van de Heidelbergse Catechismus, gehouden op 20 september 2026 in de Grote Kerk van Oudewater.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Jezus.
Hij is zoals Hij heet!

Hoe heet Hij dan?
Jezus.


Heb je wel eens over Zijn Naam nagedacht?

Vanavond gaat het over Zijn Naam: Jezus.

Niet zozeer wat je van Hem vindt.
Niet zozeer over de gedachten die je bij Hem hebt.
Ook niet over de gevoelens die Hij bij je opwekt.

Maar heel eenvoudig over Zijn Naam.
Jezus.

En toch…


Toch kun je een leven lang nodig hebben om te ontdekken wat die Naam betekent.

We zijn bij Zondag 11 van de Heidelberger.

In Zondag 1 hoorden we dat onze enige troost, ons enig houvast in leven en in sterven,  is dat God ons vasthoudt.

Om in die troost te leven en te sterven moeten we drie dingen weten: 
1. Hoe groot onze zonde en ellende is.
2. Hoe we van zonde en ellende verlost worden.
3. Hoe we als verlosten dankbaar leven.

In de Zondagen 2 tot en met 4 wordt onze ellende besproken.
Even tussen haken: onze ellende is vaak dat we onze ellende niet kennen.

In de Zondagen 5 tot en met 8 wordt gesproken over onze verlossing.
Over het geloof.

We geloven wat God belooft!
Wat belooft God?
Alles wat ons in het Evangelie beloofd wordt

En dan wijst de Catechismus naar wat geleerd wordt in de Twaalf Artikelen, die het algemeen en ontwijfelbaar christelijk geloof samenvatten.

In Zondag 9 en 10 gaat het over Vader, hemel en aarde geschapen heeft en door Zijn voorzienigheid onderhoudt.

Vandaag zij we bij “Ik geloof in Jezus Christus”.

Maar pas op:
Wij onderscheiden dan wel:

  • God de Vader en onze schepping.
  • God de Zoon en onze verlossing.
  • God de Heilige Geest en onze heiligmaking.

Maar daar kan wel een misverstand uit ontstaan. 
Namelijk dat de Vader en de Heilige Geest bij onze verlossing eigenlijk niet betrokken zijn. 

Alsof de Vader en de Geest het werk van de verlossing aan de Zoon hebben overgelaten en Zich er verder niet mee bemoeien.

Zo is het niet!

Als we namelijk zo zouden denken, dan maken we de Zoon los van de Vader en de Heilige Geest. 

Verlossen is het werk van de Drie-enige God: van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

De Drie-enige God is de God van onze volkomen zaligheid.

Neem bijvoorbeeld de opstanding van Jezus. 
De Vader heeft Zijn Zoon uit de dood opgewekt. 
Daarmee was de Vader Zelf volop betrokken bij het werk van onze verlossing.

En wanneer de Heilige Geest op Pinksteren wordt uitgestort, gebeuren er door Zijn kracht tekenen en wonderen in de Naam van Jezus. 
Ook de Heilige Geest is dus rechtstreeks betrokken bij het verlossingswerk van Christus.


Het eerste dat je goed moet vasthouden: maak de Zoon nooit los van de Vader en de Heilige Geest.


Als de Catechismus over Jezus gaat spreken, over Zijn Naam en over wat Hij doet, moet je ook goed beseffen over Wie het gaat.

Het gaat over God de Zoon.

Niet zomaar over een mens. 
Niet over een bijzonder mens. 
Niet over een voorbeeldig mens die het uitzonderlijk ver heeft gebracht. 
Alsof Jezus uiteindelijk zó bijzonder werd dat God Hem als Zijn Zoon heeft aangenomen, geadopteerd.

Nee. 
Zo spreekt de Bijbel niet over Jezus.

Jezus is de Zoon van God.

Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens.

Het gaat ons verstand te boven.

Maar juist daarom dit vooraf. 


De Zoon is namelijk niet zomaar iemand Die ons verlost.
God Zelf komt om ons te redden.


De Catechismus vraagt vanavond:
Waarom wordt de Zoon van God ‘Jezus’, dat is Zaligmaker, genoemd?”

Het antwoord luidt:
“Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost; daarbenevens(naast dat, bovendien), dat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is.”.

Eigenlijk staat daar alles.

Maar misschien is er toch iemand die nu denkt: “Ik kan het nu al niet volgen…”. 
“Ik haak af…”.
“Zeg het wat eenvoudiger…”
“Dan kan ik het onthouden”.

Onthoud.
Hij heet Jezus, omdat Hij Jezus is.
Jezus is zoals Hij heet!
De HEERE redt, Zaligmaker.

Jezus.
Die naam hebben Jozef en Maria niet bedacht.


Jozef en Maria hebben niet avonden lang, met een goed glas wijn erbij, zitten te brainstormen: 
“Als het een meisje wordt, dan noemen we haar…”.
“Als het een jongen wordt, dan noem we hem…”
“Welke namen zijn nu populair?”

Nee.
God Zelf heeft Jezus Zijn Naam gegeven. 

Jozef heeft de naam niet bedacht. 
Maria ook niet. 

We lazen het zojuist.
Een engel van de Heere zegt tegen Jozef: “u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden”.

Jezus. Zaligmaker.
De HEERE redt.

Redt…
Waarvan?
Waarvan moet ik eigenlijk gered worden?


Als wij vandaag zouden mogen kiezen waarvan wij gered moeten worden, dan denk ik dat wij hier samen een hele lijst zouden kunnen maken.

Iemand roept: “Ik wil verlost worden van mijn zorgen”.
Een ander roept: “Ik wil verlost worden van mijn ziekte”.
Een derde zegt: “Ik van mijn eenzaamheid”.
Nummer vier jammert: “Van mijn onzekerheid”.
Nummer vijf: “Ik van mijn slechte nachten”.
Nummer zes zegt: “Ik slaap ook slecht. Ik maak me zo zorgen over mijn kinderen”.
Nummer zeven vult aan: “En ik van die wereld waarin oorlogen maar doorgaan”.
Nummer acht zegt: “Ik wil verlost worden van dat gepieker. Dat hoofd waarin het nooit stil wordt”.
Nummer negen roept: “Ik wil verlost worden van die telefoon die voortdurend mijn aandacht opeist”.
Nummer tien zucht: “Ja, ik ook. De druk dat je altijd bereikbaar moet zijn. Succesvol, gezond, aantrekkelijk en gelukkig, ik word er doodmoe van”.
Nummer elf roept uit: “Verlos ons van deze regering en de stikstofmaatregelen”.

“Verlos mij…”.

Begrijp me goed: 
Het zijn allemaal zaken waar we last van kunnen hebben.
Veel last.

We mogen daar allemaal mee naar God toe. 

Werp je zorgen maar voor Hem neer.[i]
Breng het maar in het gebed.

Maar de engel van de HEERE zegt iets anders.
Hij zegt: “Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden”. 

Ik denk, ik vrees dat zonden en zonde bij velen niet altijd bovenaan het zorgenlijstje staan.

Ik noemde net elf zaken.

Maar zonde noemde ik niet.

Jij en ik.
Wij mensen hebben vaak meer last van de gevolgen van de zonde dan van de zonde zelf.
Over zonde praten we ook niet graag.
Trouwens, de preken over Zondag twee, drie en vier, waren niet mijn hoogst gewaardeerde preken.

Nee.
“Met zonden moet je bij mij niet aankomen”, zei iemand.
Een jongere zou zeggen “Mij niet bellen”.


Net zo goed als wij vaak meer last hebben van wat een ander ons aandoet, dan van wat wij een ander aandoen.


Gemeente, soms hebben we helemaal geen last van wat er in ons eigen hart leeft en woont.

Soms hebben we meer last van onze omstandigheden dan van onze verwijdering van God.

En toch…
Toch zegt de Catechismus: de zonde, de verwijdering van God, daar zit ten diepste het probleem.

Bij jou en mij.

In jou.
In mij.

Zonde is niet alleen af en toe iets verkeerds doet.
Een koekje pikken.
Oude mensen oplichten.
Een illegale weetplantage beginnen.
Of pillendraaien.

Zonde is zonder.
Dat merkwaardige, diepe verlangen om zelf heer en meester te zijn.

En God aan de kant te schuiven.


“Ni Dieu ni Maître”

Zelf bepalen.
Zelf redden.
Zelf…


Ondertussen hebben we Jezus nodig.

Niet een beetje.

Helemaal.

Wij leven in een tijd waarin je voortdurend hoort dat je de beste versie van jezelf moet worden.

Je moet jezelf ontwikkelen.

Aan jezelf werken.

En eerlijk is eerlijk.
Het is op zich ook goed om jezelf te ontwikkelen, aan jezelf te werken, te groeien…

Maar één ding kunt je niet.

Hoe hard je ook je best doet.

Wat?
Wat kan ik dan niet?

Jezelf zalig maken.

Je kunt jezelf misschien wat verbeteren.
Je kunt je gedrag veranderen met een ijzeren discipline.

Maar verlossen kun je jezelf niet.
Je kunt de schuld naar God niet zelf uitwissen.


Je kunt jezelf moed inspreken.
Maar jezelf een nieuw hart geven dat God en de naaste lief heeft… 
Zijn geboden naleeft…

Je kunt jezelf natuurlijk overtuigen dat het met zonde naar God toe allemaal wel meevalt.

“Zeur niet over zonde”
“Doe normaal, joh…”

Maar als God eerlijk oordeelt?

Je kunt zeggen: “Er is geen schuld, er is geen zonde”.
Je kunt ook zeggen: “Er is geen God”.


Je kunt God negeren.
Maar jezelf met God verzoenen kun je niet.


Daarom heet Hij Jezus.
Hij doet wat wij niet kunnen.

Wat wij niet kunnen herstellen, herstelt Hij.
Wat wij niet kunnen betalen, betaalt Hij.

ons weerspannig overtreden
verzoent en zuivert Hij

Hij draagt onze zonden aan het kruis.

Hij sterft onze dood.
En staat op uit het graf.

Hij zegt: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn…”.

“Kom…”
Niet pas als je alles op orde hebt.
Niet pas als je voldoende geloofsmoed hebt verzameld.
Niet pas als je vroom genoeg bent.
Niet pas wanneer je je zonde en ellende diep genoeg ervaren hebt.

Kom zoals je bent.

Kom naar Mij.

XXX

Ik weet niet precies hoe dat in Oudewater is, maar het kan er vreemd aan toe gaan…

De één zegt:
“Ik heb Jezus niet nodig. Ik heb geen zonden. Nou ja, een paar minder leuke kanten wellicht, maar daar heb ik weinig last van. Ik ben okay …”.

Een ander zegt: “Ik kan nog niet naar Jezus, want ik voel mijn zonde niet diep genoeg.”

Nummer drie zegt: “Ik kan niet naar Jezus, want ik want ik voel mijn zonde juist zo diep”.

Nummer één heeft geen zaligmaker nodig.
Wie gezond zijn hoeven ook niet naar een dokter.
Nummer twee wacht tot hij slechter is.
Nummer drie wacht tot hij beter is.



Vanavond verkondig ik je Jezus.

Hij zegt: “Kom….”.
Je hoeft niet eerst geschikt te worden…


“Kom…”

Ik denk aan die tollenaar achter in de tempel.

Hij heeft wellicht een weinig imponerende cv.
In ieder geval geen gepimpt LinkedIn-profiel.
Of strak geregisseerd Insta account.

Hij heeft de neus niet omhoog.
Durft zelfs niet omhoog te kijken.
Hij slaat op de borst en zegt:
“O God, wees mij, de zondaar, genadig”.

Zondag 11: Jezus.

Een zondaar moet bij Jezus zijn.


Wie verdwaalt of verdwaald is in dit leven, moet bij Jezus zijn.
Wie geen uitweg ziet… Jezus.

Jezus heet niet voor niets Jezus.

De Catechismus nog een stap verder.
Is heel exclusief:  daarbenevens, naast Hem is bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden.

Uitgesloten wordt dus de vraag: “Is Jezus één van de mogelijkheden?”

“Is Hij een bron van inspiratie?”
Dat je denkt:

De één houdt het met Jezus.
Een ander ziet meer in Boeddha.
En weer een ander vindt Mohammed wel stoer.

Is Jezus een soort geestelijke coach onder veel anderen?

Nee.

Hij is de enige Heiland.
De enige Zaligmaker.

Wij zijn mensen uit 2026.
Wij houden van keuze.
En keuzemogelijkheden.

Voor bijna alles bestaan alternatieven.
Wij kunnen makkelijk switchen.
Van energieleverancier.
Van provider voor je mobiel.
Van X naar Bluesky.
Van WhatsApp naar Signal.
Deze verkiezingen partij A.
De volgende verkiezingen partij B.

Je kunt dat keuzegedrag zomaar meenemen de kerk in.

Dat je denkt “Jezus is belangrijk, natuurlijk”.

Maar Jezus alleen is een beetje mager.
Misschien moet ik daarnaast nog iets.
Gewoon voor de zekerheid.
Misschien moet er iets bij.

Ik denk aan:

Mijn goede, nette, keurige leven.
Mijn kerkelijkheid. Ik zit tenminste nog twee keer in de kerk.
Mijn inzet, hadden anderen daar maar iets van.
Mijn mening, mijn overtuiging, die is tenminste goed gefundeerd.

Voor je het weet zeggen we met onze mond: “Jezus alleen”, maar met ons leven: “Jezus én…”


De Catechismus is vlijmscherp.

Het is van tweeën één.

Óf Hij is een volkomen Zaligmaker.

Óf Hij is het niet. 

Heeft Hij hulp nodig.

Als Hij hulp nodig heeft, is Hij geen volkomen Zaligmaker.


De Catechismus leert het bevrijdende van de Reformatie.
Het evangelie: Er is voor jou betaald!
En jij hoeft niet mee te betalen met aflaatjes, goede werken, of wat dan ook!

Jezus vraagt niet om een eigen bijdrage.

Zijn offer heeft geen restschuld.

Alles is betaald.


Ik mag jou vanavond zeggen, wat Jezus heeft uitgeroepen:
“Het is volbracht!”.

Aan het kruis zei Hij niet: “Het is bijna volbracht”.


Of: “Ik heb negenennegentig procent volbracht, die ene procent moeten ze in Oudewater zelf maar doen”.

Nee
“Het is volbracht!”

Ik weet niet hoe dat in Oudewater is.
Maar vaak is het probleem dat wij zo graag nog iets meenemen en menen bij te moeten dragen.

Iets waarop we kunnen wijzen als we voor God staan.
Waar we zelfs nog een beetje trots op zijn.

“Ik heb…”

“Ik ben…”

Niet dat goede werken waardeloos zijn.
Integendeel!

Maar…
Wij worden zalig door Jezus alleen.

“de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”.[ii]

Er is maar één Naam die jouw zondelast wegdraagt.

Jezus.

Hij is zoals Hij heet: Zaligmaker.

Ons houvast is dat Hij ons vasthoudt.

In leven en in sterven.

En dan komt er ruimte.

Vanuit de benauwdheid word je in de ruimte gezet.

Opmerkelijk als je daarover doordenkt.
Mensen proberen voortdurend zelf ruimte te maken.

Ruimte voor jezelf.

Ruimte om te leven zoals je wil.
Lebensraum.

Ruimte om zelf beslissingen te kunnen maken.

Niet te benauwd graag.
Maar het paradoxale is dat het steeds benauwder kan worden als we veel keuzevrijheid hebben.

Vrij om alles te kiezen.
Maar je wordt bang om verkeerd te kiezen.

Vrij om jezelf te zijn.
Maar voortdurend vraag je je af of dat wel goed genoeg is.

Vrij om jezelf te presenteren.
Maar doodsbang voor het oordeel van anderen.

En dan komt Jezus.

Niet om jou nog een opdracht te geven.
Maar om de schuld, ook jouw schuld te dragen. 
De deur naar God te openen.
Adem te geven.
Het leven te geven,
Ruimte.

Je in de ruimte te zetten.
Dat is geen ruimte waarin God verdwenen is.

Maar de ruimte waarin je voor God en elk ander mag leven.

Omdat Jezus tussenbeide gekomen is.

Gemeente, ken je Zijn Naam?

Natuurlijk ken je Zijn Naam.

Ken je Hem ook zoals Hij heet?

Jezus.

Zaligmaker.

Je hebt Hem nodig.

Aan Hem heb je ook genoeg.

Het geloof is uiteindelijk wonderlijk eenvoudig.

Niet gemakkelijk.

Maar eenvoudig.


Ik moet niet naar binnen te blijven kijken of ik genoeg bezit.

Ik moet op Jezus zien.

Jezus alleen.

Niet: Jezus en mijn prestaties.

Niet: Jezus en mijn gevoel.

Niet: Jezus en mijn geloofskracht.

Niet: Jezus en mijn keurige heden.


Jezus alleen.


Iemand vraagt:

“Is dat echt genoeg?”


Zondag 11 zegt: Ja!

Want Hij heet Jezus.

Hij is Zaligmaker.

Hij is het alleen.

Hij is het helemaal.

Jezus.
Hij is zoals Hij heet: Zaligmaker.


Dat Hij Jezus heet, daarin ligt al mijn heil.

Dat Hij Jezus is, dat is mijn heil!

Ere zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
als in den beginne, nu en immer 
en van eeuwigheid tot eeuwigheid!
Amen.

Amen.


[i] Zie bijvoorbeeld: 1 Petrus 5:7. Daarbij, Hij heeft al bij je Doop beloofd het kwaad te weren of ten beste te keren, er iets goeds van te maken.

[ii] Handelingen 4:12.

Plaats een reactie

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close