Hosanna!

Preek Mattheüs 21:1-11. Gehouden op de eerste lijdenszondag, 23 februari 2020 in de Dorpskerk van Vreeswijk-Nieuwegein.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

U bent vanmorgen in de kerk gekomen.
En u dacht “Ik ga vanmorgen maar eens lekker zitten en luisteren…”

Maar dit had u niet bedacht.
Wat niet?
Nou dat u ongedacht, onverwacht zomaar in een volksoploop verzeild raakt.

U kunt helemaal niet blijven zitten.
U kunt helemaal niet aan de kant gaan staan om van een afstandje toe te kijken en uw hoofd te schudden: “Wat een drukte…”

Nee, u wordt erbij betrokken…
Waarbij?
Nou bij de volksoploop.

Alhoewel oploop.
Het is meer een optocht.

Een “menigte” gaat voorop.
En daarachter weer een groep volgers.

En ze roepen, ze zingen:
“Hosanna”

Het klinkt ons als “Hoera” in de oren!
De vreugde spat er van af.
Het enthousiasme ook.

“Hosanna”

We schuiven wat naar voren!

Zodat we goed kunnen zien wat er gebeurt.
Zodat we goed beter kunnen luisteren.

Hoor! 
Hoor wat ze zingen:
“Hosanna, de Zoon van David!”

David?
De Koning?

Komt de Koning naar de koningsstad: Jeruzalem?

“Hosanna, de Zoon van David! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere! Hosanna, in de hoogste hemelen!”

“Zie je al wat?” vraagt een omstander.
“Zie je al wat?”

“Moet je kijken. Ze hakken palmtakken af om mee te zwaaien!” 
Palmtakken hebben toch iets van eer en overwinning.
“Oh kijk, ze leggen de takken op de weg?”

Je gaat op je tenen staan,
Je dringt je nog wat verder naar voren.

“Kijk, ze doen hun mantels af leggen hun kleren op de weg”

Ondertussen wordt het lawaai groter.
Er wordt nog meer geroepen:

“Gezegend het Koninkrijk van onze vader David, dat komt in de Naam van de Heere! Hosanna in de hoogste hemelen!”
[i]

“Gezegend is de Koning, Die daar komt in de Naam van de Heere. Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen.”
[ii]

Vrede en heerlijkheid in de hoogste hemelen… Het lijkt wel een Kerstlied… 

Ondertussen merken we ook wat lange gezichten tussen de menigte.
Dat is altijd zo…

Een paar Farizeeën stoten elkaar hoofdschuddend aan.
Ze mopperen: “Kijk nou, de hele wereld loopt achter Hem aan.”
[iii]

“Zie je al wat?” wordt weer gevraagd.
“Zie je al wat?”
Ja!
Daar…
Op een ezel!
Een kleintje nog…

Dat is ‘m, dat moet Hem zijn.

De Zoon van David…

En voor je het weet, roep je mee: “Hosanna!”

“Hosanna!”

Nu is “hosanna” niet hetzelfde als “hoera”.
Dat is het wellicht bijna wel geworden.

Het betekent ook niet hetzelfde als “Halleluja”, dat is “Prijs de Heere”.

Hosanna.
“Hosha Na”
 betekent letterlijk “Help nu!” (Help toch!)

De mensen roepen dus niet “hoera”, maar “Help nu”.
“Help nu Zoon van David! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere”.

Maar tegelijkertijd klinkt er “hoera” en “halleluja” doorheen.
Ze zijn ervan overtuigd dat er nu iets belangrijks staat te gebeuren.
Nou ja, er gebeurt ook iets belangrijks.

Maar zullen ze vermoed hebben, wat er eigenlijk gebeurde?
Hebben wij dat eigenlijk wel helder.

Het is vandaag de eerste lijdenszondag.
Zeven weken lang zullen we de Heere Jezus volgen op Zijn lijdensweg.
Jezus is onderweg naar Jeruzalem, om daar te sterven.

“Precies”, zegt u, “precies. Vandaag Hosanna, straks Kruisigt Hem. Doe maar niet al te positief over die mensen daar.
Emotiebesmetting, dat is het. Niks meer, niks minder…”

Ja, ja…
Maar heeft u door dat Jezus Zelf de hand heeft in alle gebeurtenissen.

En dat Hij niet van het ezeltje stapt om te zeggen: “Ja mensen, stop nu maar met dat geroep.
Stop nu maar met dat gedoe met die palmtakken…
Stop nu maar met uw klederen op de weg te leggen…

Want voor het eind van de week zult u allemaal ‘Kruisigt Hem’ roepen…”

Nee, Hij laat het Zich welgevallen.

Hij snoert de Hosanna roepers niet de mond.

Waarom niet?

Omdat Hij inderdaad komt om te redden.

“Hosanna”, help toch.
Zowaar als Hij Jezus heet, zal Hij redden…

Helpen, uithelpen.

Jezus, Hij is de Koning!
De Kruiskoning…

Met Zijn discipelen is Jezus in Bethfagé bij de Olijfberg gekomen.
Over Betfagé is niet veel bekend. 
Het ligt aan de uiterste rand van Jeruzalem.

De Olijfberg kennen we wel.
Hier zal het einde en het oordeel over Jeruzalem aangekondigd worden.[iv]
Hier zal Jezus de weg van het lijden aanvaarden.[v] 
De Olijfberg, de plaats van de hemelvaart.[vi]
Ook de plaats waar de HEERE zal verschijnen.[vii]

Daar roept Jezus twee discipelen bij zich en geeft hun een opdracht:
2Ga het dorp in dat voor u ligt, en u zult meteen een ezelin vinden die vastgebonden is, en een veulen bij haar; maak ze los en breng ze bij Mij.
3En als iemand iets tegen u zegt, moet u zeggen dat de Heere ze nodig heeft, en hij zal ze meteen sturen.

Als een Koning vordert Hij een ezelin en een veulen.

Opmerkelijk dat een ezelin en een veulen al voorkomen in de zegen van Juda.
10De scepter zal van Juda niet wijken
en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten,
totdat Silo komt,
en Hem zullen de volken gehoorzamen.
11Hij bindt zijn jonge ezel aan de wijnstok
en het veulen van zijn ezelin aan de edelste wijnstok

Mattheüs citeert echter een andere profetie.
Namelijk die van Zacharia negen, die we ook gelezen hebben.

4Dit alles is gebeurd opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet, toen hij zei:
5Zeg tegen de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen dat een jong van een jukdragende ezelin is.

Jezus Zelf heeft dus gedacht aan deze profetie.
En later is dat bij de discipelen doorgedrongen.

Net als bij de Emmaüsgangers…
“O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!
Moest de Christus dit niet lijden en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?
En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.”[viii]

Ondertussen weten wij dat de profetie van Zacharia verder gaat. Dat zal Mattheüs ook geweten hebben.

Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen dat een jong van een jukdragende ezelin is.

Jezus komt niet “hoog te paard” in Jeruzalem.
Hij komt niet als een machtige, trotse tiran.

Hij komt ook niet lopend.

Nee, hij op een jonge ezel.
Hij komt als de Koning van de vrede.
Zonder wapens, zonder “strijdboog”.

Andere koningen zullen misschien denken: “Nou, als ik ergens binnen kom, dan moet dat wel zo imposant mogelijk.
Dat moet wel direct grote indruk wekken en ontzag inboezemen…”

De Kruiskoning komt op een veulen van een ezel.

Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen dat een jong van een jukdragende ezelin is.

Zachtmoedig.

‘”Zachtmoedigheid” is in de Bijbel trouwens iets anders dan wat wij er wellicht onder verstaan.
Een “zachtmoedige” is geen – vergeef me het woord – ‘goedsul’, die vriendelijk en toegeeflijk is. 
Nee, de “zachtmoedige” weet dat hij helemaal op God is aangewezen.  Denk aan de verdrukten, de armen, de geringen.
Ze hebben buiten God helemaal niemand van wie zij hulp zouden kunnen verwachten. 
Helemaal op God aangewezen.

Welnu. Zo is Jezus.

Op de rug van veulen van een jukdragende ezelin.

Jezus Zelf zal onze lasten op Zich nemen.

Het kwaad dat over ons komt, maar ook het kwaad dat wij zelf doen. 
Wie zichzelf kent, weet dat het kwaad toch ook in hem of haarzelf kan huizen.

Misschien dacht u daar wel aan toen we vanmorgen de samenvatting van de Wet lazen en Romeinen 13.

Het waren afgelopen week niet alleen maar mooie woorden die u sprak.

Het waren afgelopen week niet alleen maar goede daden die u voortbracht.

Ons afkeren van God en de naaste.

Maar zie: Jezus is het Lam dat alle zonden weg gaat dragen.

De Koning, de Kruiskoning die ook onze Hoogste Priester is.
Die het offer zal brengen, om ons te verzoenen.

Nu wordt Hij vorstelijk onthaald.
Het lijkt wel of de hele stad op de uitkijk staat.
Het lijkt wel of iedereen meedoet en “Hosanna” roept.

“De hele stad loopt achter Hem aan”, mopperen de Farizeeën.

Ook de kinderen doen mee:

“Hosanna, de Zoon van David! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere! Hosanna, in de hoogste hemelen!”

Ook de kinderen doen mee.
Misschien bij vader op de schouders.
Misschien wat naar voren geduwd, zodat ze niet tegen allemaal ruggen aankijken.

“Zwaai maar met die tak!” 

Een paar verzen verder kunt u lezen hoeveel indruk de intocht op die kinderen gemaakt heeft.
Als ze Jezus in de tempel zien herkennen ze hem en ze beginnen gelijk weer te roepen “Hosanna, de Zoon van David!”

Mooi.

Ondertussen is dat de Farizeeën te gortig.
“Kunt u niet zeggen dat zij hun mond moeten houden! Eerbiedig graag! We zijn in de tempel!”

Jaja, het vrome vlees verbeeldt zich heel wat. Het denkt altijd dat het heel wat voorstelt en uiterst eerbiedig is.

“Hebt u nooit gelezen: Uit de mond van jonge kinderen en van zuigelingen hebt U voor Uzelf lof tot stand gebracht?”

God zorgt er Zelf wel voor dat Hij aan Zijn eer komt.

Door oud en jong.
Door Jood en heiden.
Ook in Nieuwegein.
Hij bereid de lof uit de mond van Nederlanders, Iraniërs, Irakezen, Syriërs, Ethiopiërs, Surinamers.

Toch ook vanuit de mond van u?

U hebt zo-even toch ook gezongen:
“Wij zegenen de grote Koning, 
die komt in naam van God, de Heer.”

U zong toch mee?

U erkent Jezus toch om Wie Hij is en om Wat Hij is?

Wat is Hij dan?

Een Koning!

En hoe erken je een Koning?

Door voor Hem te buigen…
Door Hem over u te laten regeren.
Anders gezegd:
Door Hem de Heer te laten zijn van uw leven.

Zouden de Hosanna roepende mensen dat hebben begrepen?
Zouden ze sowieso doorgehad hebben wat ze aan het doen waren.

Nou ja, de discipelen wel. Alhoewel. De kruisiging verraste hen toch ook?

Maar al die “Hosanna” roepende mensen.
Hoeveel zullen er gewoon niet aangesloten zijn?
En hoeveel hebben er gedacht: Daar komt de zoon van David?
Waar?
Daar! 
Op een ezel.
Zal Hij ons nu verlossen van de Romeinen?
Vandaag?
Of anders morgen?

Nou ja, ze roepen wel “Hosanna”.

“Heere help toch”.

Net sprak ik al over Psalm 118.
Denk ook aan vers 25 en 26:

Och HEERE, breng toch heil;
och HEERE, geef toch voorspoed.
Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!

Hebt u er erg in dat Jezus dat komt doen!

Heil brengen. De Heiland
Voorspoed.

Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!

Daar komt Hij de Vredevorst.

Vanmorgen is Hij hier.
In ons midden!

Roept u mee?
Hosanna?

Heere, help toch!

Help toch… in mijn huwelijk dat dreigt te stranden…
Help toch… bij de opvoeding, soms zit ik met de handen in het haar…
Help toch… de uitslag in het ziekenhuis was zo alles hopeloos…
Help toch… in mijn eenzaamheid…
Help toch… in mijn angsten…
Help toch… de verslaving is zoveel sterker dan ik…
Help toch… bij het geven van leiding…

Help toch…

Hosanna!
Het klinkt plotseling stukken anders dan “hoera”.
Je gaat er bijna van huilen.

Nou ja, bijna.
Lukas beschrijft in zijn evangelie dat Jezus moet huilen als Hij de stad nadert.[ix]

Hij huilt, omdat Hij al ziet hoe het zal gaan.

Mattheüs zegt niets over tranen.
Wel dat als Jezus de stad binnen komt mensen aan elkaar vragen: “Wie is Dat?”

Het antwoord bij Mattheüs luidt: “Dat is Jezus, de Profeet uit Nazareth in Galilea.”

Hier wordt Hij niet de Koning genoemd, de Zoon van David.

Hier wordt Hij niet de Priester genoemd, Die Zelf het offer is.

Hier wordt hij de Profeet genoemd.
Uit Nazareth, Galilea. Dat donkere gat in het noorden.
Zullen zij daarbij gedacht hebben aan Deuteronomium 18

“Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.”[x]

Wie is Jezus?

Van de week ging het over die vraag tijdens het Hervormd Vreeswijk College.
Als u tijd en gelegenheid hebt, moet u daar toch eens naar toe gaan.

Dr. Willem Maarten Dekker antwoordde op de vraag “Wie is Jezus?” “Jezus is het grote Kind van God in Wie God mij aanneemt tot Zijn kind”.

Vanmorgen is Jezus aanwezig, in ons midden…

Wie is Hij voor u? Voor jou?

Zegt u het mee?
“Jezus is het grote Kind van God in Wie God mij aanneemt tot Zijn kind”.

Wie is Jezus? Hij is de Christus. Onze Koning, onze Priester, onze Profeet.[xi]

Zegt u het mee?
“Hij is mijn Koning!”
Hij mag regeren over mijn leven!

Zegt u het mee?
“Hij is mijn Priester!”
De Priester die tegelijkertijd het Lam is.
Met Zijn bloed kocht Hij mij vrij!

Zegt u het mee?
“Hij is mijn Profeet!”
Hij heeft het heil volkomen bekend gemaakt!


Wat zegt u?

“Hosha Na”! “Help nu!” “Help toch!”

Zie Hij gaat Jeruzalem binnen om daar te sterven.

Naast Hem zal een moordenaar hangen.

Een moordenaar die aan het einde van zijn leven de vraag over de lippen krijgt.

Help toch…

Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent.

Jezus zegt niet: “Joh, sorry. Nu even niet. Nu even zelf uitzoeken…
Ik heb nu even genoeg aan Mijzelf…”

Nee… 
Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.[xii]

U bent vanmorgen in de kerk gekomen.
En u dacht “Ik ga vanmorgen maar eens lekker zitten en luisteren…”

Maar dit had u niet bedacht.
Wat?
Nou dat u ongedacht, onverwacht zomaar in een volksoploop verzeild raakt.Zal u Hosanna roepen? 

Heere ontferm u.

Dan zal het Halleluja volgen!
Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere!

Gezegend Hij Die gekomen is in de Naam van de Heere!

Gezegend Hij Die komt!

Maranatha.

Kom Heere Jezus, ja kom haastig.

Nog even…
Dan roepen we geen Maranatha meer!
Dan is Hij gekomen om Zijn Koninkrijk te vestigen!

Nog even…
Dan roepen we geen Hosanna meer!

Dan zal het volmaakt zijn!

Wat roepen we dan wel?
Halleluja!

Lof zij het Lam!

Amen!


[i] Markus 11:10.
[ii] Lukas 19:38.
[iii] Johannes 12:19.
[iv] Mattheüs 24:3.
[v] Mattheüs 26:30.
[vi] Handelingen 1:12.
[vii] Zacharia 14:4.
[viii] Lukas 24:25-27.
[ix] Lukas 19: 41-44.
[x] Deuteronomium 18:18.
[xi] Vgl. H.C. Zondag 12. Vr.31. Waarom is Hij Christus, dat is een Gezalfde, genaamd?Antw. Omdat Hij van God den Vader verordineerd is, en met den Heiligen Geest gezalfd, tot onzen hoogsten Profeet en Leraar, Die ons den verborgen raad en wil Gods van onze verlossing volkomenlijk geopenbaard heeft; en tot onzen enigen Hogepriester, Die ons met de enige offerande Zijns lichaams verlost heeft, en voor ons met Zijn voorbidding steeds tussen treedt bij den Vader; en tot onzen eeuwigen Koning, Die ons met Zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt.
Vr.32. Maar waarom wordt gij een Christen genaamd?
Antw. Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben, opdat ik Zijn Naam belijde, en mijzelven tot een levend dankoffer Hem offere, en met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en den duivel strijde, en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere.
[xii] Lukas 23:42-43.

Categorieën:

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s