Bevrijd…

Preek over Exodus 16:1-17:7 gehouden in in Dorpskerk van Vreeswijk (Nieuwegein) op zondag 26 april 2020.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Kent u Jantje optimist?
Jantje optimist denkt in kansen en uitdagingen.
Bij hem is een half glas, altijd halfvol.
Jantje optimist gelooft vooral dat het glas helemaal vol zal worden.

Hoe anders is dat bij Jantje pessimist.
Jantje pessimist denkt in bedreigingen en gevaren.
Bij hem is een half glas altijd halfleeg.
Hij ziet een half glas eigenlijk als zo goed als leeg. 
“Nog even”, denkt hij, “en dan is er niks meer over”.

Toen ik afgelopen maandag het Bijbelgedeelte van vandaag voor de eerste keer las, kwamen Jantje optimist en Jantje pessimist in gedachten.
Nou ja, ik moest eigenlijk vooral denken aan Jantje pessimist.

Waarom?
Omdat er zoveel gemopperd wordt.
‘Murmureren’ (SV) of ‘morren’ (HSV) heet dat in de taal van de Bijbel.
In het derde deel van het boek Exodus[i], wordt er sowieso veel gemurmureerd, gemord en gemopperd.[ii]

De reis is ook zo bar; zwaar; moeilijk.
Het valt ook allemaal een beetje tegen. 
Nou ja, ‘een beetje’…

En voor je het weet, gebeurt het.
Wat?
Dat je je verlossing vergeet.

Dat is wat er gebeurt met de bevrijde slaven hier in de woestijn.
Ze vergeten hun bevrijding en twijfelen aan hun Bevrijder.

In hoofdstuk 15 was het volk nog in een lofzang uitgebroken.
Mozes en het volk hadden gezongen[iii].

En Mirjam had zingend geantwoord[iv]:
Zing voor de HEERE,
want Hij is hoogverheven!
Het paard en zijn ruiter
heeft Hij in de zee geworpen.

Ze stonden als het ware te praisen…
Dolenthousiast.
Maar langzaamaan was het zingen verstomd.
En het enthousiasme verdwenen.

Zes weken zijn inmiddels verstreken sinds de bevrijding.

Ik zat even terug te rekenen. 
Vandaag zes weken geleden, was het 15 maart.
We hadden de eerste dienst zonder mensen in de kerk.
Het zou een jeugddienst geweest zijn, maar alles liep wat anders.

Wat ik ermee zeggen wil.
Ik vind dat er dan wel erg snel gemopperd wordt.
Zes weken…

Maar goed, misschien oordeel ik wel te makkelijk.
Dat moet ik niet doen.
Niet oordelen.
Eerst luisteren.

In vers 2 lezen we dat de hele gemeenschap moppert tegen Mozes en Aäron.

Dat kunnen toch niet allemaal pessimisten zijn?
Dat kunnen toch niet allemaal zwartkijkers zijn?

Kijk, optimisten zijn het niet.
Maar misschien wel realisten!
Er is honger!
En dat is echt een probleem.

De meeste mensen die nu mee luisteren weten niet wat honger is, denk ik.
Ja, je kunt trek hebben. En dan trek je een zak chips open.
Maar honger…

De mensen die echter de hongerwinter meemaakten, kunnen we daar wél over vertellen.
Mijn vader gebruikte dat spreekwoord nog wel eens “Honger maakt rauwe bonen zoet”. 
Hij was van 1934 en was er in de oorlog op uit gestuurd om eten te regelen.
Hij heeft zijn hele leven nooit eten in de container gegooid.

De hongerlijders beginnen te mopperen.
Eerst zullen ze hun lippen wel op elkaar gehouden hebben.
Toen zal er iemand gezegd hebben: “Nou zeg, ik heb toch wel honger. Dit moet niet te lang gaan duren”.
Zo moet het begonnen zijn.

En aan het eind van het liedje zit iedereen te mopperen op Mozes en Aäron.
“Och, waren wij maar door de hand van de HEERE gestorven in het land Egypte, toen wij bij de vleespotten zaten en brood aten tot verzadiging toe!”

Zo gaat dat.
Het heden valt zwaar.
Het toekomstperspectief ontbreekt.
En dan wordt er teruggekeken: Vroeger…

Egypte was een slavenhuis.
Maar vergeten was de ellende daar[v].

Vroeger was zo gek nog niet.
Vroeger viel eigenlijk best mee.
En het wordt uiteindelijk:
Vroeger was geweldig!

Had God die plagen die Hij over de Egyptenaren uitstortte maar op ons uitgestort.
Daar hadden we te eten. Vleespotten vol.
Het slavenhuis wordt in de herinnering een paradijs.

En de tocht lijkt zo lang.
Een mensenleven lang zal het duren.

En nu beschuldigen ze Mozes en Aäron.
Waarom?
“Nou, u hebt ons uitgeleid naar deze woestijn om heel deze gemeente van honger te laten sterven.”

Mozes en Aäron krijgen de schuld.
Jullie hebben ons naar deze woestijn geleid.
En dat is zeker om ons allemaal te laten sterven.

Hoort u het?

Dat de HEERE Zelf het volk uitgeleid heeft, wordt vergeten.
Dat Mozes en Aäron ook maar ‘boodschappenjongens’[vi] zijn, wordt vergeten.

Ze krijgen de volle laag.
De Bevrijder, de HEERE Zelf, lijkt vergeten:
“Wat nou bevrijd…”
“We zijn op weg naar niets!”
“En op weg naar niets, gaan we dood omdat er geen eten is”.

Wat zullen Mozes en Aäron antwoorden op de klacht?
Zeggen ze: “Niet zeuren. Tanden op elkaar. Doorgaan…”
Zeggen ze: “Oho, dat mag je niet zeggen…”
Zeggen ze: “Heb nu vertrouwen in God…”

We lezen er niets over.
Ik weet ook niet wat ze gezegd hebben.

Wel dat Mozes doet wat leiders het beste kunnen doen:
Hij legt alles aan de HEERE Zelf voor.

Hij geeft de klachten van het volk door.
Brengt ze bij God.

“Hoe weet je dat?”
Nou, omdat God Zelf Mozes antwoordt:

Vers 4 en 5: 
4Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet.
5En op de zesde dag moet het zó zijn dat zij bereiden wat zij binnenbrengen, en dat zal het dubbele zijn van wat zij dagelijks verzamelen.

Mozes is hier de middelaar.
Hij spreekt namens het volk tot God.
En hij spreekt namens God tot de mensen:
6Toen zeiden Mozes en Aäron tegen al de Israëlieten: Vanavond nog zult u weten dat de HEERE u uit het land Egypte geleid heeft,
7en morgenochtend zult u de heerlijkheid van de HEERE zien, want Hij heeft uw gemor tegen de HEERE gehoord. Want wie zijn wij, dat u tegen óns mort?

Niet Mozes en Aäron hebben het volk uit Egypte geleid.
De uittocht uit Egypte was niet het werk van enkele bevrijdingsstrijders. Een actie van de IDF of de Mossad, of de mannen van ‘Fauda’, Sjen Beet.


Nee, God Zelf deed het.
Dat moet het volk weten.

Wat?
Dat de bevrijding geen mensenwerk was.
Het was Gods werk.

Dan zien ze de heerlijkheid van de HEERE in de wolk.
En zij zien Zijn heerlijkheid in het feit dat Hij voedsel geeft.

’s Avonds al kwartels. Vogels uit de familie van de fazanten.
Trekvogels die neerstrijken in het kamp en zo gevangen kunnen worden.

En de volgende morgen is er manna. 
Aparte benaming want letterlijk betekent manna “Wat is dat?”

Dat vraagt het volk dan ook: “Wat is dat?” “Manná?”.

Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft.


Het volk moet leren te vertrouwen op Gods voorzienigheid.
Op Gods leiding.
En leren hun dagelijks brood van Hem te verwachten.
Ondertussen moeten ze ook Zijn geboden te gehoorzamen.[vii] 
De HEERE voorziet…

In hoofdstuk 17 wordt er weer gemurmureerd, gemord en gemopperd.
Vanuit Sin zijn ze doorgetrokken naar Rafidim.
Waarschijnlijk was dat een vallei.

Alleen… er is geen water.
Geen water, dat lijkt nog erger dan geen eten.
Je kunt langer zonder eten, dan zonder water.

Dat geldt voor mens en dier.
Geen water betekent dat de dieren sterven, dat mensen sterven.

Weer gaat het volk al mopperend naar Mozes.
Mozes is toch de gids?
Hij is toch de nomaden leider die de groep hier gebracht heeft?

Alsof er geen wolkkolom was die de weg wees…
Alsof God Zijn volk niet leidt…

“Geeft u ons water, zodat wij kunnen drinken!”

Nu, antwoordt Mozes wel:
“Waarom hebt u onenigheid met mij? 
Waarom stelt u de HEERE op de proef?”

Over dat op de proef stellen lezen we in vers zeven.
Want de vraag is “Is de HEERE nu in ons midden of niet?”

Daarom krijgt Rafidim ook de naam Massa en Meriba.
Massa, betekent ‘beproeving”.
Beproeving, “omdat zij de HEERE op de proef gesteld hadden”.
Meriba, betekent “onenigheid”.
Onenigheid, “vanwege de onenigheid van de Israëlieten”.

Het volk denkt: De HEERE is niet in ons midden. 
Want was Hij er wel, dan hadden we water…

Wij kunnen hetzelfde hebben.
Als het goed gaat, dan zal God er wel bij zijn.
Natuurlijk is Hij erbij!
Als het slecht gaat, dan zal God er wel niet bij zijn…

Raar, is dat.
Of is dat gewoon menselijk?

Ze lopen te hoop tegen Mozes: “Waarom hebt u ons toch uit Egypte laten vertrekken? Om mij, mijn kinderen en mijn vee van dorst te laten omkomen?”

Het zal niet aardig gezegd zijn, denk ik zomaar.

Want als Mozes tot de HEERE gaat, zegt hij:
“Wat moet ik met dit volk doen? Het scheelt niet veel of zij zullen mij stenigen.”

Het moet voor Mozes niet makkelijk geweest zijn, om het volk te leiden.
Dat zal het voor premier Rutte ook niet zijn in deze dagen.
Voor dominee de Reuver ook niet.
Voor welke leider wel?.

Dan geeft de HEERE Mozes de opdracht om met zijn staf[viii] op de rots te slaan.
Daar zal water uitkomen en het volk zal drinken.

En het volk zal weten dat de HEERE in het midden was.


En nu wij, gemeente.
Wat heeft deze geschiedenis ons hier en nu te zeggen?

Welke les, welke lessen kunnen wij nu uit deze geschiedenis halen?
Denk daar eerst eens voor uzelf over na…

Ik noem een paar zaken, zonder volledig te willen zijn.
Moeten wij niet leren net als Israël te leren vertrouwen op Gods voorzienigheid?
Op Gods bestuur, op Gods leiding?

Niet alleen als het goed gaat.
Maar ook als het moeilijk is?

Moeten wij niet leren, steeds weer, het verleden niet te verheerlijken?
De kerkgeschiedenis?
De gang van zaken in ons land, vroeger?

Moeten wij niet leren het Toekomstperspectief vast te houden?
Het Koninkrijk komt! Jezus komt.
Moeten wij niet leren te leven in verwachting van Zijn komst?

Moeten wij niet leren ons dagelijks brood van Hem te verwachten?
Onze zekerheid ligt toch niet in ons hamsteren?
Onze zekerheid ligt toch niet in onze bankrekening?
Onze zekerheid ligt toch niet in onze spullen?
In onze fysieke conditie?

Moeten wij niet leren om Zijn geboden te gehoorzamen? 

Jezus zei en zegt ons vanmorgen: “Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.”

Hij belooft ons dagelijks te schenken wat we nodig hebben.
Sterker: Hij belooft: “Ik ben met u al de dagen – dat is dag voor dag – tot de voleinding van de wereld.”

Jantje optimist zegt: “Hallelujah, alles zal op rolletjes lopen!”
Jantje pessimist zegt: “Ja ja, dat moeten we nog maar eens zien”

Maar laten u en ik zeggen met Jantje realist: “De HEERE is zoals Hij heet. Ik ben erbij! Niet alleen in goede tijden. Ook in moeilijke tijden, is Hij nabij. Er is geen put zo diep, of Jezus is dieper…”

Tot slot.
Voor de kinderen is filmpje gemaakt van een vol glas en een glas waar heel weinig leek in te zitten.
Maar als je dat glas waar weinig leek in te zitten in een normaal glas gooide, of goot, dan werd dat normale glas helemaal vol.

Nou, zo wil God in Vreeswijk werken.
Sterker: Hij wil dat we overvloeien…
God wordt – om het ouderwets te zeggen – van het uitdelen niet armer…

Hij wil ons vullen, volmaken met Zijn liefde.
Hij wil!
Hij zal!

Amen 
 


[i] Hoofddeel 1: Israël in Egypte; Ex. 1:1-13:16. Hoofddeel 2: De verlossing uit de macht van Egypte; Ex. 13:17-15:21. Hoofddeel 3: Op weg naar de Sinaï; Ex. 15:22-18:27. Hoofddeel 4: Gods openbaring bij de Sinaï; Ex. 19:1-40:38.
[ii] Zie Ex. 15:24, 16:2 (2x), 16:7 (2x), 16:8, 17:3 en ook in Ex. 16:7, Ex. 16:8, Ex. 16:9, Ex. 16:12.
[iii] Zie Ex. 15:1-18.
[iv] Zie Ex. 15:21.
[v] Ex. 2:23.
[vi] Mozes is tot het werk geroepen: Ex. 3 en 4. Aäron ook, omdat Mozes zichzelf onbekwaam achtte, 4:14-16.
[vii] Het sabbatsgebod zal pas op de Sinaï gegeven worden, Ex. 20.
[viii] Ex. 7:20.

Categorieën:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s